wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

huiswerk werkwoord spelling Nathan Nienke en Irma

Total questions: 23

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Aangeven V.t De spelers ..... ... dat er gewisseld moest worden.

a)

Gaf aan

b)

aan geven

c)

geven aan

d)

Gaven aan

2.

denken t.t De jury ..... dat zij wel eens de finale zou kunnen halen.

a)

dacht

b)

denken

c)

dachten

d)

Denkt

3.

Inslaan volt.d Voor het afscheidsfeest werd heel veel lekkers .......... .

a)

ingeslaan

b)

Sloegen in

c)

ingeslagen

d)

Sloegen

4.

v.t aankomen het slechte nieuws .... ontzettend hard ... bij de familie

a)

aan kwam

b)

kwamen aan

c)

kwam aan

d)

weet ik niet

5.

Uitwijzen t.t het onderzoek ..... ... of hij schuldig is of niet.

a)

Wees uit

b)

wijst naar

c)

Wijst uit

d)

weet ik niet

6.

Afzien v.t. PSV... .. van een eventuele transfer van Kevin Senft.

a)

ziet af

b)

zag af

c)

zien af

d)

zagen af

7.

Sterven v.t. We ........ van de dorst na die hele lange estafette!

a)

sierven

b)

stierven

c)

storven

d)

Stiefen

8.

Lezen t.t. Wat is het toch heerlijk als je per dag een kwartiertje .....

a)

las

b)

lezen

c)

leest

d)

gelezen

9.

afstaan volt.d Sommige ouders hebben hun op jongere leeftijd hun kind .........

a)

afgestaan

b)

afstaan

c)

afstond

d)

afgestonden

10.

uitkiezen vt wij........hem.........vanwege zijn sleeppush met hockey!

a)

kozen uit

b)

uit kozen

c)

kiezen uit

d)

kazen uit

11.

toegeven t.t Tamara........... .......dat ze veel wisselt van vriendjes

a)

gaf toe

b)

gaft toe

c)

geeft toe

d)

gef te

12.

achterblijven t.t. De autocoureur ...... ...... op de snelle kopgroep

a)

bleeft achter

b)

bleef achter

c)

blijft achter

d)

blijf achter

13.

doorbrengen v.t. oma en opa ........ de hele dag .... in de dierentuin

a)

brengten door

b)

bracht door

c)

brachten door

d)

brengt door

14.

opkopen v.t Willem en Teun ....... spullen ..... van failliete bedrijven

a)

Kochten op

b)

kopen op

c)

koop op

d)

kocht op

15.

uitzoeken volt.d Rob heeft al zijn troep uit zijn kamer .........

a)

uitgezoeken

b)

uitgezocht

c)

uitgezochten

d)

uitgezochten

16.

afwijzen v.t. De bruid ....... de bruidegom bij het altaar keihard ....

a)

wees af

b)

wijst af

c)

wijzen af

d)

wezen af

17.

nazeggen t.t. Lindsey ...... de moeilijke Franse woorden...

a)

zei na

b)

zeien na

c)

zegt na

d)

zeggen na

18.

meedoen v.t. Ik .... .... om te winnen niet verliezen!

a)

Doet mee

b)

doen mee

c)

deden mee

d)

deed mee

19.

bewijzen volt.d De politieagent heeft ons een goede dienst .......

a)

Bewijzen

b)

Bewijs

c)

Bewees

d)

Bewezen

20.

Blazen t.t. Cornelia ...... alle kaarsjes uit op haar verjaardagtaart.

a)

Blies

b)

bleest

c)

Blaast

d)

Blazen

21.

Overblijven v.t. Aan het eind van de quiz ......... nog maar 3 mensen ......

a)

Bleef over

b)

Bleven over

c)

blijft over

d)

blijven over

22.

Meegaan volt.d Ben jij zonder iets te vragen met die man .........

a)

meegaan

b)

Meegagaan

c)

Meegegaam

d)

Meegegaan

23.

Voorschrijven t.t De dokter ....... medicijnen .... tegen haar keelpijn

a)

Schreeft voor

b)

Schreef voor

c)

Schrijf voor

d)

Schrijft voor