NEW
Font size
WorksheetsBegintoets grammatica klas 2 nov. 2020
Total questions: 25
Worksheet time: 25mins
Benoem het onderstreepte woord:
Wij gaan vandaag een toets maken.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Wij gaan vandaag een toets maken.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Een werkwoordelijk gezegde bestaat uit alle werkwoorden van de zin.
Dit is juist.
Dit is onjuist.
Benoem het onderstreepte woord:
Ling wordt een beroemd chirurg.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Blijft Antonio vandaag ziek?
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Blijft Antonio vandaag op school?
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
De beroemde zanger is altijd aardig gebleven.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Het kindje wordt om drie uur opgehaald van school.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Takkie is echt een lief hondje.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Een naamwoordelijk gezegde bestaat alleen uit een naamwoordelijk deel.
Ja, klopt, dat is de eigenschap van het onderwerp
Nee, er hoort ook een werkwoordelijk deel bij, dat zijn alle werkwoorden uit de zin.
Benoem het onderstreepte zinsdeel:
Gisteren heeft mijn buurvrouw een baby gekregen.
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel:
Gisteren heeft mijn buurvrouw een baby gekregen.
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel:
Gisteren heeft mijn buurvrouw een baby gekregen.
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel:
Pascal geeft zijn hond elke dag een bot.
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel:
Pascal geeft zijn hond elke dag een bot.
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel:
Pascal geeft zijn hond elke dag een bot.
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte woord:
Pascal geeft zijn hond elke dag een bot.
koppelwerkwoord
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Die aardige agent helpt het oude vrouwtje met oversteken.
zelfstandig naamwoord
lidwoord
persoonlijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Benoem de onderstreepte woorden:
Mijn auto is kleiner dan de jouwe.
2x bezittelijk voornaamwoord
1x bezittelijk voornaamwoord + 1x persoonlijk voornaamwoord
2x persoonlijk voornaamwoord
1x persoonlijk voornaamwoord + 1x bezittelijk voornaamwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Hij geeft mij zo'n dikke knuffel dat ik bijna omval.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
zelfstandig naamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Hij geeft mij zo'n dikke knuffel dat ik bijna omval.
persoonlijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
lidwoord
Benoem de onderstreepte woorden:
Daar ligt een elastiekje, ik geef het aan het meisje.
2x lidwoord
1x lidwoord + 1x persoonlijk voornaamwoord
1x persoonlijk voornaamwoord + 1x lidwoord
2x persoonlijk voornaamwoord
Zijn dit alle koppelwerkwoorden?
zijn, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen
nee, ik mis 'branden'
nee, ik mis 'lopen'
nee, ik mis 'worden'
Ja, dit rijtje is compleet
werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
De zon schijnt vandaag de hele dag.
nwg, want schijnen is een koppelwerkwoord
wwg, schijnen is hier geen kww, want het betekent licht geven.
Maak deze gouden regel af:
Als er meer werkwoorden in de in staan, is de persoonsvorm altijd een....
koppelwerkwoord
zelfstandig werkwoord
hulpwerkwoord
