WorksheetsHoofdstuk 1 vwo memo
Total questions: 36
Worksheet time: 18mins
Name
Class
Date
1.
Een eeuw is een periode van...
a)
10 jaar
b)
100 jaar
c)
1000 jaar
2.
Waar ontstond de eerste moderne mens?
a)
Azië
b)
Afrika
c)
Amerika
d)
Europa
3.
Wat voor soort samenleving zie je op deze afbeelding?
a)
jagers en verzamelaars
b)
landbouwsamenleving
c)
landbouw-stedelijke samenleving
d)
industriële samenleving
4.
juist of onjuist: jagers en verzamelaars leefden in grote groepen
a)
juist
b)
onjuist
5.
Wat was het middel van bestaan van jagers en verzamelaars?
a)
jagen en voedsel verbouwen
b)
jagen en vissen
c)
voedsel verzamelen
d)
jagen, vissen en voedsel verzamelen
6.
Juist of onjuist: de landbouwrevolutie ging erg snel
a)
juist
b)
onjuist
7.
Vrouwen verzamelen fruit en noten
a)
goed
b)
fout
8.
Hieronder staan vier bronnen. Welke is een ongeschreven bron uit de tijd van jagers en verzamelaars?
a)
Dagboek
b)
Stenen pijlpunt
c)
Stalen kogel
9.
Wanneer ontstond de eerste landbouw-samenleving?
a)
12000 v.chr
b)
5000 v.chr
c)
7000 v.chr
d)
5300 v.chr
10.
Wat is een neanderthaler?
a)
een menssoort, maar uitgestorven is
b)
een werktuig die gebruikt wordt in de landbouw
c)
een beroep, dat er nu niet meer is
d)
een menssoort die nu nog voor komt
11.
In de ijstijd
a)
bestond het schrift al
b)
lag Nederland onder een laag ijs
c)
trokken de mensen van Europa naar Afrika
d)
was het klimaat in Afrika en het Midden-Oosten heel aangenaam
12.
Welke van de onderstaande oorzaken is geen oorzaak voor het ontstaan van de landbouw?
a)
Klimaatsverandering: het werd warmer en droger.
b)
De bevolkingsgroei zorgde ervoor dat er meer eten nodig was.
c)
De nomaden wilden niet langer rondtrekken vanwege al de gevaren.
d)
De opbrengst van de jacht was afgenomen.
13.
Wat was geen gevolg van de komst van irrigatielandbouw?
a)
Men ontdekte koper en gebruikte dat in hun producten
b)
De handel ontstond in Egypte en daarbuiten
c)
Nijverheid ontstond in de nieuwe steden
d)
Andere beroepen konden ontstaan
14.
Waar of niet waar:
met de komst van de boeren, was er geen gelijkheid meer.
met de komst van de boeren, was er geen gelijkheid meer.
a)
Waar
b)
Niet waar
15.
Wat is nijverheid?
a)
Is dat boeren hun producten naar de handelssteden brachten.
b)
Is dat mensen met grondstoffen een product maken.
c)
Is dat men nieuwe producten ontwikkeld
16.
Waar of niet waar?
In Egypte was het schrift noodzakelijk omdat de Nijl elk jaar de grenzen van boerderijen vervaagden.
In Egypte was het schrift noodzakelijk omdat de Nijl elk jaar de grenzen van boerderijen vervaagden.
a)
Waar
b)
Niet waar
17.
Isis was de godin van
a)
de natuur
b)
leven na de dood
c)
de lucht
d)
de zon
18.
Dat het met Egypte vaak zo goed ging had alles te maken met
a)
landbouwoverschotten
b)
sterke farao's
c)
veroveringen
d)
het geloof
19.
De hiërogliefen ontstonden omdat men
a)
de grote daden van de farao wilde beschrijven
b)
de belasting en de betaling van ambtenaren wilde bijhouden
c)
verslag wilde doen van oorlogen en veldslagen
d)
zorgen dat historici geschreven bronnen hadden
20.
Wat voor samenleving ontstond er in het Oude Egypte?
a)
landbouwsamenleving
b)
landbouwstedelijke samenleving
c)
stedelijke samenleving
21.
Rond 3000 vC werd Egypte één staat onder leiding van
a)
farao Thoetmozes
b)
farao Ramses
c)
farao Amon-Ré
d)
farao Narmer
22.
Alles wat te maken heeft met het besturen van een land, noem je
a)
Politiek
b)
Staat
c)
Regering
d)
Heerschappij
23.
Opper-Egypte ligt bovenaan in Egypte.
a)
Waar
b)
Niet waar
24.
Wat was één van de functies van de farao?
a)
Opleider van de ambtenaren
b)
Bijhouden van de oogst
c)
Opperbevelhebber van het leger
d)
Schrijver
25.
Hoe noemen we een godsdienst met meerdere goden?
a)
Monotheïstisch
b)
Polygromisch
c)
Polytheïstisch
d)
Monytheomisch
26.
Door de irrigatielandbouw kwamen er meer ambachtslieden
a)
Waar
b)
Niet waar
27.
De farao was een alleenheerser
a)
Waar
b)
Niet waar
28.
Welke farao heeft de grootste piramide laten bouwen?
a)
Achnaton
b)
Cheops
c)
Thoetmosis
d)
Toetanchamon
29.
Wat zie je op deze afbeelding?
a)
Handelaren zijn goederen aan het wegen
b)
Het hart van de dode wordt gewogen
c)
De farao wordt ingehuldigd bij de goden
d)
De goden houden een bijeenkomst
30.
De Egyptenaren mummificeerden hun doden omdat ze graag wilden dat mensen later konden zien hoe goed ze mummificeren konden.
a)
Waar
b)
Niet waar
31.
De Egyptenaren hadden hun lichaam nodig in het tweede leven
a)
Waar
b)
Niet waar
32.
Toetanchamon is zo beroemd, omdat hij een erg goede farao was
a)
Waar
b)
Niet waar
33.
Grafrover plunderden veel piramiden en daarom werden farao's in de vallei der koningen begraven.
a)
Waar
b)
Niet waar
34.
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
a)
Bewatering
b)
Internatielandbouw
c)
Irrigatielandbouw
d)
Internationale landbouw
35.
Een natuurgodsdienst is polytheïstisch
a)
Waar
b)
Niet waar
36.
Grafrovers plunderden veel graven in piramiden en daarom werden farao's in de vallei der koningen begraven.
a)
Waar
b)
Niet waar
100 %
