NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsVoltooid deelwoord 5.2
Total questions: 10
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Klik op het voltooid deelwoor.
Ik ben naar school gelopen
Ik ben naar school gelopen
a)
Ik
b)
ben
c)
ben gelopen
d)
gelopen
2.
Klik op het voltooid deelwoord.
Het water heeft veel schade aangericht.
Het water heeft veel schade aangericht.
a)
aangericht
b)
schade
c)
veel schade
d)
heeft
3.
Klik op het voltooid deelwoord.
Heb je alles wel goed onthouden?
Heb je alles wel goed onthouden?
a)
alles
b)
je
c)
heb
d)
onthouden
4.
Klik op het voltooid deelwoord.
Ik heb je helaas niet helemaal begrepen.
Ik heb je helaas niet helemaal begrepen.
a)
heb
b)
helaas
c)
begrepen
d)
helemaal
5.
Welk voltooid deelwoord is foutloos geschreven en past in de zin?
Ik heb met de hond langs de Waal..................................................
Ik heb met de hond langs de Waal..................................................
a)
gewandelt
b)
gewandeld
c)
gewandeldt
d)
gewandelen
6.
Welk voltooid deelwoord is foutloos geschreven en past in de zin?
Ik heb de vraag goed............................
Ik heb de vraag goed............................
a)
beantwoordt
b)
beantwoort
c)
beantwoord
d)
beandwoord
7.
Welk voltooid deelwoord is foutloos geschreven en past in de zin?
Ik heb gisteren een heerlijke taart......................................
Ik heb gisteren een heerlijke taart......................................
a)
gebakken
b)
gebakt
c)
gebakd
d)
gebaken
8.
Welk voltooid deelwoord is foutloos geschreven en past in de zin?
Wat is er...............................................?
Wat is er...............................................?
a)
gebeurd
b)
gebeurt
c)
gebeuren
d)
gebeurdt
9.
Welk voltooid deelwoord is foutloos geschreven en past in de zin?
Waarom ben je gisteren niet .........................................?
Waarom ben je gisteren niet .........................................?
a)
gekommen
b)
gekwam
c)
gekomen
d)
gekomt.
10.
Welk voltooid deelwoord is foutloos geschreven en past in de zin?
Wat heb jij daar.....................................?
Wat heb jij daar.....................................?
a)
gevondden
b)
gevindt
c)
gevond
d)
gevonden
Reset
