wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

WWG/NWG

Total questions: 10

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

WWG of NWG: Ik ben vandaag zeer blij.

a)

WWG : ben

b)

NWG : ben

c)

NWG : ben + zeer blij

d)

NWG : ben + vandaag zeer blij

2.

Wat is mijn pv?

Waar zullen ze de dieren onderbrengen?

a)

zullen

b)

onderbrengen

3.

De kinderen gaan op zoek.

Hoe benoemen we 'gaan op zoek'?

a)

adpv

b)

inf

c)

ww uitdrukking

d)

vd

4.

Duid het WWG aan in de volgende zin:

Jelle liep Karel tegen het lijf op de kermis.

a)

liep

b)

liep tegen het lijf

c)

Ik liep

5.

Als iemand iets doet spreken wij van een :

a)

WWG : werkwoordelijk gezegde

b)

NWG : Naamwoordelijk gezegde

c)

WWG: doe gezegde

d)

NWG: zijn gezegde

6.

Dit wist je vast niet!

Wat is het onderwerp?

a)

dit

b)

je

c)

wist

d)

niet

7.

Wat is hier het volledige WWG?

Tinneke heeft gisteren gevoetbald met de meisjes.

a)

heeft

b)

gevoetbald

c)

heeft gevoetbald

8.

Is het een WWG of NWG ?

Alle ribben zijn van de ruggengraat losgemaakt.

a)

WWG

b)

NWG

9.

Wat is het onderwerp en de pv? (Let op de volgorde)

Twee voorwerpen waren duidelijk te zien.

a)

Twee voorwerpen

b)

Twee voorwerpen waren te zien

c)

waren twee voorwerpen

d)

Twee voorwerpen waren

10.

NWG of WWG?

Een operatie leek onvermijdelijk.

a)

NWG : leek

b)

WWG : leek

c)

NWG : leek onvermijdelijk

d)

WWG : een operatie leek