wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stikstofkringloop 5H

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
In welke moleculen zitten altijd stikstofatomen?
a)
Koolhydraten
b)
Eiwitten
c)
Vetten
d)
Alle drie de antwoorden zijn goed
2.
In welke vorm nemen de meeste planten stikstof op?
a)
Nitriet
b)
Nitraat
c)
Ammonium
d)
Ammoniak
3.
Welk(e) proces(sen) vindt/vinden plaats in levende planten?
a)
Anorganische stikstofverbindingen worden omgezet in organische stikstofverbindingen
b)
Organische stikstofverbindingen worden omgezet in anorganische stikstofverbindingen
c)
Organische stikstofverbindingen worden omgezet in andere organische stikstofverbindingen
d)
Alle drie de processen vinden plaats in levende planten
4.
Nitrificatie vindt plaats in een zuurstofrijke omgeving
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
Denitrificatie vindt plaats in een zuurstofrijke omgeving
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
Denitrificatie vindt niet plaats in bacteriën
a)
Juist
b)
Onjuist
7.
Sommige planten hebben stikstofbindende bacteriën in knolletjes aan hun wortels. Deze planten kunnen stikstof ook in een andere vorm opnemen dan nitraat. Welke vorm is dat?
a)
Nitriet
b)
Ammonium
c)
Ammoniak
d)
Als stikstofgas (N2)
8.
Wat is het voordeel voor de bacterie in de knolletjes?
a)
De bacterie wordt beschermd door de plant
b)
De bacteriën krijgen glucose van de plant
c)
De bacteriën krijgen water via de plant
d)
De bacterie krijgt zuurstof van de plant
9.
Hoe kun je de rol van de stikstofbacteriën in wortelknolletjes het beste omschrijven?
a)
Ze zetten anorganische stikstofverbindingen om in andere anorganische stikstofverbindingen
b)
Ze zetten anorganische stikstofverbindingen om in organische stikstofverbindningen
c)
Ze zetten organische stikstofverbindingen om in anorganische stikstofverbindingen
d)
Ze zetten organische stikstofverbindingen om in andere organische stikstofverbindingen
10.
Hoe noemen we de vorm van symbiose tussen de plant en de bacteriën in de wortelknolletjes?
a)
Mutualisme
b)
Commensalisme
c)
Parasitisme
d)
Communisme
11.
Welk(e) processen vindt/vinden plaats in jou?
a)
Anorganische stikstofverbindingen worden omgezet in organische stikstofverbindingen
b)
Organische stikstofverbindingen worden omgezet in anorganische stikstofverbindingen
c)
Beiden
d)
Geen van beiden
12.
Welke organismen zetten nitraationen om in eiwitten?
a)
Producenten
b)
Reducenten
c)
Consumenten
d)
Alledrie
13.
Welke ionen in de bodem maken deel uit van de stikstofkringloop?
a)
Nitraat
b)
Nitriet
c)
Ammonium
d)
Alledrie
14.
Hoe worden in Binas de anorganische stikstofverbindingen weergegeven
a)
Met groen
b)
Met grijs
c)
Met  blauw/paars
d)
Met lichtbruin
15.
Welke stikstofhoudende verbinding wordt geproduceerd door reducenten?
a)
Ammoniak
b)
Nitraat
c)
Nitriet
d)
Stikstofoxiden
16.
Wat wordt verstaan onder 'groenbemesting'?
a)
Dat is bemesting d.m.v. duurzame grondstoffen
b)
Dat is bemesting d.m.v. kunstmest uit groene zakken
c)
Dat is bemesting d.m.v. onderploegen van speciale soorten planten
17.
Foraminiferen (eencellige diertjes in zeewater) kunnen nitraat omzetten in zuurstof en stikstofgas. Welke gevolgen heeft deze omzetting voor de stikstofkringloop in zee?
a)
Er ontstaat een overmaat aan zuurstof
b)
De hoeveelheid ammoniak daalt
c)
De algen groeien minder snel
d)
De nitraatbacteriën groeien sneller
18.
In hoeveel vormen kan een plant stikstofatomen opnemen?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
19.
Welke organismen produceren ureum of urinezuur?
a)
Producenten
b)
Consumenten
c)
Reducenten
d)
Alledrie
20.
Via hoeveel manieren kan er volgens Binas nitraat worden gevormd?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4