wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geschiedenis Havo 1 Hfd.5

Total questions: 33

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Wat namen de Europeanen over van de Arabieren?

a)

Een nieuw soort cijfers.

b)

Het koggeschip.

c)

Kennis over de pest en de mazelen.

d)

Het kompas.

e)

De geldeconomie,

2.

Noteer het juiste begrip:

Mensen uit de rijke burgerij onder leiding van de schout die zorgden voor de rechtspraak.

(a)  

3.

Noteer het juiste begrip:

Een land met duidelijke grenzen waarin overal dezelfde wetten en regels gelden.

(a)  

4.

Noteer het juiste begrip:

Het voor landbouw bruikbaar maken van bossen en moerassen.

(a)  

5.

Noteer het juiste begrip:

Een ambachtsman die in dienst was van een meester en na zo'n 7 jaar opleiding klaar was om een ambacht zelfstandig uit te voeren.

(a)  

6.

Noteer het juiste begrip:

Een vereniging van mensen die in een stad hetzelfde beroep uitoefenen.

(a)  

7.

Noteer het juiste begrip:

Stad waarin de handel het voornaamste middel van bestaan is.

(a)  

8.
9.

Noem drie redenen voor ridders om op kruistocht te gaan.

a)

christelijke heiligdommen redden

b)

vergeving van zonden

c)

ze wilden bewijzen dat ze moedig waren

d)

hoop op een beloning

10.

Waardoor verbeterde de landbouw?

a)

halsjuk

b)

bossen werden gekapt

c)

ijzeren ploeg

d)

de bevolking groeide

11.

Wat was geen stadsrecht?

a)

een stadsmuur bouwen

b)

zelf munten slaan

c)

zelf de schout benoemen

d)

zelf de stad besturen

12.

Bij welke instellingen konden de mensen om hulp vragen?

a)

de kerk

b)

een vereniging

c)

de heer

d)

een gilde

13.

Waar of niet waar:

De kruistochten stimuleerden de opbloei van steden in Europa.

a)

waar

b)

niet waar

14.

Waar of niet waar:

De geldeconomie bemoeilijkte de opkomst van sterke staten.

a)

waar

b)

niet waar

15.

Waar of niet waar:

In de 14e eeuw kwamen goederen uit Azië naar Nederland.

a)

waar

b)

niet waar

16.

De pestepidemie is een oorzaak / gevolg van de toenemende handelscontacten.

a)

oorzaak

b)

gevolg

17.

De toenemende rijkdom van de kerk is een oorzaak / gevolg van de opkomst van de bedelorden.

a)

oorzaak

b)

gevolg

18.

De toename van het aantal ambtenaren was de oorzaak / het gevolg van de afname van de macht van de adel.

a)

oorzaak

b)

gevolg

19.

Rond 1400 waren er meer/ minder geldwisselaars in West-Europa dan rond 1000.

a)

meer

b)

minder

20.

Rond 1400 waren er mee / minder boeren die helemaal leefden van hun eigen land dan rond 1000.

a)

meer

b)

minder

21.

Kies het juiste woord:

Hamburg, Kampen en Brugge waren in de late ME wel / geen belangrijke handelssteden.

a)

wel

b)

geen

22.

Kies het juiste woord:

Arabische handelaren profiteerden wel / niet van de kruistochten.

a)

wel

b)

niet

23.

Kies het juiste woord:

Groningen viel in de late ME wel / niet onder het bisdom Utrecht.

a)

wel

b)

niet

24.

Zet de volgende personen in de juiste volgorde van hoog naar laag aanzien:

A schoenmakers-leerling

B Meester-koopman

C Bakkersgezel

D Meester-timmerman

a)

A-B-C-D

b)

B-D-A-C

c)

B-D-C-A

d)

A-C-D-B

25.

Noem 1 reden waarom een heer meerdere steden in zijn domein gaat stichten.

a)

Hij kreeg hierdoor meer aanzien.

b)

Hij ontving hierdoor meer belastinggeld.

c)

Zo zorgde hij voor meer banen, want een stad had veel beroepen nodig.

d)

Een stad aan een rivier bevorderde de handel.

26.

Waarom kon er makkelijk een stad ontstaan aan de monding van een rivier?

a)

Omdat de schepen uit verschillende richtingen bij de stad konden komen.

b)

Een rivier mondt uit in een zee. Zout water is nuttig voor een stad.

c)

Een stad kon zo goed eten krijgen.

d)

Dat kan niet, want de monding van een rivier is veel te drassig om op te kunnen bouwen.

27.

Wat hoort bij de Katharen?

a)

Christelijke kerken horen niet thuis in Jeruzalem.

b)

De katholieke kerk is veel te ver afgeraakt van het oorspronkelijke christendom. Wij willen er niet meer bij horen.

c)

Moslims moeten verjaagd worden uit Jeruzalem.

d)

Ketters moeten te dood worden veroordeeld.

28.

Wat hoort bij de Seldsjoeken?

a)

Christelijke kerken horen niet thuis in Jeruzalem.

b)

Moslims moeten verjaagd worden uit Jeruzalem.

29.

Wat hoort bij de Inquisitie?

a)

Ketters moeten ter dood worden veroordeeld.

b)

Moslims moeten verjaagd worden uit Jeruzalem.

30.

Wat hoort bij Paus Urbanus?

a)

Moslims moeten verjaagd worden uit Jeruzalem.

b)

Christelijke kerken horen niet thuis in Jeruzalem.

31.

Welke stad hoort bij deze omschrijving?

Christelijke stad aan de rand van moslimrijken.

a)

Constantinopel

b)

Jeruzalem

c)

Lubeck

d)

Venetië

32.

Welke omschrijving hoort bij deze stad?

Een van de belangrijkste bedevaartplaatsen voor christenen.

a)

Constantinopel

b)

Jeruzalem

c)

Lübeck

d)

Venetië

33.

Welke stad hoort bij deze omschrijving?

Belangrijke handelsstad.

a)

Constantinopel

b)

Jeruzalem

c)

Lübeck

d)

Venetië