wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

W.W. (trim. 2)

Total questions: 40

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Aardolie is een (voorbeeld van) fossiele brandstof(fen).

a)

Correct

b)

Fout

2.

Steenkool wordt vooral gebruikt...

a)

...als grondstof voor plastic.

b)

...voor verwarming.

c)

...voor hoogovens (staalproductie).

d)

...als grondstof voor petrochemie.

3.

CO2-uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen is de belangrijkste oorzaak van de klimaatverandering.

a)

Correct

b)

Fout

4.

Welke milieuwetenschap is verantwoordelijk voor de leer van levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen?

a)

Biologie

b)

Ecologie

c)

Bodemkunde

d)

Scheikunde

5.

Welke milieuwetenschap is een natuurwetenschap die zich richt op de studie van samenstelling en bouw van stoffen?

a)

Scheikunde

b)

Hydrologie

c)

Biologie

d)

Civiele techniek

6.

Welk land heeft de grootste CO2-uitstoot?

a)

China

b)

België

c)

USA

d)

India

7.

Welke term hoort bij het rode vraagteken?

a)

Infiltratie

b)

Verdamping

c)

Transpiratie

d)

Waterafvoer

8.

Welke term hoort bij het rode vraagteken?

a)

Verdamping

b)

Neerslag

c)

Infiltratie

d)

Waterafvoer

9.

De aarde bestaat voor 71% uit water. 97,5% van al dat water is ... water.

a)

zout

b)

zoet

c)

gedemineraliseerd

10.

Welke olieramp was een olietanker die op 24 maart 1989 aan de grond liep bij Bligh Reef?

a)

Deepwater Horizon

b)

Exxon Valdez

c)

Golfoorlog

11.

Wat door het filter loopt, noemt men het...

a)

filtraat.

b)

residu.

12.

Door zeewater te laten ... verdampt het water en wordt de oplossing zouter.

a)

indampen

b)

centrifugeren

c)

bezinken en decanteren

d)

condenseren

13.

Welke scheidingstechniek steunt op het verschil van de grootte van de voorwerpen?

a)

Filtreren en zeven

b)

Indampen en condenseren

c)

Bezinken en decanteren

d)

Chromatografisch scheiden

e)

Magnetisch scheiden

14.

Wat zijn ferrometalen?

a)

Metalen met magnetische eigenschappen

b)

Metalen zonder magnetische eigenschappen

c)

Metalen met gedeeltelijke magnetische eigenschappen

15.

3 H2O

Hoeveel atomen?

a)

9

b)

2

c)

3

d)

6

16.

5 H2SO4

Hoeveel atoomsoorten?

a)

5

b)

2

c)

3

d)

35

e)

7

17.

H is...

a)

waterstof

b)

water

18.

NaCl is keukenzout of...

a)

Natriumchloor

b)

Natriumchloride

c)

Chloorzout

d)

Chloornatrium

19.
a)

Milieugevaarlijk

b)

Langetermijn gezondheidsschadelijk

c)

Giftig

d)

Schadelijk

e)

Bijtend

20.
a)

Milieugevaarlijk

b)

Langetermijn gezondheidsschadelijk

c)

Giftig

d)

Schadelijk

e)

Bijtend

21.
a)

Ontplofbaar

b)

Brandbevorderend

c)

Ontvlambaar

d)

Giftig

e)

Schadelijk

22.

"Ontplofbare stoffen, instabiel"

Welke soort zin is dit?

a)

Dit is een P-zin!

b)

Dit is een H-zin!

23.

"Houd afsluiters en fittingen vrij van olie en vet."

Welke soort zin is dit?

a)

Dit is een P-zin!

b)

Dit is een H-zin!

24.

ELEKTROLYSE:

Wat is de naam van de elektrode die verbonden is met de minpool van de spanningsbron?

a)

Kathode

b)

Anode

25.

ELEKTROLYSE:

Welke stof ontstaat aan de anode?

a)

H2

b)

O2

c)

H2O

d)

H2SO4

26.

De ontbinding van water door elektrolyse:

2 H2O -> H2 + O2

a)

Correct

b)

Fout

27.

Cu-poeder in een vlam:

Welke kleur krijgt de vlam?

a)

Groen

b)

Geel

c)

Neutraal

d)

Wit

28.

Geef een synoniem voor verbranding.

a)

Oxidatie

b)

Elektrolyse

c)

Neerslagreactie

d)

Ontkalking

29.

Welke kleur krijgt rodekoolsap in water?

a)

Rozerood

b)

Groen

c)

Blauw

d)

Rood

e)

Oranje

30.

Welke kleur krijgt fenolftaleïne in azijn?

a)

Kleurloos

b)

Wit

c)

Purper

d)

Rood

e)

Oranje

31.

Wat is de pH-waarde van de meest zure stof?

a)

pH 2

b)

pH 4

c)

pH 7

d)

pH 10

e)

pH 14

32.

Wat is de pH-waarde van een neutrale stof?

a)

pH 2

b)

pH 4

c)

pH 7

d)

pH 10

e)

pH 14

33.

Maagtabletten (tegen reflux/maagzuur) zijn...

a)

basisch.

b)

neutraal.

c)

zuur.

34.

Wat is het voorzetsel van een iets wat een miljard keer groter is?

a)

G

b)

M

c)

k

d)

μ

e)

n

35.

Wat is het voorzetsel van 10-6?

a)

G

b)

M

c)

k

d)

μ

e)

n

36.

3 ton =

a)

30 kg

b)

300 kg

c)

3 000 kg

d)

30 000 kg

e)

3 000 000 kg

37.

8 500 nm =

a)

8,5 μm

b)

8,500 μm

c)

8 500 000 μm

d)

85 μm

e)

850 μm

38.

205 l =

a)

20,5 hl

b)

2,05 hl

c)

0,205 hl

d)

0,020 5 hl

e)

205 hl

39.

Steenkool zorgt voor groene stroom.

a)

Correct

b)

Fout

40.

Zonne-energie zorgt voor groene stroom.

a)

Correct

b)

Fout