wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

OK

Total questions: 29

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Staat de chirurg aan de operatietafel bij.

a)

Chirurg

b)

Anesthesist

c)

Omloopverpleegkundige

d)

Instrumenterende verpleegkundige

2.

Is verantwoordelijk voor de bloeddruk en ademhaling in de eerste uren na de operatie.

a)

Chirurg

b)

Anesthesist

c)

Omloopverpleegkundige

d)

Instrumenterende verpleegkundige

3.

Bepaalt de strategie van de operatie en is verantwoordelijk aan de chirurgische kant.

a)

Chirurg

b)

Anesthesist

c)

Omloopverpleegkundige

d)

Instrumenterende verpleegkundige

4.

Is de schakel tussen steriel en niet-steriel.

a)

Chirurg

b)

Anesthesist

c)

Omloopverpleegkundige

d)

Instrumenterende verpleegkundige

5.

Moet gedragen worden in de zaal zelf en gaat de verspreiding van speekselpartikels tegen.

a)

joggingpak

b)

muts

c)

masker

d)

schoenen

6.

Wordt dagelijks ververst of wanneer het zichtbaar nat of bevuild is.

a)

joggingpak

b)

muts

c)

masker

d)

schoenen

7.

Moet steeds gedragen worden in de operatiezaal om de micro-organismen uit het "vet" niet te verspreiden.

a)

joggingpak

b)

muts

c)

masker

d)

schoenen

8.

Waar of niet waar: De omloopverpleegkundige loopt best tussen de steriele tafels.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Waar of niet waar: Het chirurgisch team loopt niet rond.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Waar of niet waar: Het gebruik van de checklist veilige heelkunde is niet verplicht.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Waar of niet waar: Al de leden van het chirurgisch team dragen een steriele schort en steriele handschoenen.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Waar of niet waar: Het verband wordt gemaakt nadat de afdekdoeken zijn verwijderd.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Waar of niet waar: Time-out procedure wordt afgerond voor de incisie.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Waar of niet waar: De zorg van een operatiepatiënt is een onderbroken proces.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Waar of niet waar: Elke operatie vraagt een ander onthaal.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Waar of niet waar: De verantwoordelijkheid voor de installatie van de patiënt ligt bij de verpleegkundige.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Waar of niet waar: De anesthesist bepaalt de houding.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Waar of niet waar: Een instrument zonder tandjes noemen we een anatomisch instrument.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Waar of niet waar: Een schaar wordt enkel gebruikt om vliezen door te snijden.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Waar of niet waar: Een wondsperder wordt gebruikt om een wonde open te houden.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Waar of niet waar: Een draad gemaakt uit meerdere vezels noemt men een synthetische draad.

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

Waar of niet waar: Een draad gemaakt van dierlijke of plantaardige oorsprong noemt men een natuurlijke draad.

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

Waar of niet waar: De ideale draad wordt traag geresorbeerd wanneer de wonde geheeld is.

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

Waar of niet waar: Het kleven van de coagulatieplaat gebeurt best in een bloedrijk gebied.

a)

Waar

b)

Niet waar

25.

Waar of niet waar: Bij bipolaire diathermie wordt een pincet gebruikt.

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Waar of niet waar: Bij bipolaire diathermie moet geen coagulatieplaat worden gekleefd.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Waar of niet waar: Wanneer er een bloedleegteband is aangelegd zal het bloedverlies na de operatie ook verlaagd zijn.

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

Waar of niet waar: Wanneer er een bloedleegteband is aangelegd mag deze 2,5 uur aanblijven.

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Waar of niet waar: Wanneer er een bloedleegteband wordt aangelegd moet de druk in het been hoger zijn dan in de arm.

a)

Waar

b)

Niet waar