Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economische Modellen zelftest H1

Total questions: 9

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Onderbesteding houdt in dat de bestedingen in een land lager zijn dan:

a)

de arbeidsproductiviteit

b)

de beroepsbevolking

c)

de productiecapaciteit

d)

het evenwichtsinkomen

2.

Conjuncturele werkloosheid wordt veroorzaakt door:

a)

een verandering in de samenstelling van de effectieve vraag

b)

het toenemen van de loonkosten

c)

het tekortschieten van de effectieve vraag

d)

het seizoen

3.

In de periode 2 en 3 is sprake van:

a)

economisch herstel

b)

onderbesteding

c)

overbesteding

d)

recessie

4.

In de periode 4 en 5 is sprake van:

a)

economisch herstel

b)

onderbesteding

c)

overbesteding

d)

recessie

5.

EV = C + I + O + E - M


Waarvoor staat de M?

a)

Meeropbrengsten

b)

Export

c)

Import

d)

Marginale opbrengsten

6.

Wat wordt er met structurele werkloosheid bedoeld?

a)

Werkloosheid die ontstaat door structurele veranderingen in de aanbodzijde van de economie (verplaatsen van bedrijven naar lage lonenlanden, vervanging van arbeid door kapitaal, mismatch in opleiding)

b)

Werkloosheid die voor altijd zal blijven bestaan

c)

Werkloosheid doordat het economisch minder goed gaat, waardoor er minder vraag is naar arbeidskrachten

7.

Wat bepaalt de productiecapaciteit van een land? Kies het meest juiste antwoord

a)

De opleiding van de mensen

b)

Het aantal machines van bedrijven

c)

De bedrijfstijd

d)

De kwantiteit en kwaliteit van de productiefactoren

8.

EV = C + I + O + E - M

Het producentenvertrouwen stijgt. Welke letter wijzigt er?

a)

C stijgt

b)

I stijgt

c)

O stijgt

d)

E stijgt

9.

Er zijn 4 productiefactoren. Wat is geen productiefactor?

a)

Kapitaal

b)

Arbeid

c)

Machines

d)

Natuur

e)

Ondernemerschap