wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Politieke dimensie Thema 3 bestuur van Nederland hoofdstuk 1-2

Total questions: 46

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Nederland wordt bestuurd door de regering. De regering bestaat uit

a)

De ministers en Staatssecretarissen

b)

De ministers en de Minister president

c)

De ministers en de koning

2.

De regering heeft de volgende taken

a)

Zorgen dat wetten goed worden uitgevoerd en nieuwe wetten maken

b)

Zorgen dat wetten goed worden uitgevoerd en besluiten nemen over nieuwe wetten die ingediend zijn

c)

Zorgen dat wetten goed worden uitgevoerd en voorstellen voor nieuwe wetten indienen

3.

De ministers nemen beslissingen en voeren de plannen van de regering en van de tweede kamer uit. Alle ministers samen vormen

a)

De Ministerraad

b)

Het Kabinet

c)

De regering

4.

De minister van defensie moet ervoor zorgen dat het leger de vrede en veiligheid in Nederland kan beschermen. Ze zorgt ervoor dat het

a)

Leger genoeg geld , mensen en materieel heeft en op de juiste manier met deze middelen omgaat.

b)

Leger genoeg mensen en materieel heeft .

c)

Leger genoeg geld en materieel heeft en op de juiste manier met deze middelen omgaat.

5.

De minister-president is

a)

De leider van de regering en de voorzitter in de tweede kamer

b)

De voorzitter van de ministerraad en de leider van de regering

c)

De leider in de regering en voorzitter van de eerste kamer

6.

Een ander woord voor minister -president is

a)

premier

b)

leider

c)

president

7.

Welke taken heeft de minister- president

a)

Hij is verantwoordelijk voor beslissingen van de regering en wordt erop aangesproken als de beslissingen vervelende gevolgen hebben.

b)

Hij vertegenwoordigd de Nederlandse regering in de internationale politiek

c)

Hij is voorzitter in de tweede kamer en roept Kamerleden tot verantwoording

d)

Hij is voorzitter van de eerste kamer en controleert de tweede kamer

8.

De koning maakt ook deel uit van de regering maar zijn invloed op politieke besluiten is klein. In de grondwet staat dat niet de koning maar de ministers verantwoordelijk zijn voor het bestuur van Nederland. Dit noem je de

a)

Bestuurlijke verantwoordelijkheid

b)

Koninklijke verantwoordelijkheid

c)

Ministeriële verantwoordelijkheid

9.

De koning heeft de volgende taken

a)

Hij heeft enkele politiek functies. Hij ondertekent nieuwe wetten en spreekt elke week met de minister-president

b)

Hij houdt elk jaar op eerste kerstdag een kersttoespraak

c)

Hij gaat op staatsbezoek. Hij vertegenwoordigd dan de belangen Nederland

d)

Hij leest op Prinsjesdag de troonrede voor

e)

Hij mag als staatshoofd niet stemmen

10.

Wat is een constitutionele monarchie

a)

Dat de staat is opgericht op basis van de grondwet en dat er een koning is als staatshoofd

b)

Dat de staat is opgericht op basis van de wetten die door de koningen door de eeuwen heen is bedacht.

c)

Dat er een koning is als staatshoofd en deze bepaald wat er in het land gebeurd.

11.

Het dagelijkse bestuur van Nederland noem je

a)

De regering

b)

Het kabinet

c)

Het parlement

12.

Het kabinet bestaat uit

a)

De ministers en de minister-president

b)

De ministers en de Koning

c)

De ministers en de staatssecretarissen

13.

Sommige ministers worden ondersteund door een staatsecretaris. Een staatssecretaris is

a)

Een soort onderminister die de minister bijstaat

b)

Een kamerlid

c)

lid van een politieke partij

14.

Een staatssecretaris is verantwoordelijk voor een gedeelte van het takenpakket van de minister. De staatssecretaris heeft net als een minister

a)

Geen verantwoordelijkheid

b)

Ministeriële verantwoordelijkheid

c)

Gedeeltelijke verantwoordelijk wat de minister doet

15.

Een minister staat aan het hoofd van een ministerie.

Op de ministeries worden

a)

plannen van de regering ontwikkeld en uitgevoerd

b)

plannen van de Kamerleden ontwikkeld en uitgevoerd

c)

Plannen van het kabinet ontwikkeld en uitgevoerd

16.

De ministeries zijn onderdelen van de rijksoverheid. De rijksoverheid is de

a)

Landelijke overheid In Nederland

b)

Plaatselijke overheid in Nederland

c)

Internationale overheid in Europa

17.

