NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsHavo 2. H5. Koninkrijk der Nederlanden P1 & P2
Total questions: 25
Worksheet time: 13mins
Name
Class
Date
1.
Hoe heette de Nederlandse koning wiens macht werd afgenomen door de grondwet?
a)
Willem-Alexander
b)
Willem van Hartogh
c)
Willem III
d)
Willem II
2.
In welk jaar kwam er een grondwet in Nederland die de macht van de koning grotendeels weghaalde?
a)
1995
b)
1848
c)
1789
d)
1500
3.
In 1815 werd de republiek der zeven verenigde Nederlanden opgeheven en samengevoegd met Belgie. Men wilde namelijk een sterk gebied dat een nieuwe Napoleon zou kunnen tegenhouden. Hoe heette Nederland vanaf toen?
a)
Republiek der 14 verenigde Nederlanden
b)
Koninkrijk Holland
c)
Koninkrijk der Nederlanden
d)
Duitse Staten
4.
Hoe noem je een koninkrijk met een grondwet?
a)
Een monarchie
b)
Een constitutionele monarchie
c)
Een land met een grondwet (lmg)
d)
Een revolutionaire monarchie
5.
Na 1848 mocht de Nederlandse koning niet meer kiezen wie er in het parlement kwam. Hoe werd dit toen geregeld?
a)
De functie werd erfelijk
b)
Verkiezingen
c)
Er werden mensen uit de adelijke stand gekozen
6.
Wat was GEEN ingevoerde verandering na de grondwet van 1848?
a)
Parlement keurde wetten goed
b)
Parlement werd machtiger dan de koning
c)
Stemrecht voor iedereen
7.
In welke volgorde werd het stemrecht in Nederland ingevoerd?
a)
Rijke mannen - Alle mannen - Alle mannen en vrouwen
b)
Rijke mannen - Rijke mannen en vrouwen - Alle mannen en vrouwen
c)
Rijke mannen - Alle mannen en vrouwen
8.
In 1848 gaf de koning opdracht een nieuwe grondwet te maken. Welke koning gaf die opdracht?
a)
Willem 1
b)
Willem 2
c)
Willem 3
d)
Wilhelmina
9.
Na 1848 moeten de ministers verantwoording afleggen aan het parlement.
a)
Juist
b)
Onjuist
10.
De Tweede Kamer werd na 1848 direct gekozen, de Eerste Kamer indirect.
a)
Juist
b)
Onjuist
11.
Tussen 1850 en 1900 zaten er vooral liberalen in het parlement. Dat waren .....
a)
boeren en landarbeiders
b)
fabrikanten en ondernemers
c)
onderwijzers en leraren
d)
fabrieksarbeiders en bankiers
12.
Door de industriële revolutie werden producten sneller gemaakt.
a)
Waar
b)
Niet waar
13.
Waaruit bestaat het Nederlandse parlement?
a)
Regering en kabinet
b)
Tweede Kamer
c)
Eerste Kamer
d)
Eerste en Tweede Kamer
14.
Wat werd het belangrijkste machtsmiddel na de uitvinding van de fabrieken?
a)
Grondbezit
b)
Erfelijke status
c)
Geld (kapitaal)
d)
Wapens
15.
Hoe noemen we de opkomst van de fabrieken?
a)
Fabriekenexplosie
b)
Industrialisatie
c)
Urbanisatie
d)
Industrie-explosie
16.
In welk jaar kreeg Nederland een nieuwe grondwet
a)
1750
b)
1848
c)
1925
d)
1980
17.
In dit jaar werd Willem II koning van Nederland
a)
1848
b)
1840
c)
1815
18.
De Belgen kwamen in dit jaar in opstand tegen Nederland
a)
1830
b)
1930
c)
1848
d)
1839
19.
Deze uitspraak past bij de grondwetswijziging van 1848
a)
de koning bestuurde door middel van koninklijk besluit
b)
het parlement moest naar de koning luisteren
c)
elke vier jaar kwamen er verkiezingen voor de Tweede kamer
d)
de koning stelt de Eerste Kamer samen
20.
In dit jaar ontstond het koninkrijk der Nederlanden
a)
1813
b)
1814
c)
1815
d)
1816
21.
waneer was napoleon verslagen?
a)
1812
b)
1976
c)
1813
d)
2000
22.
In welke twee groepen werd de regering opgesplitst?
a)
burgemeester en wedhouder
b)
Eerste en Tweede kamer
c)
Eerste en Derde Kamer
23.
wat is de grondwet?
a)
De wet van de grond.
b)
is de wet van een land met regels voor iedereen.
c)
de wet van een land voor de rijke mensen.
d)
De wet van de hele wereld.
24.
Wat is de Tweede kamer?
a)
bedenkt alle regels voor een land.
b)
bedenkt wetten en regeert de wereld.
c)
De tweede kamer regeert de Eerste Kamer.
d)
bedenkt de wetten en regeert het land.
25.
Wat deed Johan Rudolf thorbecke
a)
Hij zat in de tweede kamer
b)
Hij wijzigde opdrachten van de koning.
c)
Hij was een admiraal
d)
hij regeerde het land
Reset
