wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het bijvoeglijk naamwoord

Total questions: 24

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.
Waar zegt een bijvoeglijk naamwoord iets over?
a)
Een lidwoord
b)
Een werkwoord
c)
Een zelfstandig naamwoord
d)
Een bijwoord
2.
Waar staat het bijvoeglijk naamwoord in het Frans meestal?
a)
Voor het zelfstandig naamwoord
b)
Achter het zelfstandig naamwoord
3.

Sommige bijvoeglijk naamwoorden staan voor het zelfstandig naamwoord zoals:

a)

sportif, intensif, heureux, jaloux, nouveau, national

b)

blue, vert, jaune, rouge, noir, blanc, gris

c)

bon, beau, joli, grand, long, petit, jeune viex, nouveau, gros, mauvais, haut

4.
Wanneer een bijvoeglijk naamwoord vrouwelijk is krijg je een extra ...
a)
s
b)
t
c)
e
d)
a
5.
Wat gebeurd er als het bijvoeglijk naamwoord al eindigt op een 'e'?
a)
Er komt een extra 'e'
b)
Er gebeurt niks, het bijvoeglijk naamwoord blijft hetzelfde
c)
Er komt een accent aigu op de 'e'
6.
Wanneer een bijvoeglijk naamwoord meervoud is krijg je een extra ...
a)
s
b)
t
c)
e
d)
a
7.

Wat gebeurt er wanneer een bijvoeglijk naamwoord al eindigt op een 's' in het meervoud?

a)

De laatste letter verdubbeld

b)

Alleen de 'x' krijgt nog een extra 's'

c)

Er gebeurt niks met het woord

8.
Wat gebeurt er in het mannelijk meervoud als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op 'eau'?
a)
Er komt een S achter
b)
Er komt een X achter
c)
Er gebeurt niks met het woord
9.
Wat gebeurt er in de vrouwelijke vorm als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op een 'f'? (bijvoorbeeld sportif)
a)
De 'f' verandert in 've' (sportive)
b)
Er komt een 'e' achter (sportife)
c)
De 'f' verandert in 'ffe' (sportiffe)
10.
Wat gebeurt er in de vrouwelijk vorm als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op een 'x'? (bijvoorbeeld heureux)
a)
Er komt een 'e' achter (heureuxe)
b)
De 'x' verandert in 'se' (heureuse)
c)
De 'x' verandert in 'ce' (heureuce)
11.
Sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben een onregelmatige vrouwelijk vorm zoals:
a)

beau, gros et blanc

b)

beau, grand, blanc

c)

beau, long, petit

12.
Kies de zin met de goede vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
a)
C'est une petit maison
b)
C'est une maison petit
c)
C'est une petite maison
d)
C'est une maison petite
13.
Kies de zin met de goede vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
a)
vous avez des gross chiens
b)
Vous avez des gros chiens
c)
Vous avez des chiens gross
d)
Vous avez des chiens grosse
14.
Kies de zin met de goede vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
a)
Elle a fait une bonne soupe
b)
Elle a fait une bone soupe
c)
Elle a fait une soupe bon
d)
Elle a fait une soupe bonne
15.
Kies de zin met de goede vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
a)
Marie a acheté une blanche jupe
b)
Marie a acheté une blance jupe
c)
Marie a acheté une jupe blanche
d)
Marie a acheté une jupe blance
16.
Kies de zin met de goede vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
a)
C'est une situation dangereuxe
b)
C'est une situation dangereuse
c)
C'est une dangereuxe situation
d)
C'est une dangereuese situation
17.

Apprendre 5 - bijvoeglijk naamwoord


Kies het juiste bijvoeglijk naamwoord in de zin:


Tu as vu la maison ..... au centre-ville? (gek)

a)

fou

b)

foue

c)

folle

d)

fous

18.

Apprendre 5 - bijvoeglijk naamwoord


Kies het juiste bijvoeglijk naamwoord in de zin:


Ce sont deux ...... garçons. (groot)

a)

grand

b)

grande

c)

grands

d)

grandes

19.

Apprendre 5 - bijvoeglijk naamwoord


Kies het juiste bijvoeglijk naamwoord in de zin:


Marie a une soeur ..... (jaloers = jaloux)

a)

jaloux

b)

jalouxe

c)

jalouse

d)

jalouses

20.

7. Op welke plek komt het bijvoeglijk naamwoord?


Tu as une (1) chambre (2). (jolie)

a)

1

b)

2

21.

Op welke plek komt het bijvoeglijk naamwoord?


Le prof donne une (1) interro (2). (difficile)

a)

1

b)

2

22.

Op welke plek komt het bijvoeglijk naamwoord?


Marie porte un (1) teeshirt (2). (beau)

a)

1

b)

2

23.

Mes trois soeurs sont (a)   au collège. (nieuw)

24.

Tu portes une très (a)   veste. (mooi)