wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Wezens van het Woud

Total questions: 63

Worksheet time: 58mins

Name
Class
Date
1.

PROLOOG: Welke uitspraken zijn juist?

a)

De elfen wonen in een reusachtige, kaarsrechte boom.

b)

Een normale boself reikt tot aan de elleboog van een volwassen man in onze wereld.

c)

De reusachtige elfenboom telt 500 inwoners.

d)

De oudste elf heet Saffredon.

e)

Nuzwick is Saffredons leerling.

2.

PROLOOG: Saffredon is de enige elf met een ... .

a)

baard

b)

hoed

c)

kapmantel

3.

PROLOOG: Saffredon biedt Nuzwick het volgende drankje aan:

a)

bloemenkelklimonade

b)

wortelbladsap

c)

eikenbladsap

4.

PROLOOG: Welke uitspraak/uitspraken is/zijn juist?

a)

Nuzwick wil Saffredons raad omdat hij verliefd is op Myrilia.

b)

Saffredon is erg enthousiast over wat Nuzwick komt vertellen.

c)

Saffredon raadt aan Nuzwick aan om Myrilia een slagroomtaart te kopen.

5.

DE GRASSPRIETEN: Wat zijn de beroepen van meneer en mevrouw Grasspriet?

a)

timmerman en weefster

b)

tuinman en barvrouw

c)

tuinman en weefster

d)

timmerman en barvrouw

e)

professor en lerares

6.

DE GRASSPRIETEN: Hoe heten de vader en de moeder van Myrilia?

a)

Piet en Griet Grasspriet

b)

Bram en Isabella Grasspriet

c)

Barm en Tanna Grasspriet

d)

Bram en Tania Grasspriet

e)

Geert en Griet Grasspriet

7.

DE GRASSPRIETEN: Aan wie geeft Nuzwick de bloem die hij heeft geplukt?

a)

Aan Saffredon

b)

Aan Myrilia

c)

Aan zijn moeder

d)

Aan de moeder van Myrilia

e)

Aan de vader van Myrilia

8.

DE POORT: Waarnaar is Myrilia op zoek tijdens haar wandeling door het Oneindige Woud?

a)

goudvlinders

b)

groene kevers

c)

reuzenanemonen

d)

reuzenpaddestoelen

e)

grote boomstammen

9.

DE POORT: Wat beklimt Nuzwick op hun tocht?

a)

een holle boomstam

b)

een gebouw

c)

een poort

d)

een toren

e)

een touw

10.

DE POORT: Wat staat er op de poort geschreven?

a)

De deugdvolle verliest zijn deugd, de vrolijke verliest zijn vreugd, de kwade verliest zijn onschuld.

b)

De wijzen verliezen hun verstand, de kwaden verliezen hun boosheid, de onschuldigen verliezen de eeuwigheid.

c)

De wijzen verliezen hun lot, de boosaardigen verliezen de eeuwigheid, de onschuldigen verliezen zichzelf.

d)

De eeuwigen verliezen hun lot, de boosaardigen verliezen hun wijsheid, de onschuldigen verliezen zichzelf.

e)

De grappigen verliezen hun gevoel voor humor, de wijzen verliezen hun verstand, de bozen verliezen van zichzelf.

11.

DE POORT: Wat gebeurt er met Nuzwick nadat hij doorheen de poort is gestapt?

a)

Hij verandert in een meisje.

b)

Hij verdwijnt spoorloos.

c)

Hij verandert in een dier.

d)

Hij wordt ontvoerd.

e)

Hij wordt helemaal gek.

12.

MYRILIA'S SLECHTE NIEUWS: Waarom is Saffredon teleurgesteld in de ouders van Myrilia?

a)

Omdat ze haar nooit over de poort hebben verteld.

b)

Omdat ze hun drankje niet hebben leeggedronken.

c)

Omdat ze de kinderen alleen in het bos hebben laten spelen.

d)

Omdat ze in de taverne zaten toen Nuzwick door de poort stapte.

e)

Omdat ze hebben gelogen over wat er met Nuzwick is gebeurd.

13.

SAFFREDON LEGT UIT: Hoe noemt Saffredon De Poort van de Wereld nog?

a)

De navel van het Oneindige Woud.

b)

Het Grote Gat.

c)

De Boosaardige Boog.

d)

Het oog van de Wereld.

e)

De deur van de duisternis.

14.

DUISTERE TIJDINGEN: Wat deed Hor de houthakker in het bos?

a)

Op sneeuwuilen jagen.

b)

Vleermuizen vangen.

c)

Op sneeuwmuizen jagen.

d)

Stiekem alcohol drinken.

e)

Zich verstoppen voor zijn schoonmoeder.