Naast de ministeries bestaat de Rijksoverheid uit verschillende organisaties die taken voor de regering uitvoeren namelijk

a)

De Belastingdienst en de banken

b)

De Belastingdienst en de Rijkswaterstaat

c)

Rijkswaterstaat en de woningbouwvereniging

18.

De mensen die voor de Rijksoverheid werken noem je

a)

Rijksmedewerkers

b)

Politici

c)

Ambtenaren

19.

In Nederland beslist het parlement welke plannen de regering mag uit uitvoeren. Het parlement bestaat uit de landelijke volksvertegenwoordigers die bij de verkiezingen zijn gekozen. In Nederland bestaat het parlement uit

a)

Het Tweede en Derde kamer

b)

Het Eerste en Tweede kamer

c)

Het Eerste en Derde kamer

20.

Hoe wordt het parlement ook wel genoemd

a)

De regering

b)

Het Kabinet

c)

Staten- Generaal

21.

Hoeveel leden heeft de Eerste kamer

a)

75

b)

57

c)

150

22.

Hoe worden de leden van de Eerste kamer gekozen

a)

Door de bevolking bij verkiezingen

b)

Door de Leden van de Tweede Kamer

c)

Door de leden van de Provinciale Staten

23.

De leden van de Provinciale Staten worden op hun beurt gekozen door

a)

Door de leden van de Tweede kamer

b)

De inwoners van de provincie

c)

Door de Regering

24.

De belangrijkste taak van de Eerste kamer is

a)

Het goedkeuren of verwerpen van wetsvoorstellen

b)

Het indienen van wetsvoorstellen

c)

Het controleren van de regering

25.

Hoeveel leden heeft de Tweede kamer

a)

150

b)

75

c)

57

26.

Tweede kamer leden worden direct gekozen door de bevolking tijdens

a)

De gemeenteverkiezingen

b)

De Tweede Kamerverkiezingen

c)

De provinciale Staten verkiezingen

27.

De Tweede kamer heeft twee hoofdtaken namelijk

a)

Het uitvoeren en controleren van de wetten

b)

Het goedkeuren of verwerpen van wetsvoorstellen en het uitvoeren van de wetten

c)

Het controleren van de regering en het goedkeuren of verwerpen van wetsvoorstellen

28.

De regering doet wetsvoorstellen om problemen in de samenleving op te lossen. Wie beslist of de wet wordt ingevoerd of niet

a)

De regering

b)

De kabinet

c)

Het parlement

29.

Wat is de juiste volgorde van het indienen van wetsvoorstellen

a)

1.De minister maakt in samenwerking met de ambtenaren van het ministerie een wetsvoorstel 2.De Tweede Kamer debatteert en stemt over het wetsvoorstel. 3. Als de meerderheid van de Tweede Kamer met het wetsvoorstel instemt, debatteert en stemt de Eerste Kamer over het wetsvoorstel. 4. Als het wetsvoorstel ook in de Eerste Kamer is aangenomen wordt de wet ingevoerd

b)

1.De minister maakt in samenwerking met de ambtenaren van het ministerie een wetsvoorstel 2.De Eerste Kamer debatteert en stemt over het wetsvoorstel. 3. Als de meerderheid van de Eerste Kamer met het wetsvoorstel instemt, debatteert en stemt de Tweede Kamer over het wetsvoorstel. 4. Als het wetsvoorstel ook in de Tweede Kamer is aangenomen wordt de wet ingevoerd

c)

1.De minister maakt in samenwerking met de ambtenaren van het ministerie een wetsvoorstel 2.De Eerste Kamer debatteert en stemt over het wetsvoorstel. 3. Als de meerderheid van de Eerste Kamer met het wetsvoorstel instemt. 4. De wetsvoorstel wordt dan ook in de Tweede Kamer aangenomen en de wet ingevoerd

30.

De meeste wetsvoorstellen worden door de regering ingediend maar Tweede Kamerleden mogen ook wetsvoorstellen indienen. Dit recht van de Tweede Kamer noem je

a)

Het recht van wetsvoorstellen

b)

Het recht van Initiatief

c)

Het recht van inspraak

31.

Tweede Kamerleden mogen wetsvoorstellen van de regering ook wijzigen. Dit noem je

a)

Het recht van initiatief

b)

Het recht van wijziging

c)

Het recht van amendement

32.

De regering is verplicht om het parlement te informeren. Dit noem je

a)

De informatieplicht

b)

De vergaderplicht

c)

De inzageplicht

33.

