NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsBegrijpend lezen 1TL
Total questions: 19
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Het onderwerp is een hele zin
a)
Juist
b)
Onjuist
2.
Wat doe je bij oriënterend lezen?
a)
Je leest de hele tekst
b)
Je leest alleen de titel en tussenkopjes
c)
Je bekijkt de tekst en leest de eerste alinea
d)
Je bekijkt alleen de titel en de bron
3.
Deelonderwerpen zijn hetzelfde als tussenkopjes
a)
Onjuist
b)
Juist
4.
De titel is het onderwerp van een tekst
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
Wat is het onderwerp van een tekst?
a)
In één volledige zin waar de tekst over gaat.
b)
In één of enkele woorden waar de tekst over gaat.
c)
De titel van de tekst.
d)
De kernzin uit de inleiding.
6.
Welke uitspraak is WAAR over deelonderwerpen?
a)
Om deelonderwerpen te vinden lees je een tekst oriënterend.
b)
In elke alinea staat een deelonderwerp.
c)
De deelonderwerpen vind je in het middenstuk van een tekst.
d)
Deelonderwerpen zijn hetzelfde als tussenkopjes.
7.
Hoe lees je als je het onderwerp van een tekst wilt vinden?
a)
Globaal
b)
Oriënterend
c)
Precies
d)
Zoekend
8.
Wat is WAAR over hoofdzaken in een tekst?
a)
De belangrijkste informatie in een tekst noemen we hoofdzaken.
b)
De hoofdzaken vind je vaak op voorkeursplaatsen, zoals de inleiding of het slot.
c)
De hoofdzaak van een alinea staat in de kernzin.
d)
Alle uitspraken zijn juist.
9.
Wat is een alinea?
a)
een tussenkopje
b)
een inleiding
c)
een stukje tekst dat bij elkaar hoort
d)
een titel
10.
Hoe vind ik de deelonderwerpen?
a)
door de laatste zin van een alinea te lezen
b)
door de tussenkopjes te lezen
c)
door de inleiding te lezen
d)
Door de eerste en laatste zin van een alinea te lezen
11.
Waar staan de deelonderwerpen?
a)
In de inleiding
b)
in het middenstuk
c)
In de eerste en de laatste zin van elke alinea
d)
in de inleiding en het middenstuk
12.
Een gebeurtenis is een ander woord voor mening.
a)
juist
b)
onjuist
13.
Een oordeel is een ander woord voor mening.
a)
juist
b)
onjuist
14.
De eerste stap in de moeilijkewoordenwijzer is..
a)
kijken of je de betekenis kunt afleiden uit de context.
b)
je afvragen of dit woord belangrijk is.
c)
de betekenis aan iemand in je omgeving vragen.
15.
De eerste stap in de moeilijkewoordenwijzer is..
a)
kijken of je de betekenis kunt afleiden uit de context.
b)
je afvragen of dit woord belangrijk is.
c)
de betekenis aan iemand in je omgeving vragen.
16.
een feit is
a)
wat een persoon ergens van vindt.
b)
iets dat werkelijk zo is of dat werkelijk is gebeurd.
17.
Ik vind het onderwerp van een tekst door
a)
de tekst helemaal te lezen
b)
de tekst globaal te lezen
c)
de tekst oriënterend te lezen
d)
de tekst precies te lezen
18.
Je hebt bij de vorige twee vragen twee stukken tekst gelezen met elk een eigen tekstdoel. Wat is het belangrijkste doel van de schrijver van de WNF-folder?
a)
informeren
b)
aansporen/activeren
19.
Het onderwerp van een tekst kun je aangeven in:
a)
Een alinea
b)
Eén woord of een korte zin.
c)
Een heel verhaal.
Reset