15.

DUISTERE TIJDINGEN: Hoe beschrijft Hor de klauwen van het wezen dat hij heeft gezien?

a)

als die van een leeuw

b)

als die van een beer

c)

als roeste nagels

d)

als de stekels van een egel

e)

als spinnenpoten

16.

DUISTERE TIJDINGEN: Waarover maken de ouders van Myrilia zich zorgen?

a)

Dat Myrilia te lang opblijft.

b)

Dat Myrilia vaak nog laat in het bos ronddwaalt.

c)

Dat Myrilia een oogje heeft op Nuzwick.

d)

Dat Myrilia te vaak bij Saffredon langs gaat.

e)

Dat Myrilia depressief lijkt te worden.

17.

WAARSCHUWING BIJ HET ONTBIJT: In welk seizoen speelt deze scène zich af?

a)

in de lente

b)

in de zomer

c)

in de herfst

d)

in de winter

18.

WAARSCHUWING BIJ HET ONTBIJT: Waarvoor willen Myrilia's ouders haar waarschuwen?

a)

geheimzinnige poorten

b)

reusachtige spinnen

c)

boosaardige uilen

d)

een gevaarlijk wezen

e)

omgevallen boomstronken

19.

WAARSCHUWING AAN HET ONTBIJT: Wat belooft Myrilia aan haar ouders op het einde van deze scène?

a)

Dat ze 's nachts nooit meer alleen het bos in zal gaan.

b)

Dat ze niet meer bij Saffredon zal langsgaan.

c)

Dat ze minder zal drinken.

d)

Dat ze een maand lang in bed zal blijven.

e)

Dat ze meer zal helpen met klusjes thuis.

20.

DE LAATSTE KEER IN DE BOOM: Welke stelling/stellingen is/zijn juist?

a)

Het 'wezen' draagt een rode kapmantel en heeft harige klauwen.

b)

Saffredon vermoedt niet dat Myrilia iets van plan is.

c)

Saffredon denkt dat Myrilia een speciale gave heeft.

21.

DE LAATSTE KEER IN DE BOOM: Wat stelt Saffredon voor zodat Myrilia haar belofte niet hoeft te breken?

a)

Hij zal zich verkleden en doen alsof hij Myrilia is.

b)

Hij stelt voor om 's nachts met haar mee te gaan in het woud.

c)

Hij zal een excuus verzinnen voor Myrilia en haar ouders geruststellen.

22.

DE EERSTE ONTMOETING: Wat draagt Saffredon in zijn hand?

a)

Een oranje, gloeiende lantaarn.

b)

Een brandende, rode fakkel.

c)

Een magische, gele bol.

d)

Een staf met een lichtgevend kristal.

e)

Een ring met een lichtgevende steen.

23.

DE EERSTE ONTMOETING: Het Monster Dat De Duisternis Als Lichaam heeft woont in de buurt van de ... .

a)

bruine beek

b)

kriebelende keverweg

c)

rode dennendoorns

d)

zwarte rododendrons

e)

dansende doornstruik

24.

KENNISMAKING: Hoe wil 'het wezen' dat Myrilia hem noemt?

a)

dingske

b)

Geert

c)

geest

d)

beest

e)

kapmantel

25.

KENNISMAKING: Wat zijn de eigenschappen van 'het wezen'?

a)

cynisch & afstotelijk

b)

verbitterd & verward

c)

ongelukkig & moedeloos

d)

hoopvol & vrolijk

e)

verliefd & knap

26.

HET VERTREK: Wat wil Myrilia doen na het gesprek met 'het wezen'.

a)

Hem mee naar huis nemen.

b)

Met hem op pad gaan.

c)

De geest doden.

d)

Voortaan uit het woud blijven.

e)

De poort gaan zoeken met Saffredon.

27.

SLAAP: Welke uitspraak van de geest is juist?

a)

'In mijn mantel ben ik altijd warm maar nooit verlucht.'

b)

'In mijn mantel ben ik altijd veilig maar nooit vrij.'

c)

'In mijn mantel ben ik altijd blij maar nooit vreugdevol.'

d)

'In mijn mantel ben ik altijd verstopt maar nooit bang.'

e)

'In mijn mantel ben ik altijd beschermd maar nooit echt mezelf.'

28.

OCHTEND BIJ VOLTOM: Wat is Voltom aan het doen terwijl hij de vreemde bezoekers opmerkt?

a)

Een liedje aan het fluiten.

b)

In zijn neus aan het peuteren.

c)

Een taart aan het bakken.

d)

De stoep aan het vegen.

e)

Een drankje aan het maken.

