wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

werkwoordspelling TT

Total questions: 8

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.
Hoeveel ____ (betalen) hij voor die nieuwe fiets?
a)
betaalt
b)
betaald
c)
betaaldt
2.
Als je naar de dokter moet, ____ (melden) je dit bij de receptie.
a)
meld
b)
melt
c)
meldt
3.
De leerling ___ (downloaden) het oefenbestand.
a)
download
b)
downloat
c)
downloadt
4.
Dit ____ (gebeuren) me anders nooit!
a)
gebeurd
b)
gebeurt
c)
gebeurdt
5.
Hoe ____ (worden) dit woord gespeld?
a)
word
b)
wort
c)
wordt
6.
Ik ____ (laden) alle spullen in de vrachtwagen.
a)
laad
b)
laat
c)
laadt
7.
Hij_______(branden) zijn vingers aan de kaars.
a)
brand
b)
brandt
c)
brant
d)
branden
8.
Wat is het hele werkwoord van -blus
a)
blusen
b)
blust
c)
blussen
d)
blazen