Het parlement heeft verschillende rechten die ervoor zorgen dat het parlement de regering kan controleren namelijk

a)

Het vragenrecht, het recht om moties af te wijzen , het onderzoek en enquêterecht

b)

Het vragenrecht, het budgetrecht, het recht om moties in te dienen , het onderzoek en enquêterecht

c)

Het vragenrecht, het budgetrecht, het recht om moties af te wijzen

34.

Het vragenrecht houdt in dat

a)

De leden van de Eerste kamer het recht hebben om vragen te stellen aan een minister of staatssecretaris

b)

Zowel de leden van de Eerste kamer als de leden van de Tweede Kamer het recht hebben om vragen te stellen aan een minister of staatssecretaris

c)

De leden van de Tweede Kamer het recht hebben om vragen te stellen aan een minister of staatssecretaris

35.

Wat is het budgetrecht

a)

Het recht hebben op een budget als ministerie

b)

De Eerste Kamer heeft het recht om de uitgaven en de inkomsten van de Rijksoverheid te controleren

c)

De Eerste en de Tweede Kamer hebben het recht om de uitgaven en de inkomsten van de Rijksoverheid te controleren

36.

Wat is een begroting

a)

In een begroting staat hoeveel geld de regering wil uitgeven, en waaraan. Ook staan de inkomsten van de overheid in de begroting

b)

In een begroting staat hoeveel geld er uitgegeven is

c)

In een begroting staat hoeveel ministeries er zijn

37.

Een motie is een middel

a)

Om voorstellen in te dienen

b)

Om discussiepunt in te brengen

c)

Om aan te geven dat je tevreden bent met de gang van zaken

38.

Een motie van wantrouwen betekent dat

a)

Een kamerlid diverse Kamerleden niet meer vertrouwd

b)

Een kamerlid het vertrouwen in de minister of in het hele kabinet opzegt.

c)

De voorzitter de Kamerleden niet meer vertrouwd

39.

Wat is de vertrouwensregel

a)

Dat je niets vertrouwelijks naar buiten mag brengen

b)

Dat je te vertrouwen moet zijn

c)

De vertrouwensregel is een ongeschreven rechtsregel. De regering mag alleen regeren als ze het vertrouwen heeft van een meerderheid van het parlement

40.

Het parlement kan een onderzoek instellen als een politiek kwestie heel grondig moet worden uitgezocht. Dit noem je

a)

vertrouwensrecht

b)

onderzoek en vertrouwensrecht

c)

onderzoek en enquêterecht

41.

De zwaarste vorm van onderzoek door Kamerleden is

a)

De parlementaire enquête

b)

De openkaart onderzoek

c)

De inzage onderzoek

42.

Wat is er op de derde dinsdag van September

a)

Overheid overlegdag

b)

Prinsjesdag

c)

Pannenkoeken dag

43.

Op Prinsjesdag komen de koning en koningin naar het binnenhof in Den Haag met de gouden koets. De koning leest daar de troonrede voor. Wat is de troonrede

a)

De troonrede is een toespraak waarin de minister van Financiën verteld hoe het met Nederland gaat en welke plannen de regering heeft

b)

De troonrede is een toespraak waarin de minister-president verteld hoe het met Nederland gaat en welke plannen de regering heeft

c)

De troonrede is een toespraak waarin de koning verteld hoe het met Nederland gaat en welke plannen de regering heeft

44.

De minister van Financiën presenteert de rijksbegroting en de miljoenennota. Wat staat er in de rijksbegroting

a)

In de rijksbegroting staat waar de regering het komende jaar geld aan wil uitgeven en hoe de regering aan het geld komt

b)

In de rijksbegroting staat hoe de regering aan het geld komt

c)

In de rijksbegroting staat waar de regering het komende jaar geld aan wil uitgeven .

45.

Wat staat er in de miljoenen

a)

De miljoenennota staat hoeveel miljoenen er zijn en waar ze aan op zijn gegaan. Daarin legt de regering uit waaraan ze zijn uitgegeven.

b)

De miljoenennota is een toelichting op de rijksbegroting. Daarin legt de regering de plannen die in de rijksbegroting staan uit.

c)

De miljoenennota is een aanvulling op de rijksbegroting. Daarin staan ideeën hoe ze nog meer miljoenen kunnen verdienen

46.

Wat is de algemene beschouwing

a)

De dag na Prinsjesdag wordt er gedebatteerd over de plannen in de rijksbegroting van het kabinet in de Tweede Kamer

b)

De dag voor Prinsjesdag wordt er gedebatteerd over de plannen in de rijksbegroting van het kabinet in de Tweede Kamer

c)

Op Prinsjesdag zelf wordt er gedebatteerd over de plannen in de rijksbegroting van het kabinet in de Tweede Kamer