wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V5 - Thema 5: Regeling en Waarneming (Hormonen)

Total questions: 12

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Progesteron is een hormoon dat werkt met het second Messenger mechanisme.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Het hormoon gastrine....

a)

stimuleert de productie van rode bloedcellen

b)

stimuleert de maagsapproductie

c)

stimuleert afgifte HCO3-

3.

Verschijnselen die kunnen optreden bij een persoon met een verhoogde thyroxine-afgifte zijn:

a)

Daling van de stofwisselingssnelheid

b)

Toenemen van de transpiratie

c)

Verlaging van de lichaamstemperatuur

d)

Versterking van de hartwerking

4.

De schildklier geeft een hormoon af dat de verbranding versnelt. Waar in het lichaam kan door dit hormoon de verbranding worden versneld?

a)

alleen in de hartspier

b)

alleen in de lever

c)

alleen in de schildklier

d)

in het hele lichaam

5.

Bij een wielerwedstrijd over een afstand van 210 km is halverwege een revitaileringsplaats ingericht waar eten en drinken aan de deelnemers wordt verstrekt. Thomas vergeet hier eten en drinken te nemen, zodat hij verder niets kan nuttigen. Zes uur na de start bereikt hij de finish. Bij het passeren van de finish is de concentratie van een bepaald hormoon in zijn bloed hoger dan in rust.


Welke van deze hormonen zullen verhoogd zijn bij Thomas: adrenaline, ADH, glucagon en insuline?

a)

adrenaline

b)

ADH

c)

glucagon

d)

insuline

6.

Als het gevolg van meer adrenaline in het bloed:

a)

Worden de luchtwegen nauwer

b)

Worden de bloedvaten naar de darmen nauwer

c)

Daalt de hoeveelheid glucose in het bloed

d)

Wordt de hartslag versneld

7.

In welk orgaan (of in welke organen) wordt het groeihormoon geproduceerd?

a)

in de bijnieren

b)

in de eierstokken

c)

in de hypofyse

d)

in de schildklier

e)

in de teelballen

8.

Welk nummer geeft de hypofyse aan?

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

9.

De tekening geeft schematisch de bouw weer van een bepaalde klier met aan- en afvoerwegen in het lichaam van de mens.

Voor welke van de volgende klieren kan dit schema gelden?

a)

voor een bijnier

b)

voor een eilandje van Langerhans

c)

voor de schildklier

d)

voor een talgklier

10.

In welke organen vindt in het lichaam vorming van glycogeen plaats?

a)

in bloedplasma

b)

in de lever

c)

in de eilandjes van Langerhans

d)

in de bijnieren

e)

in de spieren

11.

Enkele beweringen over de alvleesklier:

1. de alvleesklier produceert spijsverteringsenzymen

2. in de alvleesklier liggen cellen die hormonen produceren

3. spijsverteringsenzymen en hormonen uit de alvleesklier worden beide via een ader afgevoerd


Welke beweringen zijn juist?

a)

1 en 2

b)

1 en 3

c)

2 en 3

d)

1,2 en 3

12.

Een onderzoekje naar het verband tussen het glucosegehalte van het bloed en een schrikreactie. Op welk tijdstip schrok deze persoon hevig?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S