29.

OCHTEND BIJ VOLTOM: Hoe smaakt het drankje tegen staartjeuk?

a)

naar peren

b)

naar dorre bladeren

c)

naar rattenstaarten

d)

naar kersen

e)

naar pompoenpitten

30.

OCHTEND BIJ VOLTOM: Hoe noemt Voltom zijn laboratorium?

a)

zijn botermelkpapkeukentje

b)

zijn boterbierbrouwerijtje

c)

zijn brouwseltjesbekokstoofkamer

d)

zijn brouwseltjesherbarium

e)

zijn brouwseltjesbewaarruimte

31.

DE BROUWSELTJESBEKOKSTOOFKAMER: Aan wie heeft Voltom zijn laatste herinneringsdrankje gegeven?

a)

aan een zeemeermin

b)

aan de onderwaterkoningin

c)

aan de rattenkapitein

d)

aan de mollenalchemist

e)

aan een rattenvanger

32.

DE BROUWSELTJESBEKOKSTOOFKAMER: Waar leven de waterratten?

a)

vlakbij de zure zee

b)

in de koralen van het oevermeer

c)

in het zeewierwoud

d)

in het zwarte woud

e)

aan de oevers van het koraalmeer

33.

DE ZWARTE HAND: Wat staat er niet op de kaart getekend?

a)

een griezelige boom

b)

een monster

c)

een vogel

34.

DE ZWARTE HAND: Wat doet de geest om Myrilia van het kwaad te beschermen?

a)

Hij beschermt haar met een toverspreuk.

b)

Hij maakt haar tijdelijk blind.

c)

Hij laat haar zich onder zijn mantel verstoppen.

d)

Hij verspreidt een sterke geur waardoor de enge wezens haar niet meer ruiken.

e)

Hij transformeert zichzelf in een monster.

35.

DE ZWARTE BOOM / IN DE BOOM: Welk dier hoor je niet in deze twee scènes?

a)

een nachtvogel

b)

een muis

c)

een hond

36.

DE ZWARTE BOOM / IN DE BOOM: Hoe wordt het lijk in de zwarte boom beschreven?

a)

een vale, bleke huid

b)

donkerrood spierweefsel

c)

wit, droog en piekerig haar

d)

zwarte, uitdrukkingsloze ogen

e)

hoofd als beschimmeld perkament

37.

DE VLUCHT VAN REDLA: Wat zijn de eigenschappen van Redla?

a)

voorzichtig & verlegen

b)

ijdel & arrogant

c)

spottend & betweterig

d)

nieuwsgierig

e)

gevaarlijk

38.

AANKOMST BIJ HET KORAALMEER: Waarom moet Myrilia zonder de geest verder gaan volgens Redla?

a)

Omdat de ratten de geest toch niet kunnen zien.

b)

Omdat de ratten het niet zo hebben voor 'zijn soort'.

c)

Omdat de ratten enkel mooie bezoekers binnenlaten.

d)

Omdat de ratten een voorliefde hebben voor elfenmeisjes.

e)

Omdat de ratten de taal van de geest niet spreken.

39.

VREEMDE RATTEN: Welke uitspraak/uitspraken is/zijn fout?

a)

Het is stralend weer in deze scène.

b)

De eerste rat waarmee Myrilia spreekt, is erg goed verstaanbaar.

c)

De tweede rat waarmee Myrilia spreekt, heeft een Engels accent.

40.

DE RATTENKAPITEIN: Hoe kan Kapitein Knipoog Myrilia helpen?

a)

Door met haar te trouwen.

b)

Door de geest op te sluiten in zijn kerker.

c)

Door haar een magische spiegel te laten gebruiken.

d)

Door haar te verstoppen voor de geest.

e)

Door haar zijn leger te laten gebruiken.

41.

DE RATTENKAPITEIN: Welk gevaar dreigt er plots tijdens Myrilia's bezoek aan de ratten?

a)

Er woedt een epidemie.

b)

De Dorzels vallen aan.

c)

De elfen vallen binnen.

d)

De stad overstroomt.

e)

De stad wordt in brand gestoken.

42.

HET PROCES: Wat zijn de positieve eigenschappen van de geest volgens Myrilia?

a)

lief

b)

teder

c)

zelfzeker

d)

oogverblindend mooi

e)

oneindig betrouwbaar

43.

OVER HET LICHT VAN DE GEEST: Het licht van de geest is ijskoud.

a)

Juist!

b)

Fout!

44.

DE SPIEGEL: De magische spiegel bevindt zich in ... .

a)

de slaapkamer van de rattenkapitein

b)

de keuken

c)

de feestzaal

d)

de schatkamer

e)

de kerkers

45.

