wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Organen en cellen

Total questions: 37

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
2.
Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 5 
a)
lever
b)
dikke darm
c)
maag
d)
alvleesklier
3.
Hoe heet het orgaan bij nr. 2
a)
rechter long
b)
linker long
c)
hart
d)
maag
4.
Hoe heet  het orgaan dat de borstholte en de buikholte van elkaar scheidt?
a)
spierplaat
b)
middenbreuk
c)
middenrif
d)
peesplaat
5.
welke organen liggen geheel in de borstholte?
a)
hart, longen, slokdarm
b)
hart, longen, luchtpijp
c)
hart, luchtpijp, slokdarm
d)
slokdarm, longen en luchtpijp
6.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
7.
Welke organen horen bij het spierstelsel?
a)
dijbeenspier, rib, biceps
b)
biceps,triceps,nekspier
c)
hart, long, biceps
d)
aorta, holle ader, hart
8.
Welke organen horen bij het verteringsstelsel?
a)
Hart, slokdarm ,maag, dunne darm
b)
slokdarm, maag, dikke arm, longen
c)
dikke darm, dunne darm, maag, lever, slokdarm
9.
Het hart ligt aan de rechter zijde van het lichaam
a)
waar
b)
niet waar
10.
Hoe heet orgaan nummer 4
a)
lever
b)
maag
c)
hart
d)
nier
11.
Hoe heet orgaan b
a)
rechter rib
b)
middenrif
c)
linker rib
d)
linker long
12.
Wat is een weefsel?
a)
een groep cellen met dezelfde vorm en functie
b)
cellen die delen
c)
een groep cellen met een verschillende vorm
13.
Tussencelstof bestaat uit dood materiaal
a)
waar
b)
niet waar
14.
Welke volgorde is juist van groot naar klein?
a)
Organisme, orgaan, weefsel, organenstelsel, cel
b)
cel, weefsel, orgaan, organenstelsel, organisme
c)
organisme,
organenstelsel, orgaan, weefsel, cel
15.
Een cel bestaat uit levend materiaal
a)
waar
b)
niet waar
16.
Hoe heet onderdeel 1
a)
oculair
b)
tubus
c)
statief
17.
Hoe heet onderdeel 8
a)
oculair
b)
objectief
c)
revolver
18.
Wat is de functie van de revolver
a)
hiermee klem je het preparaat vast
b)
hiermee kun je naar een geschikt objectief draaien
c)
hieraan pak je de microscoop vast
19.
Hoe heet de bovenste lens waardoor je kijkt?
a)
oculair
b)
objectief
20.
Wat is de functie van de grote schroef
a)
Hiermee kun je de afstand tussen tafel en objectief snel veranderen
b)
Hiermee kun je fijn scherp stellen
c)
Hiermee regel je de hoeveelheid licht die door de lenzen valt
21.
Hoe heet dit glas?
a)
objectglas
b)
dekglas
22.
Hoeveel keer wordt een preparaat van een uivliesje vergroot als je hem bekijkt met een objectief van 100x
a)
100x
b)
1000x
c)
10x
23.
Hoe ziet de letter p eruit onder de microscoop?
a)
d
b)
b
c)
p
24.
Wat is de juiste volgorde van opruimen van de microscoop?
a)
tafel naar beneden, preparaat eraf halen, licht  uit
b)
zwarte dopje voordraaien, preparaat eraf halen, licht uit
c)
zwarte dopje voor draaien, tafel naar beneden, preparaat eraf halen, licht uit
25.
Aan welke schroef moet je draaien als je scherp wilt stellen bij een vergroting van 400x?
a)
kleine schroef en grote schroef
b)
alleen de kleine schroef
c)
alleen de grote schroef
26.

Lees de onderstaande tekst. Daarin komen verschillende niveaus van de biologie voor.

Geef bij ieder niveau een voorbeeld uit de tekst over schubdieren.

Schubdieren zijn insecteneters. Met hun kleverige tong vangen ze vooral mieren. De schubben bestaan uit keratine. Dit is dezelfde stof die de nagels en haren stevig maakt. Schubben ontstaan uit haarcellen in de huid.

a)

molecuulniveau keratine

celniveau tong

orgaanniveau haarcellen

organisme schubdieren

b)

molecuulniveau keratine

celniveau haarcellen

orgaanniveau mieren

organisme schubdieren

c)

molecuulniveau keratine

celniveau haarcellen

orgaanniveau tong

organisme schubdieren

27.

