NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsHuiswerk werkwoordspelling v.t.
Total questions: 25
Worksheet time: 13mins
Name
Class
Date
1.
Meester Ben ... de klas gisteren vriendelijk
a)
groette
b)
groete
c)
groetten
d)
groetde
2.
Hij ... een vaas met bloemen op zijn bureau
a)
zete
b)
zette
c)
zetde
d)
zetten
3.
Hij ... dat iedereen er goed naar keek
a)
verlangden
b)
verlangte
c)
verlangde
d)
verlangten
4.
Tamira en Anna ... een stapel tekenblaadjes uit
a)
deelten
b)
deelte
c)
deelde
d)
deelden
5.
Natuurlijk ... Job nog niet meteen
a)
startde
b)
startte
c)
startten
d)
startden
6.
Hij ... zich eerst eens goed uit
a)
rekte
b)
rektde
c)
rekten
d)
rekden
7.
Toen ... Job over rozen en korenbloemen
a)
fantaseerden
b)
fantaseete
c)
fantaseerde
d)
fantaseerten
8.
Alle kinderen ... op hun allerbest
a)
tekende
b)
tekente
c)
tekenten
d)
tekenden
9.
Tom en Rody ... zelfs al hun eerste bloemetjes
a)
kleurden
b)
kleurde
c)
kleurte
d)
kleurten
10.
Na een kwartier ... Job nog steeds erg
a)
twijfelte
b)
twijfelde
c)
twijfelden
d)
twijfelten
11.
Toen ... hij ook nog eens een minuut of tien
a)
pauzeerden
b)
pauzeerte
c)
pauzeerten
d)
pauzeerde
12.
Eindelijk ... Job zijn potlood toch maar
a)
pakte
b)
pakde
c)
pakten
d)
pakden
13.
De eerste bloem ... al meteen
a)
mislukten
b)
mislukden
c)
mislukde
d)
mislukte
14.
Toen ... Job ontevreden van hand
a)
wisselde
b)
wisselden
c)
wisselten
d)
wisselte
15.
Hij ... ontevreden met zijn hoofd
a)
schudden
b)
schudde
c)
schutten
d)
schutte
16.
Job ... dat het alleen maar slechter zou gaan
a)
verwachtten
b)
verwachtte
c)
verwachtde
d)
verwachtden
17.
Job ... over de mislukte tekening
a)
jammerde
b)
jammerden
c)
jammerte
d)
jammerten
18.
Meester Ben ... toen maar een gummetje
a)
gebruikten
b)
gebruikden
c)
gebruikte
d)
gebruikde
19.
Toch ... Job het mooie voorbeeld toch weer uit
a)
gumden
b)
gumde
c)
gumte
d)
gumten
20.
Hij ... de tekening helemaal zelf maken
a)
wilde
b)
wilden
c)
wilte
d)
wilten
21.
Het tekenblad ... meteen doormidden
a)
scheurden
b)
scheurde
c)
scheurte
d)
scheurten
22.
Job ... zich en kreeg een rode kleur
a)
schaamte
b)
schaamden
c)
schaamde
d)
schaamten
23.
Tom ... Job toen een beetje
a)
plaagden
b)
plaagte
c)
plaagten
d)
plaagde
24.
Meester Ben ... erom en gaf Job een nieuw blad
a)
lachte
b)
lachten
c)
lachde
d)
lachden
25.
De kinderen ... zich uitstekend tijdens de les
a)
amuseerde
b)
amuseerte
c)
amuseerden
d)
amuseerten
Reset
