wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

EHBO begin van de hulpverlening

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welke zin hoort NIET in het rijtje "bescherm je slachtoffer tegen het weer"?

a)

Bescherm tegen regen, omdat je slachtoffer snel afkoelt

b)

Bescherm tegen brandende zon, want iemand droogt snel uit

c)

Bescherm tegen wind, omdat je slachtoffer snel afkoelt

d)

Bescherm tegen mist, want liggend ben je slecht zichtbaar

2.

Hoe pas je "ondersteund hinkelen" toe als het slachtoffer verplaatst moet worden?

a)

rechterarm onder het oksel van het slachtoffer

b)

aan beide zijden van het slachtoffer één ondersteuner

c)

ondersteun de elleboog aan de gewonde zijde

d)

zeg: "Pak me vast bij m'n schouder" staand bij het zere been

3.

Wat is GEEN vorm van "HELP TER PLAATSE"?

a)

een AED halen of zorgen dat de ambulance op de juiste plaats stopt

b)

wonden afdekken

c)

steun geven en beschutten tegen het weer

d)

bij je slachtoffer blijven tot de ambulance er is bij je slachtoffer blijven tot de ambulance er is

4.

Waarom is het handig om iemand die gewond is, ter plaatse te helpen?

a)

Dat is het makkelijkst: je hoeft niet te tillen

b)

Dat is het veiligst: geen flauwvallers onderweg

c)

Dat is het snelst: geen bloedverlies tijdens het wandelen

d)

Dat is het makkelijkst, snelst EN veiligst Dat is het makkelijkst, snelst EN veiligst

5.

Iemand heeft z'n enkel verzwikt en ligt op het fietspad. Wat doe je?

a)

Effe Rautekken naar de berm, tillen vanuit je knieën!

b)

Ondersteunen bij het hinkelen naar de berm

c)

Vragen: "Gaat het?" en voorzichtig erlangs fietsen.

d)

Behandelen op de plaats en brommers door de berm sturen

6.

Bij welke verwonding bel je geen spoednummer van de huisarts?

a)

grote, diepe, vuile wond

b)

schaafwond kleiner dan de hand van 't slachtoffer

c)

grote wonden bij gewrichten

d)

flink bloedende of grote wonden aan het gezicht flink bloedende of grote wonden aan het gezicht

7.

Bij welke breuk bel je 112?

a)

sleutelbeenbreuk

b)

breuk van de enkel

c)

breuk van het bovenbeen

d)

breuk aan bovenarm, onderarm of pols breuk aan bovenarm, onderarm of pols

8.

Ernstige benauwdheid, zware epileptische aanval, halfzijdige verlamming horen bij elkaar omdat

a)

je dan het noodnummer van de arts moet bellen

b)

je dan moet denken: gevaar-gebeurd-gerust-gebeld-geholpen

c)

je dan 112 moet bellen

d)

je deze gevallen aan een volwassene moet overlaten

9.

Welke hoort niet in het rijtje "reden om 112 te bellen"?

a)

verkeersongeval met ernstig persoonlijk letsel

b)

plotselinge halfzijdige verlamming

c)

blauw aanlopend gezicht bij benauwdheid

d)

pijn in schouder, arm niet kunnen optillen, krak gevoeld

10.

Wanneer bel je 112?

a)

Bij ernstige benauwdheid en pijn op de borst

b)

Bij een gebroken arm

c)

Bij een gebroken pols

d)

Bij een snijwond die groter is dan 1 cm

11.

In welk van de onderstaande gevallen bel je 112?

a)

Verzwikte enkel

b)

Verkeersongeval met gewonden

c)

Pijn in je rug of steken in je zij

d)

Bloedneus

12.

Wat hoort niet bij "stel je slachtoffer gerust"?

a)

ademhaling en bewustzijn/alertheid checken

b)

je naam zeggen en oogcontact maken

c)

rustig praten en vertellen wat je gaat doen

d)

zichtbaar blijven voor je slachtoffer en z'n hand vasthouden

13.

Waarom stel je een slachtoffer gerust?

a)

In paniek maakt een slachtoffer de verwonding soms erger

b)

In paniek vergeet iemand belangrijke informatie te delen

c)

Een ongerust slachtoffer laat zich moeilijker helpen

d)

Alle genoemde redenen zijn belangrijk

14.

Na checken op GEVAAR, check je op GEBEURD. Welke onderdelen check je?

a)

Je kijkt en denkt na wat er gebeurd kan zijn

b)

Je kijkt, vraagt en checkt ademhaling en bewustzijn

c)

Je vraagt aan 't slachtoffer/omstanders wat er gebeurd is

d)

Je kijkt, vraagt en brengt het slachtoffer in veiligheid

15.

Welke zintuigen gebruik je om gevaar op te merken?

a)

ogen: kijk goed rond (naderende vrachtwagen!)

b)

ogen, oren(alarm), gevoel(hitte) en neus(gas, rook)

c)

ogen+oren: luister naar wat je niet ziet (stroomgeknetter)

d)

ogen, oren, gevoel, neus en smaak (gif)

16.

Waar moet je op letten bij gevaar?

a)

gevaar voor jezelf EN in de weg lopende ramptoeristen

b)

gevaar voor je slachtoffer en anderen

c)

gevaar voor je slachtoffer: moet je 'm verplaatsen of niet

d)

gevaar voor jezelf, je slachtoffer en omstanders

17.

Waar staat de volgorde van hulpverlening in de goede volgorde?

a)

geholpen-gevaar-gebeurd-gerust-gebeld

b)

gevaar-gebeld-gebeurd-gerust-geholpen

c)

gevaar-gebeurd-gerust-gebeld-geholpen

d)

gebeurd-geholpen-gevaar-gebeld-gerust

18.

Een EHBO-er vraagt je een AED te halen, voor een reanimatie. Waar haal je 'm NIET?

a)

Coenen fysiotherapie, bij het speelveldje

b)

Gezondheidscentrum Riethoven, schuin tegenover school

c)

De kantine van het voetbalveld

d)

De Droogloop bij de Rietstek

19.

Wat is GEEN beoordelingspunt bij het uitvoeren van een Rauteknoodgreep?

a)

voorzichtig met het hoofd van het slachtoffer

b)

het slachtoffer ten minste 3 meter kunnen verslepen

c)

duimen naar voren bij het vastpakken van de onderarm

d)

slachtoffer goed naar voren duwen en er meteen achter kruipen

20.

Als je 112 belt, wat moet je dan als eerste zeggen?

a)

Wie je bent, waar je bent, dat je EHBO-er bent

b)

Je naam, je leeftijd en wat jij denkt dat er met een slachtoffer aan de hand is

c)

Welk noodvoertuig je nodig hebt, en verder beantwoord je vragen

d)

Je naam, waar je bent, wat er gebeurd is, wat je al met het slachtoffer hebt gedaan, dat je EHBO hebt