wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordsoorten

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.
 Wat is het gekleurde woordsoort? In de metro kwam ik een oude vriend tegen.
a)
znw
b)
bijv.nw
c)
lw
d)
aanw.vnw
2.
Wat is het gekleurde woordsoort? Uit het huis sloegen de vlammen omhoog.
a)
znw
b)
lw
c)
bnw
d)
aanw.vnw
3.
Heb je je hieraan gesneden? Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
pers.vnw
b)
aanw.vnw
c)
bijv.nw
d)
znw
4.
Ik heb je fiets even geleend.HET GEKLEURDE WOORDSOORT = 
a)
aanw.vnw
b)
bijv.nw
c)
bez.vnw
d)
znw
5.
Ik heb je fiets even geleend. Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
aanw.vnw
b)
bez.vnw
c)
pers.vnw
d)
znw
6.
Die fiets van jou is veel beter dan die van mij. Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
bez.vnw
b)
pers.vnw
c)
bijv.nw
d)
aanw.vnw
7.
We hadden ons erg verheugd op hun bezoek. Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
bez.vnw
b)
pers.vnw
c)
aanw.vnw
d)
vragend vnw
8.
We hadden ons erg verheugd op hun bezoek. Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
vragend vnw
b)
bez.vnw
c)
aanw.vnw
d)
pers.vnw
9.
Kun je haar niet opbellen met mijn telefoontje? Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
pers.vnw
b)
bijv.nw
c)
bez.vnw
d)
aanw.vnw
10.
Kun je haar niet opbellen met mijn telefoontje? Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
aanw.vnw
b)
bez.vnw
c)
bijv.nw
d)
vragend vnw
11.

We moeten haar waarschuwen voor m’n overburen.

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
bijv.nw
b)
pers.vnw
c)
bez.vnw
d)
aanw.vnw
12.

We moeten haar waarschuwen voor m’n overburen.

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
pers.vnw
b)
aanw.vnw
c)
bez.vnw
d)
znw
13.

  Is deze fiets door jou beschilderd?

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
pers.vnw
b)
bez.vnw
c)
aanw.vnw
d)
znw
14.
  Is deze fiets door jou beschilderd? Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
bez.vnw
b)
voorzetsel
c)
bijv.nw
d)
aanw.vnw
15.

  Is deze fiets door jou beschilderd?

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
bez.vnw
b)
aanw.vnw
c)
pers.vnw
d)
bijv.nw
16.
Kun jij je dat niet herinneren? Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
pers.vnw
b)
bez.vnw
c)
voorzetsel
d)
znw
17.
Kun jij je dat niet herinneren? Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
pers.vnw
b)
aanw.vnw
c)
bez.vnw
d)
vragend vvnw
18.

Wat doe je?

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
pers.vnw
b)
voorzetsel
c)
vragend vnw
d)
bez.vnw
19.
Bij Gouda is bijna een trein ontspoord door natte bladeren. Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
per.vnw
b)
aanw.vnw
c)
bijv.nw
d)
znw
20.
Bij Gouda is bijna een trein ontspoord door natte bladeren. Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
voorzetsel
b)
lidwoord
c)
bijv.nw
d)
bez.vnw
21.
Onze leraar verbetert ons werk altijd met een groene pen. Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
pers.vnw
b)
bez.vnw
c)
lidwoord
d)
bijv.nw
22.

Onze leraar verbetert ons werk altijd met een groene pen.

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
pers.vnw
b)
znw
c)
bez.vnw
d)
voorzetsel
23.

Welke auto bedoel je?

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
pers.vnw
b)
vragend vnw
c)
bez.vnw
d)
znw
24.

Onze leraar verbetert ons werk altijd met een groene pen.

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
bez.vnw
b)
pers.vnw
c)
bijv.nw
d)
znw
25.

Ze had de telefoon nog in haar hand.

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
lidwoord
b)
bez.vnw
c)
pers.vnw
d)
aanw.vnw
26.

Ze had de telefoon nog in haar hand.

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
znw
b)
lidwoord
c)
voorzetsel
d)
vragend vnw
27.
Ze had de telefoon nog in haar hand. Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
znw
b)
lidwoord
c)
aanw.vnw
d)
voorzetsel
28.
Ze hebben zich vergist in onze bedoelingen. Wat is het gekleurde woordsoort?
a)
aanw.vnw
b)
vragend vnw
c)
bez.vnw
d)
pers.vnw
29.

Ze hebben zich vergist in onze bedoelingen.

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
bez.vnw
b)
vragend vnw
c)
bijv.nw
d)
znw
30.

Wat voor fiets wil je kopen?

Wat is het gekleurde woordsoort?

a)
vragend vnw
b)
bez.vnw
c)
bijv.nw
d)
znw
31.
Bij aanw.vnw gebruik je "die" en "deze" vóór zelfstandig naamwoorden  met het lidwoord "de"
a)
waar
b)
niet waar
32.
Bij aanw.vnw gebruik je "dit" en "dat" vóór zelfstandig naamwoorden met het lidwoord "het"
a)
niet waar
b)
waar