wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Telecommunicatienetwerken

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welk van de onderstaande voordelen van peer-to-peer netwerken klopt NIET?

a)

Eenvoudig te realiseren.

b)

Relatief goedkoop.

c)

Als één computer uitvalt blijft het netwerk nog operationeel.

d)

Makkelijker te beveiligen.

2.

Op welk gebied verschilt de server die een servergestuurd netwerk aanstuurt, van de werkstations van dat netwerk?

a)

Hij moet krachtiger zijn dan de aangesloten werkstations.

b)

Hij moet op een speciale manier gekoeld worden.

c)

Hij beschikt niet over een muis en een toetsenbord.

d)

Hij beschikt over een speciaal besturingssysteem.

3.

In een peer-to-peer netwerk is de server even belangrijk als de clients.

a)

waar

b)

niet waar

4.

een netwerk dat gecontroleerd wordt door een krachtige computer

a)

peer-to-peer netwerk

b)

servergestuurd netwerk

c)

LAN

d)

WAN

e)

MAN

5.

een netwerk in een uitgestrekt geografisch gebied

a)

peer-to-peer netwerk

b)

servergestuurd netwerk

c)

LAN

d)

WAN

e)

MAN

6.

een netwerk in een beperkt geografisch gebied

a)

peer-to-peer netwerk

b)

servergestuurd netwerk

c)

LAN

d)

WAN

e)

MAN

7.

een netwerk waarin elke computer gelijkwaardig is

a)

peer-to-peer netwerk

b)

servergestuurd netwerk

c)

LAN

d)

WAN

e)

MAN

8.

Voor welke soort communicatie is circuitswitching vooral geschikt?

a)

Draadloze verbindingen

b)

Telefoonverbindingen

c)

Satellietverbindingen

9.

Welke uitspraak over packet-switching netwerken is WAAR?

a)

De pakketjes moeten allemaal dezelfde route volgen.

b)

De pakketjes moeten allemaal precies even groot zijn.

c)

De pakketjes worden voorzien van een tag met informatie over de verzender en ontvanger.

d)

De pakketjes moeten in dezelfde volgorde aankomen als ze verstuurd werden..Should not have been checked.


Je scoorde 1 punt

10.

Wat is cell-swtiching?

a)

Dit is vergelijkbaar met packet-switching, maar de pakketjes moeten allemaal even groot zijn.

b)

Dit is vergelijkbaar met packet-switching, maar de pakketjes moeten niet voorzien worden van een tag.

c)

Dit is vergelijkbaar met packet-switching, maar de pakketjes moeten allemaal dezelfde route volgen.

d)

Dit is vergelijkbaar met packet-switching, maar de pakketjes moeten in dezelfde volgorde aankomen als ze verstuurd werden.

11.

Omdat zendmasten voortdurend signalen uitwisselen met mobiele telefoons, kent de provider ongeveer de locatie van z’n klanten.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

12.

Waarom worden ADSL-verbindingen asymmetrisch genoemd?

a)

Omdat de snelheid downstream groter is dan upstream.

b)

Omdat je niet tegelijk iets kan verzenden en ontvangen.

c)

Omdat de snelheid upstream groter is dan downstream.

d)

Omdat de snelheid voor de verschillende gebruikers niet dezelfde is.

13.

Communicatiesatellieten volgen een geostationaire baan om de aarde. Wat betekent dat?

a)

Ze cirkelen voortdurend via een identieke baan om de aarde.

b)

Ze bevinden zich op een vaste plaats tegenover de aarde.

c)

Ze bevinden zich altijd op 36 000 km hoogte boven de aarde.

d)

Ze bevinden zich altijd ergens loodrecht boven de evenaar.

14.

Wat is het grote verschil tussen glasvezelverbindingen en ADSL-verbindingen?

a)

De manier waarop signalen overgedragen worden.

b)

Glasvezelverbindingen zijn niet overal beschikbaar, ADSL wel.

c)

Glasvezelverbindingen zijn in Nederland wel beschikbaar maar in Vlaanderen nog niet.

d)

De abonnementsprijs voor de gebruiker.

15.

Welke techniek is de oudste?

a)

LTE

b)

GPRS

c)

UMTS

d)

GSM

e)

HSDPA