NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWoordenschat Geld
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Alles over inkomsten en uitgaven bewaar je in ...
a)
De administratie
b)
Financieel
c)
De portemonee
d)
De rekening
2.
Geld bewaren voor later
a)
Sparen
b)
Rekening
c)
Administratie
d)
Financieel
3.
Ik koop nieuwe kleding Dit zijn ..
a)
Inkomsten
b)
Uitgaven
c)
geen van bovenstaande
4.
Mijn salaris krijg ik elke maand.
a)
Inkomsten
b)
Uitgaven
5.
Vanaf 18 jaar ben je zelf financieel verantwoordelijk
a)
Waar
b)
Niet waar
6.
Muntjes en briefjes noem je ...
a)
Contant geld
b)
Plastic geld
7.
Besparen betekent ...
a)
Meer geld uitgeven
b)
Minder geld uitgeven
8.
Rekeningen die je iedere maand moet betalen noem je ...
a)
Vaste lasten
b)
Variabele lasten
c)
Rekeningen
d)
Huur
9.
Zelfstandig betekent ...
a)
Dat je iets zelf kunt zonder hulp
b)
Dat je zelf kan staan
c)
Dat je niet luistert naar anderen
d)
Dat je ouders je helpen
10.
Van welke bank is dit het logo?
a)
ING-BANK
b)
RABOBANK
c)
ABN AMRO
11.
Iedere dag bijhouden wat je inkomsten en uitgaven zijn doe je in een ...
a)
Administratie
b)
Kasboek
12.
Als je geld geleend hebt maar het niet terug betaald dan heb je ...
a)
Vaste lasten
b)
Schulden
c)
Rekeningen
d)
Hypotheek
13.
Als je een huis koopt kun je dit meestal niet in 1 keer betalen. Je kunt dan geld lenen. Deze lening noem je een ...
a)
Hypotheek
b)
Rekening
c)
Schuld
d)
Vaste lasten
14.
Met je pinpas kun je ...
a)
Contactloos betalen
b)
Pinnen
c)
Contant betalen
d)
Contactloos betalen en pinnen
15.
Van te voren bedenken hoeveel geld je uitgeeft is slim. Je hebt dan ..
a)
Een budget
b)
Schulden
c)
Een kasboek
d)
Vaste lasten
Reset
