wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 1 De tijd van regenten en vorsten

Total questions: 37

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.
Welk gewest hoort niet bij de generaliteitslanden
a)
Brabant
b)
Vlaanderen
c)
Drente
d)
Limburg
2.
Welk gewest had in de Staten-Generaal de meeste invloed?
a)
Drente
b)
Brabant
c)
Zeeland
d)
Holland
3.
Welk gewest heeft de Republiek in de 80-jarige oorlog veroverd op de Spanjaarden?
a)
Drente
b)
Zeeland
c)
Brabant
d)
Friesland
4.
Uit hoeveel gewesten bestond de Republiek in de 17 eeuw?
a)
7
b)
8
c)
9
d)
10
5.
In welk jaar werd de Republiek door de Spanjaarden officieel erkend?
a)
1600
b)
1640
c)
1648
d)
1621
6.
Bij welke vrede erkenden de Spanjaarden officieel de Republiek als een Soeverein (dat betekent vrij en zelfstandig) land?
a)
Vrede van Munster
b)
Vrede van Munchen
c)
Vrede van Augsburg
d)
Vrede van Atrecht
7.
Wat was in de tijd van de Republiek de belangrijkste bestuurder binnen een gewest?
a)
Regent
b)
Stadhouder
c)
Raadspensionaris
d)
Gouverneur-Generaal
8.
Wat was in de tijd van de Republiek de belangrijkste bestuurder van de volledige Republiek
a)
Stadhouder
b)
Regent
c)
Raadspensionaris
d)
Gouverneur-Generaal
9.
In Amsterdam worden allerlei goederen opgeslagen in pakhuizen. Vanuit daar worden ze verder verhandeld. Amsterdam is een...
a)
wereldstad
b)
beurs
c)
multinational
d)
stapelmarkt
10.
De VOC handelde in specerijen in de 
a)
Noord
b)
Oost
c)
Zuid 
d)
West
11.
Een voorbeeld van een specerij is
a)
hout
b)
wol
c)
slaven
d)
kruidnagel
12.
De WIC handelde in
a)
Indonesie
b)
China
c)
Kaap de Goede Hoop
d)
Suriname
13.
De WIC ging met goud en/of hout, wol en wapens naar Ghana. Hier handelde het in slaven, deze werden vervolgens verkocht in Zuid-Amerika. Dit is een voorbeeld van
a)
Multinational
b)
Driehoekshandel
c)
beurs
d)
Stapelmarkt
14.
Welke beroepsgroep profiteerde het minst van de rijkdom in de Gouden Eeuw?
a)
kunstschilders
b)
ambachtslieden
c)
koopmannen
d)
huishoudelijk personeel
15.
Wie schilderde de Nachtwacht?
a)
Rembrandt van Rijn
b)
Jan Steen
c)
Rubens
d)
Frans Hals
16.
De VOC en WIC waren beide succesvolle ondernemingen.
a)
Ja, maar de VOC was succesvoller dan de WIC
b)
Ja, maar de WIC was succesvoller dan de VOC
c)
Nee, alleen de WIC was succesvol
d)
Nee, alleen de VOC was succesvol
17.
De Gouden Eeuw was de....
a)
15e eeuw
b)
16e eeuw
c)
17e eeuw
d)
18e eeuw
18.
In de Gouden Eeuw werden ook veel nieuwe dingen ontdekt. Nederlandse wetenschappers waren vooral goed in het slijpen van lenzen. Wie bouwde de eerste telescoop?
a)
Anthonie van Leeuwenhoek
b)
Christiaan Huygens
c)
Spinoza
d)
Jan Steen
19.
Wat was de functie van Johan van Oldenbarnevelt?
a)
Stadhouder
b)
raadpensionaris
c)
patricier
d)
regent
20.
Wat was de belangrijkste havenstad?
a)
Rotterdam
b)
Amsterdam
21.
Wat kwam uit Zweden?
a)
wijn
b)
graan
c)
haring
d)
kaneel
22.
Wat is de afkorting VOC?
a)
Verenigde Oost-Indische Compagnie
b)
Voorstelling Op Camping
c)
Verenigde Oostvarende Compagnie
23.
Waarom waren de specerijen uit Azië zo duur?
a)
De oogsten gingen vaak verkeerd
b)
Er gingen veel matrozen dood op zee
c)
De Nederlanders moesten hier heel ver voor reizen
24.
Welke gevaren kwamen de mensen op zee tegen?
a)
Scheurbuik, de pest, kielhalen, voldoende voedsel
b)
Scheurbuik, de pest, kielhalen, kapitein 
c)
Scheurbuik, de pest, kielhalen, bedorven voedsel
d)
Scheurbuik, de pest, kielhalen, voedsel
25.
Waarom ontstonden er zoveel schilders in deze eeuw?
a)
Het was bijzondere kunst
b)
De schilders werden in de vorige eeuw onderdrukt.
c)
De schilders werden steeds beter, dus konden ze meer verdienen.
d)
De mensen gingen veel geld verdienen en wilden dit graag uitgeven
26.
Waarom is Rembrandt van Rijn nog steeds zo bekend?
a)
Hij kon als geen ander gezichten schilderen.
b)
Veel mensen kochten zijn schilderijen.
c)
Hij woonde in Amsterdam en dat was de grootste havenstad.
27.
Wanneer werd Johannes Vermeer bekend?
a)
Na zijn eerste mooie schilderij
b)
Na zijn dood
c)
Rond 1672
28.
Waar werden veel schilderijen van gemaakt in de Gouden eeuw?
a)
De VOC-schepen.
b)
De rijke mensen.
c)
De gewone burger en alledaagse dingen.
29.
Waar waren de Nederlanders goed in?
a)
handelen
b)
kaneel verbouwen
c)
bedrijven oprichten
30.
Economisch systeem waarbij vraag en aanbod elkaar wereldwijd beïnvloeden.
a)
Wereldeconomie
b)
Handelskapitalisme
c)
Stapelmarkt
d)
VOC
31.
Economisch systeem waarbij koopmannen zich met handel en nijverheid bezighielden en (een deel van) de winst weer in de onderneming investeren.
a)
Wereldeconomie
b)
Handelskapitalisme
c)
Stapelmarkt
d)
VOC
32.
De VOC past zowel bij de wereldeconomie als bij het handelskapitalisme
a)
Dit is juist
b)
Dit is onjuist
33.
De VOC werd opgericht
a)
in 1590 bij de ontdekking van Amerika
b)
om de concurrentie tussen Nederlandse handelaren te verminderen
c)
door de gouverneur-generaal
d)
als opvolger van de WIC
34.
Wat is onjuist?
De Republiek werd bestuurd door
a)
regenten
b)
een centrale regering die vergaande bevoegdheden had
c)
rijke burgers en edelen
d)
mensen met een calvinistische achtergrond
35.
Leider van leger en vloot in de Republiek
a)
Stadhouder
b)
Raadpensionaris
c)
Regent
d)
Staten-Generaal
36.
De Oostzeevaart voer naar
a)
Azië
b)
Baltische Staten 
c)
Brazilië
37.
Amsterdam moest worden uitgebreid toen
a)
De VOC werd opgericht
b)
omdit dit kon, vanwege de inpoldering
c)
Antwerpen als concurrerende handelsstad verdween