NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsHet onderwerp en de persoonsvorm
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Meester Pieter speelt basgitaar bij een bandje uit de buurt.
Het onderwerp in de zin is;
Het onderwerp in de zin is;
a)
meester
b)
Pieter
c)
meester Pieter
d)
bandje uit de buurt
2.
Eet de papegaai enkel nootjes of ook iets anders?
Het onderwerp in deze zin is:
Het onderwerp in deze zin is:
a)
de papegaai
b)
enkel nootjes
c)
iets anders
3.
Elke morgen start opa aan zijn ochtendwandeling van 8 km.
Deze zin staat in...
Deze zin staat in...
a)
het meervoud
b)
het enkelvoud
4.
Op zijn laatste toets van Frans behaalde Frank een mooi resultaat.
Het onderwerp in deze zin is:
Het onderwerp in deze zin is:
a)
zijn laatste toets van Frans
b)
Frank
c)
Frans
d)
een mooi resultaat
5.
Een agent heeft aan het drukke kruispunt het verkeer goed in de war gestuurd.
De persoonsvorm is:
De persoonsvorm is:
a)
heeft
b)
drukke
c)
gestuurd
6.
Iedere zondag komt de hele familie samen bij oma en opa om gezellig bij te babbelen.
Het onderwerp is:
Het onderwerp is:
a)
iedere zondag
b)
de hele familie
c)
oma en opa
7.
Elke dag wandelde Lutje met haar hond Foksie naar het park om hem daar te laten ravotten met andere honden.
Het onderwerp in deze zin is...
Het onderwerp in deze zin is...
a)
haar hond Foksie
b)
Foksie
c)
Lutje
d)
andere honden
8.
Omdat opa niet meer met de auto mag rijden, zal mama hem straks naar de dokter brengen.
De persoonsvorm is:
De persoonsvorm is:
a)
mag
b)
rijden
c)
zal
d)
brengen
9.
Anneke vertelde Marieke het geheim van haar broer.
Het onderwerp in deze zin is:
Het onderwerp in deze zin is:
a)
Anneke
b)
Marieke
10.
Terwijl mama het avondeten bereidt, leest papa in de woonkamer de krant.
De persoonsvorm is deze zin is...
De persoonsvorm is deze zin is...
a)
bereidt
b)
leest
Reset
