wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 LD2 formatief moment

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Heb je iets gehoord over datgene ___ ik je vorige week vertelde?

a)

dat

b)

wat

2.

Geef aan of de onderstreepte verwijswoorden goed of fout zijn.

Een vogel is voor veel mensen een maatje met wie ze een hechte band opbouwen.

a)

goed

b)

fout

3.

De barman gaf _____ het wisselgeld niet terug, waardoor zij erg boos werden.

a)

hun

b)

hen

4.

Geef aan of de onderstreepte verwijswoorden goed of fout zijn.

Uiteindelijk vond mijn broertje in het buurmeisje de tennispartner naar wie hij al die jaren op zoek was geweest.

a)

goed

b)

fout

5.

Het onderstreepte verwijswoord is fout. Vul het juiste verwijswoord in.

Het bestuur van onze hockeyvereniging laat weten dat ze afscheid moet nemen van de voorzitter.

(a)  

6.

Het onderstreepte verwijswoord is fout. Vul het juiste verwijswoord in.

Hans durfde het meisje waarop hij verliefd was, niet aan te spreken.

(a)  

7.

Vul het juiste verwijswoord in.

Tot haar grote verdriet kan mijn zusje haar babypop, (a)   ze erg gehecht is, niet meer vinden.

8.

Mijn zus die in Zwitserland woont, heeft heel aardige buren. Ze vraagt _____ altijd de plantjes water te geven.

a)

hun

b)

hen

9.

Als je in Billund landt, kijk je uit over ______ prachtige natuur.

a)

zijn

b)

haar

10.

Het leukste ____ ik ooit heb gedaan is skeeleren.

a)

dat

b)

wat