DE SPIEGEL: Is de geest gelukkig nadat hij in de spiegel heeft gekeken?

a)

Ja!

b)

Nee!

46.

DE SPIEGEL: Welke twee zaken moet de geest ervaren om voor het einde van zijn tocht?

a)

zuivere liefde & puur vertrouwen

b)

zuiver geluk & grote angst

c)

doodsangst & hoop

d)

genegenheid & ware liefde

e)

hechte vriendschap & troost

47.

DE VERDACHTE BESTEMMING: Waarheen wil de geest met Myrilia vertrekken?

a)

Naar het Oneindige Groene Woud.

b)

Naar het Woud van de Zwarte Rododendrons.

c)

Naar het Woud van de Scherpe Dennennaalden.

d)

Naar het Bos van de Boosaardige Bosnimfen.

e)

Naar het Stekelige Struikenbos.

48.

NAAR DE OVERKANT: Op welke manier steken Myrilia en de geest het Koraalmeer over?

a)

op een drijvende boomstam

b)

in een roeibootje

c)

via een oude brug

d)

op een gigantisch blad

e)

op een eenvoudig vlot

49.

HET WOUD VAN DE ZWARTE RODODENDRONS: Waarmee voedt het Monster van de Zwarte Hand zich?

a)

Met zwarte kapmantels.

b)

Met donkere aarde.

c)

Met (de) Duisternis (in onszelf: onze donkere gevoelens).

d)

Met jonge elfenmeisjes.

e)

Met angst.

50.

HET MONSTER: Wat staat er op de heuvel?

a)

een altaar / stenen bed

b)

een standbeeld van een adelaar

c)

een treurwilg

d)

een geheimzinnig huisje

e)

een klein elfenjongetje

51.

HET MONSTER: Hoe verjaagt de geest het monster?

a)

Door te roepen dat hij weg moet gaan.

b)

Door het monster te vertellen over zijn reis.

c)

Door Myrilia op te offeren aan het monster.

d)

Door licht uit zijn hand te laten schijnen.

e)

Door zijn ogen uit te steken met een tak.

52.

EINDE: Wat is er gebeurd met de Zwarte Rododendrons nadat het monster is verslagen?

a)

Ze zijn verrot.

b)

Ze zijn verdwenen.

c)

Ze zijn weer groen geworden.

53.

EINDE: Eindigt dit luisterverhaal zoals een sprookje zou moeten eindigen?

a)

Ja! Ze leefden nog lang en gelukkig!

b)

Nee. Dan had Myrilia de geest moeten doden.

c)

Nee, want alles is niet exact hetzelfde als voorheen.

54.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

'Niemand kent alle wezens van het woud.'

a)

Saffredon

b)

de geest

c)

Voltom

d)

Myrilia

e)

Redla

55.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

'Jij mag me alles vragen, lieverd!'

a)

Voltom

b)

Kapitein Knipoog

c)

Saffredon

d)

Barm

e)

de geest

56.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

''k Hoop dat uwe vriend hier nie woonde want anders kunt ge't wel vergeten, hé.'

a)

Tanna

b)

Redla

c)

Kapitein Knipoog

d)

Myrilia

e)

de geest

57.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

'Het doet soms pijn om licht te brengen in deze wereld.'

a)

Voltom

b)

de geest

c)

Kapitein Knipoog

d)

Myrilia

e)

Saffredon

58.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

'De Duisternis laat nooit los.'

a)

De Zwarte Hand

b)

de geest

c)

Saffredon

d)

Voltom

e)

Kapitein Knipoog

59.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

'Er is meer in het Oneindige Woud dan wij ooit kunnen dromen.'

a)

Barm

b)

Saffredon

c)

Tanna

d)

Myrilia

e)

Hor

60.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

'De elfen van nu zijn niet meer de avonturiers die ze ooit waren.'

a)

Kapitein Knipoog

b)

Saffredon

c)

Voltom

d)

Barm

e)

de geest

61.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

'Ik heb iets gezien en ik wil weten wat het was!'

a)

Hor

b)

de geest

c)

Nuzwick

d)

Myrilia

e)

Tanna

62.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

'We dachten zelf dat het maar een verhaaltje was.'

a)

Hor

b)

Barm

c)

Tanna

d)

Nuzwick

e)

Myrilia

63.

SAMENVATTING: Van wie is deze uitspraak?

'Wat weet zo'n zweverige tovenaar met zijn Adem-Van-Het-Woud-Gedoe nu af van echte wetenschap?'

a)

Kapitein Knipoog

b)

Nuzwick

c)

de geest

d)

Barm

e)

Voltom