WorksheetsVergaderen
Total questions: 18
Worksheet time: 17mins
Name
Class
Date
1.
De notulist moet goed kunnen luisteren?
a)
Waar
b)
Niet waar
2.
De notulist kan het beste direct na het overleg het verslag afmaken.
a)
Waar
b)
Niet waar
3.
Waar of niet waar?
Een voorzitter moet de tijd van het overleg bewaken.
a)
Waar
b)
Niet waar
4.
De voorzitter moet ervoor zorgen dat de deelnemers niet door elkaar praten.
a)
Waar
b)
Niet waar
5.
De voorzitter moet goed kunnen samenvatten.
a)
Waar
b)
Niet waar
6.
De voorzitter moet op de hoogte zijn van de agendapunten.
a)
Waar
b)
Niet waar
7.
De notulist moet op de hoogte zijn van de agendapunten van het overleg.
a)
Waar
b)
Niet waar
8.
De notulist moet objectief zijn, dus zijn mening niet in het verslag zetten.
a)
Waar
b)
Niet waar
9.
De notulist neemt actief deel aan de gesprekken tijdens het overleg.
a)
Waar
b)
Niet waar
10.
De voorzitter moet de orde bewaren tijdens het overleg.
a)
Waar
b)
Niet waar
11.
De notulist hoeft niet goed te kunnen samenvatten.
a)
Waar
b)
Niet waar
12.
Het is de taak van de notulist de tijd te bewaken van het overleg.
a)
Waar
b)
Niet waar
13.
De voorzitter grijpt in, als de deelnemers afdwalen van het agendapunt.
a)
Waar
b)
Niet waar
14.
De voorzitter zorgt ervoor dat alle agendapunten worden besproken.
a)
Waar
b)
Niet waar
15.
Het maakt niet uit of in de notulen veel spelfouten staan; het gaat om de inhoud.
a)
Waar
b)
Niet waar
16.
Wat zijn vaste agendapunten?
a)
Algemene onderwerpen die wekelijks besproken worden.
b)
Pauze
17.
De leiderschapsstijl laissez faire houdt in dat de groesleden....
a)
zelf bepalen wat juist (of niet juist) is
b)
ervaringen delen met anderen
18.
Een contra- argument is een argument die de stelling ondermijnt.
a)
Waar
b)
Niet waar
100 %
