wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economie

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Wat betekent het begrip afzet?
a)
Het aantal ingekochte producten
b)
Het aantal verkochte producten
c)
Het aantal producten invoorraad
2.
De omzet bereken je als volgt:
a)
Afzet x inkoopprijs
b)
Afzet keer consumentenprijs
c)
Afzet x verkoopprijs
d)
Afzet x btw
3.
Welke vier productiefactoren kennen we in de economie?
a)
Natuur
Arbeid
Geld
Ondernemerschap
b)
Natuur
Loon
Kapitaal
Ondernemerschap
c)
Pacht
Arbeid
Kapitaal
Ondernemerschap
d)
Natuur
Arbeid
Kapitaal
Ondernemerschap
4.
Hoe bereken je de consumentenprijs?
a)
Afzet + btw
b)
Verkoopprijs + btw
c)
Omzet + btw
d)
Omzet + brutowinstmarge
5.
Hoe bereken je de brutowinst?
a)
Omzet + brutowinstmarge
b)
Afzet + brutowinstmarge
c)
Omzet - inkoopwaarde
d)
Afzet + inkoopwaarde
6.
Waar staat de afkorting mvo voor?
a)
Maatschappij voor ondernemers
b)
maatschap voor ondernemers
c)
maatschappelijk verantwoord ondernemen
d)
Alle drie de antwoorden zijn fout
7.
Op zowel diamanten als een potje pindakaas zit een brutowinstmarge. Welke bewering is juist
a)
Je kunt niet zeggen op welk van de twee meer brutowinstmarge zit
b)
Op diamanten zit waarschijnlijk een grotere brutowinstmarge
c)
Op de pindakaas zit waarschijnlijk een grotere burtowinstmarge
d)
Alle beweringen zijn onjuist
8.
De nieuwste smartphone is een.....
a)
Homogeen product
b)
Heterogeen product
c)
monopolistisch product
d)
ogopolisch product
9.
Hoe bereken je de verkoopprijs?
a)
inkoopprijs + brutowinstmarge
b)
verkoopprijs + brutowinstmarge
c)
consumentenprijs + brutowinstmarge
d)
omzetprijs + brutowinstmarge
10.
Een kenmerk van variabele kosten is
a)
Dat ze elk jaar hetzelfde zijn
b)
Dat ze af- of toenemen als er meer of minder wrodt geproduceerd
c)
Dat ze gelijk blijven ongeacht de hoeveelheid producten
d)
Geen van de antwoorden is juist
11.
vaste kosten + variabele kosten : het aantal producten noem je
a)
De omzetprijs per product
b)
De arbeidsproductiviteit
c)
De kostprijs per product
d)
De afzetprijs per product
12.
Hoe wordt de productiecapaciteit niet per sé verhoogd?
a)
Door nieuwe machines te kopen
b)
Door scholing van personeel
c)
Door meer mensen aan te nemen
d)
Door 5 ipv 6 dagen te gaan produceren
13.
Hoe bereken je het nettoresultaat?
a)
Brutowinst - afzet
b)
Brutowinst - overige bedrijfskosten
c)
Brutowinst - inkoopwaarde
d)
Brutowinst - vaste + variabele kosten
14.
Als bedrijven onderling prijsafspraken maken, noemen we dat...
a)
monopolie
b)
carbon
c)
kartel
d)
corpuratie