NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsH3 p1,2,3
Total questions: 32
Worksheet time: 16mins
Name
Class
Date
1.
Hoe heette de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk?
a)
Istanbul
b)
Constantinopel
c)
Rome
d)
Londen
2.
Door welke gebeurtenis ging het West-Romeinse Rijk ten onder?
a)
Door een vulkaanuitbarsting
b)
Door een enorme aardbeving
c)
Door de Grote Volksverhuizing
d)
Door een oorlog met de Grieken
3.
Welke stam veroorzaakte de Grote Volksverhuizing?
a)
Barbaren
b)
Vandalen
c)
Hunnen
d)
Grieken
4.
In welk jaar werd de laatste Romeinse keizer van het westen afgezet?
a)
350
b)
410
c)
450
d)
476
5.
Hoe heette de laatste West-Romeinse keizer?
a)
Julius Caesar
b)
Julius Augustus
c)
Romulus Augustulus
d)
Nero
6.
Hoe noem je het als een land of een stam een ander land binnenvalt?
a)
Oorlog
b)
Ruzie
c)
Conflict
d)
Invasie
7.
Welke stam woonde niet in Nederland aan het begin van de middeleeuwen?
a)
Hunnen
b)
Saksen
c)
Friezen
d)
Franken
8.
Hoe noemen we de tijd die begint nadat het West-Romeinse Rijk ten onder is gegaan?
a)
Oudheid
b)
Griekse tijd
c)
Middeleeuwen
d)
Prehistorie
9.
Welk begrip hoort bij deze omschrijving?
Iemand die stukken land uitleende in ruil voor trouw en steun
Iemand die stukken land uitleende in ruil voor trouw en steun
a)
Leenheer
b)
Leenman
c)
Ridder
d)
Paus
10.
Wat is een domein?
a)
Hier stond de hoeve van de heer
b)
Moerassen en bossen
c)
Gebied waar een heer de baas was.
d)
Gebied waar boerderijtjes van de boeren en hun gezinnen stonden
11.
Waarom begon Karel de Grote het leenstelsel?
a)
Omdat hij een enorm gebied had om te besturen en hij dit alleen kon met een groot en betrouwbaar leger.
b)
Omdat hij een enorm gebied had om te besturen en hij dit niet alleen wilde doen
c)
Omdat hij zijn grond wilde onderverdelen onder zijn leenmannen omdat ze zulke goede leenmannen waren
d)
Omdat hij graag belasting wilde ontvangen en daarom zijn land uitleende.
12.
Waar of niet waar:
De leenmannen gingen hun grond als hun eigendom zien en het doorgeven aan hun zoons.
De leenmannen gingen hun grond als hun eigendom zien en het doorgeven aan hun zoons.
a)
Waar
b)
Niet waar
13.
Wat is geen titel van de adel:
a)
Hertog
b)
Baron
c)
Graaf
d)
Priester
14.
Wat is ontginnen?
a)
Werkzaamheden die je voor de heer doet.
b)
Grond geschikt maken voor de landbouw
c)
Een samenleving waar je elkaar met geld betaald
d)
Als je in strijd met de kerk leeft.
15.
Wat is een leenheer?
a)
Iemand die land uit leent om voor zijn land te zorgen.
b)
Iemand die eten geeft en het later terug krijgt.
c)
Iemand die geld uitleent.
d)
Iemand die geneesmiddelen uitleent voor ruilhandel.
16.
Hoe heten de twee rijken na de val van Rome?
a)
Noord en Zuid Romeinse rijk
b)
Oost en West Romeinse rijk
c)
Groot en klein Romeinse rijk
d)
Wit en rood Romeinse rijk
17.
Hoe heet het als je al horigen moest werken voor een heer?
a)
Medeplicht
b)
Herenzaken
c)
Herendiensten
d)
Dienstplicht
18.
Wat is een autarkie?
a)
Ze kochten dingen van andere stammen.
b)
Ze maakte alles zelf.
c)
Ze leenden van andere stammen.
d)
Oude mensen gingen door door ziekte.
19.
Bij wie moesten de boeren bescherming zoeken toen de Romeinen vertrokken?
a)
De rijke boeren.
b)
Bij de Romeinen.
c)
Bij zichzelf.
d)
Bij de elfjes.
20.
In welke tijd begonnen de monniken en de ridders?
a)
500
b)
800
c)
- 3000
d)
400
21.
Uit welk land komt Karel de Grote?
a)
Nederland
b)
Italë
c)
Duitsland
d)
Frankrijk
22.
Wie heeft Karel de Grote gekroond?
a)
De ridders
b)
De paus
c)
De monniken
d)
Zijn beste vriend
23.
Wie konden in de Middeleeuwen lezen en schrijven?
a)
De ridders
b)
Karel de Grote
c)
De monniken
d)
Iedereen
24.
Hoe lang duurde de Middeleeuwen?
a)
1000 jaar
b)
500 jaar
c)
200 jaar
d)
800 jaar
25.
In de tijd van monniken en ridders gingen boeren op domeinen wonen omdat...
a)
De mooiste huizen op het domein van de heer stonden
b)
Je op een domein zeker wist dat je altijd genoeg te eten had
c)
mensen dachten/hoopten dat het leven op een domein veiliger was.
d)
mensen het belangrijk vonden om bij elkaar te wonen
26.
De heer, zijn soldaten en horigen woonden samen op ...
a)
Het stadje
b)
Het hof
c)
Het domein
d)
Het hele grondgebied
27.
Herendiensten zijn...
a)
Betaalde klusjes die de Heer voor de horigen moet doen
b)
Betaalde klusjes die horigen voor de heer moeten doen.
c)
Onbetaalde klusjes die de Heer voor de horigen moet doen
d)
Onbetaalde klusjes die horigen voor de heer moeten doen.
28.
Het systeem met horigen op een domein noemen we het...
a)
Leenstelsel
b)
Hofdomein
c)
Hofstelsel
d)
Leendomein
29.
In welk jaar wordt de Karolinger Karel de Grote tot keizer gekroond?
a)
700
b)
800
c)
900
d)
1000
30.
Wat is het vroonhof?
a)
Het hof waar de horigen wonen.
b)
De gronden waar je hout sprokkelt.
c)
Het stuk grond dat de heer uitbaat.
31.
Wat doet een domein dat een zelfvoorzienende economie nastreeft?
a)
Het domein probeert zelf alle goederen te produceren die het nodig heeft.
b)
De inwoners van het domein gaan regelmatig op plundertocht om zichzelf te bevoorraden.
c)
Het domein voorziet hoeveel het zelf gaat produceren.
d)
Binnen het domein moet ieder voor zichzelf zorgen.
32.
Welke gevolgen had het verdwijnen van de Romeinen?
a)
handel bloeide op
b)
handel verdween
c)
kwam rust in Europa
d)
keizer bleef langer regeren
Reset