Wat is de juiste omschrijving van een populatie?

a)

een groep organismen van een zelfde soort die in een gebied met elkaar samenleven

b)

een groep organismen van een zelfde soort die in een gebied met elkaar samenleven en onderling kunnen voortplanten

c)

een groep organismen van verschillende soorten die in een gebied met elkaar samenleven

d)

een groep organismen van verschillende soorten die in een gebied met elkaar samenleven en onderling kunnen voortplanten

28.

Er worden twee beweringen gedaan over wat een ecosysteem is en wat de biosfeer is.

Bewering 1: Een ecosysteem is een bepaald gebied met alle erin levende organismen.

Bewering 2: De biosfeer is alles wat op de aarde voorkomt.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

a)

1

b)

2

c)

1 en 2 zijn juist

d)

1 en 2 zijn onjuist

29.

In de afbeelding zie je Jakobskruiskruid. Deze plant is zeer giftig voor veel zoogdieren. De plant bevat bepaalde stoffen die PA's worden genoemd. Als een dier Jakobskruiskruid eet, worden de PA's in de dunne darm omgezet in een giftige stof. Dit gif komt met het bloed onder andere in de lever terecht en kan daar het DNA in de levercellen beschadigen.


Welke niveaus van de biologie worden genoemd in de tekst over het Jakobskruiskruid?

a)

molecuul, cel , orgaan, populatie

b)

molecuul, cel, orgaan, ecosysteem

c)

molecuul, orgaan, organisme, ecosysteem

d)

molecuul, cel, orgaan en organisme

30.

Bepaalde delen van het DNA van een mens bevatten informatie over de stoffen die de kleur van de ogen bepalen.


Waar bevindt zich dit DNA in een cel?

a)

celwand

b)

celkern

c)

cytoplasma

d)

celmembraan

31.

Bodybuilders hebben een gespierd lichaam.


Is het hebben van zo'n gespierd lichaam een erfelijke eigenschap?

a)

ja

b)

nee

32.

In de afbeelding zie je een oog. Het gekleurde deel van het oog heet de iris.


Bevat een cel in de iris 46 chromosomen?

a)

ja

b)

nee

33.

5.

In het DNA vormen de basen A, C, G en T vaste paren.


Welke paren zijn dat?

a)

A en G, C en T

b)

A en C, G en T

c)

A en T, C en G

34.

Jasper en Noah bekijken klaargemaakte preparaten van spiercellen en zenuwcellen. Het valt hen op dat de cellen er erg verschillend uitzien.

Jasper zegt dat dit komt doordat spiercellen en zenuwcellen verschillende genen hebben.

Noah zegt dat dit komt doordat bij spiercellen andere genen actief zijn dan bij zenuwcellen.

Wie heeft gelijk?

a)

Noah

b)

Jasper

35.

In de afbeelding zie je Jakobskruiskruid. Deze plant is zeer giftig voor veel zoogdieren. De plant bevat bepaalde stoffen die PA's worden genoemd. Als een dier Jakobskruiskruid eet, worden de PA's in de dunne darm omgezet in een giftige stof. Dit gif komt met het bloed onder andere in de lever terecht en kan daar het DNA in de levercellen beschadigen.


In welk organel van de levercel zal de beschadiging plaatsvinden?

a)

celwand

b)

celmembraan

c)

celkern

d)

cytoplasma

36.

Joris en Sem bekijken klaargemaakte preparaten van levercellen en huidcellen van een koe. Het valt hen op dat de cellen er erg verschillend uitzien.

Joris zegt dat de levercellen en huidcellen dezelfde chromosomen hebben, maar dat bij levercellen een ander deel van de chromosomen actief is dan bij huidcellen.

Sem zegt dat dit komt doordat levercellen en huidcellen verschillende chromosomen hebben.

Wie heeft gelijk?

a)

Joris

b)

Sem

c)

beide hebben gelijk

37.

De celdeling wordt geregeld vanuit:

a)

cytoplasma

b)

chromosomen

c)

celmembraan

d)

vacuole