Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Basisstof 2 en 3

Total questions: 17

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.
Hoe noem je de dunne uitstulpingen aan het einde van wortels?
a)
Wortelsprietjes
b)
Wortelstelsels
c)
Worteluitstulpingen
d)
Wortelharen
2.
Hoe noem je overplanten van kiemplantjes naar een eigen potje?
a)
Verspenen
b)
Versprenen 
c)
Overpotten 
d)
Overpoten
3.
Hoeveel hoofdwortels bevat een jonge plant? 
a)
4 of meer
b)
2 of 3
c)
1
d)
Geen
4.
Alle wortels bij elkaar noem je? 
a)
Het wortelkanaal
b)
De staartwortels
c)
Het wortelstelsel
d)
De kwadraatwortels 
5.
Wat is GEEN functie van de wortels?
a)
Het opslaan van reservestoffen
b)
Het aanmaken van water en voedingsstoffen
c)
Het zorgen voor stevigheid in de bodem
6.
Waarom is het soms slimmer om niet één, maar twee verschillende soorten planten tegelijkertijd te laten groeien op een veld?
a)
Omdat er dan meer competitie is tussen de planten waardoor ze moeten "vechten" voor voedsel. Dat is goed voor de weerstand. 
b)
Omdat ze dan meer voedingsstoffen opnemen uit de grond waardoor de grond sneller uitgeput raakt. Dit is gunstig voor toekomstige groei.
c)
Omdat de twee soorten verschillende voedingsstoffen nodig hebben waardoor de grond minder snel uitgeput raakt.
7.
Anne heeft haar linzenplantje overgepot naar een grotere pot. Enkele dagen later is de plant dood. Wat kan een logische oorzaak zijn geweest?
a)
De wortels van de plant waren nog veel te klein in verhouding tot de grote nieuwe pot met veel zand.
b)
Er waren teveel voedingsstoffen in de nieuwe pot aanwezig waardoor de plant een overschot op heeft genomen.
c)
De mest die in de nieuwe pot aanwezig was heeft de bodem uitgeput waardoor de plant niet meer kon groeien.
d)
De wortelharen zijn bij het overpotten beschadigd waardoor wateropname nauwelijks meer mogelijk was.
8.
In het voorjaar beginnen twee bonenplanten van 3 jaar oud met het maken van nieuwe bladeren. Na een paar weken zijn de bladeren van een plant veel groter dan die van de ander. Toch groeien ze precies naast elkaar. Wat is een mogelijke oorzaak?
a)
De plant met de grote bladeren had meer reservestoffen opgeslagen in de wortel.
b)
De plant met de grote bladeren had meer reservestoffen opgeslagen in de zaadlobben.
c)
De plant met de grote bladeren had een kleiner wortelstelsel.
d)
De plant met de grote bladeren had een kortere stengel. 
9.
Een plant is opgebouwd uit afwisselend: 
a)
Eindknop en zijknoppen 
b)
Bladoksels en okselknoppen
c)
Knopen en leden 
d)
Knopen en eindknoppen
10.
Er bestaan twee soorten planten:
a)
Houtachtige- en boomachtige planten
b)
Houtachtige- en kruidachtige planten
c)
Kruidachtige- en boomachtige planten
d)
Boomachtige- en struikachtige planten
11.
Een plant krijgt een paar dagen te weinig water. Toch blijft hij overeind staan. Wat voor soort plant is het? 
a)
Het is een houtachtige plant
b)
Het is een kruidachtige plant
12.
Een jaarring bestaat uit:
a)
Winter- en zomerhout
b)
Winter- en herfsthout
c)
Herfst- en voorjaarshout
d)
Voorjaars- en zomerhout
13.
Je kijkt de jaarringen van een boom. Het oudste hout van een boom bevindt zich:
a)
Precies in het midden van de doorsnede. Daar bevindt zich de eerste jaarring.
b)
Net onder de schorslaag. Daar bevindt zich de eerste jaarring.
c)
Ergens tussen de schorslaag en het midden van de stam in. Je kan dat niet precies bepalen.
d)
De schorslaag is het oudste want die is helemaal verdroogd en zit aan de buitenkant van de boom.
14.
Een jaarring is gedeeltelijk zwart van kleur. Wat zou een reden kunnen zijn.
a)
Dat is de kleur van het voorjaarshout. 
b)
Er was dat jaar heel veel droogte waardoor de jaarring heel smal is. Hierdoor lijkt de jaarring zwart van kleur.
c)
Er is dat jaar een bosbrand geweest. De stam is erdoor beschadigd.
d)
Dat is de kleur van het winterhout. 
15.
De belangrijkste functie van de stengel is:
a)
Het opnemen van zonlicht
b)
Het opnemen van water en voedingsstoffen
c)
Het vervoeren van water en voedingsstoffen
d)
Het vervoeren van zonlicht
16.
Hoe noem je meerdere vaten die bij elkaar liggen?
a)
Vaatkluit
b)
Vaatbundel
c)
Vaatkolonie
d)
Vaatmassa
17.
Een nieuwe jaarring bevat:
a)
Eerst lichtkleurig hout dat geleidelijk overgaat in donkerkleurig hout.
b)
Eerst donkerkleurig hout dat geleidelijk overgaat in lichtkleurig hout.