wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

EHBO: temperatuur

Total questions: 22

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de gewone lichaamstemperatuur?

a)

35 ºC

b)

36 ºC

c)

37 ºC

d)

38 ºC

2.

Waar denkt een EHBO-er aan als het heet is?

a)

Mensen raken veel vocht kwijt door het zweten: let op oververhittingsgevaar!

b)

Je longen kunnen de zuurstof niet meer goed uit de lucht halen

c)

Je hersenen kunnen niet goed meer werken in de hitte

d)

Je hartslag gaat te hard omhoog door de hitte

3.

Heeft iedereen evenveel last van een buitentemperatuur van 40 ºC?

a)

Ja, voor iedereen is dat TE heet

b)

Nee, want in twee weken heeft je lichaam zich aangepast aan een andere temperatuur

c)

Nee, mensen met een donkere huid kunnen beter tegen de hitte

d)

Nee, buren van mensen met een airco hebben meer last van gebrom

4.

Welke mensen hebben kans op oververhitting? (2)

a)

Iemand die al jaren in een tropisch klimaat woont

b)

Iemand die in de hitte hardloopt met te warme kleren aan

c)

Iemand die op de tijd let als hij ligt te zonnebaden

d)

Iemand die bij hitte niet voldoende eet en drinkt.

e)

Iemand die z'n tempo aanpast aan de hitte

5.

Waarom helpt 't niet om alléén goed te drinken als 't heet is?

a)

Omdat je anders honger kunt krijgen

b)

Omdat je van eten beter afkoelt

c)

Omdat je van zweten ook zout kwijtraakt

d)

Omdat je energie nodig hebt om af te koelen

6.

Kun je bij hitte uitdrogen terwijl je veel water drinkt?

a)

Nee, van water word je altijd nat.

b)

Nee, water helpt altijd tegen de dorst

c)

Ja, als je harder zweet dan dat je kunt drinken droog je toch uit

d)

Ja, als je te weinig zout in je lichaam hebt, plas je alles weer uit

7.

Wat zie en hoor je bij hittekramp?

a)

warme droge rode huid, hoofdpijn, misselijk, moe, slap benauwd, snelle hartslag

b)

bleek, klam, koude huid, hoofdpijn, misselijk

c)

kramp bij 't afkoelen na inspanning, soms ook misselijk/duizelig

d)

zuurstoftekort door warmte, vochttekort en een lage bloedsuikerspiegel

e)

verward en bizar gedrag, bewustzijnsverlies of toevallen en zelfs shock

8.

Wat zie en hoor je bij hittestuwing? (2 mogelijk)

a)

verward en bizar gedrag, bewustzijnsverlies of toevallen en zelfs shock

b)

bleek, klam, koude huid, hoofdpijn, misselijk

c)

kramp bij 't afkoelen na inspanning, soms ook misselijk/duizelig

d)

zuurstoftekort door warmte, vochttekort en een lage bloedsuikerspiegel

e)

warme droge rode huid, hoofdpijn, misselijk, moe, slap benauwd, snelle hartslag

9.

Wat zie en hoor je bij hitte-beroerte?

a)

verward en bizar gedrag, bewustzijnsverlies of toevallen en zelfs shock

b)

bleek, klam, koude huid, hoofdpijn, misselijk

c)

kramp bij 't afkoelen na inspanning, soms ook misselijk/duizelig

d)

zuurstoftekort door warmte, vochttekort en een lage bloedsuikerspiegel

e)

warme droge rode huid, hoofdpijn, misselijk, moe, slap benauwd, snelle hartslag

10.

Wanneer bel je 112 voor een slachtoffer met hitte-problemen?

a)

Als iemand misselijk is en heet, zweterig en rood is

b)

Als iemand zich ziek voelt en koud, droog en bleek ziet

c)

Als iemand minder alert blijft, terwijl je 'm laat rusten, actief afkoelt en sportdrank geeft

d)

Als iemand kramp krijgt terwijl je 'm afkoelt, en rust en sportdrank geeft

11.

Waarom geef je geen koel pilsje aan iemand bij wie je hitte-letsel vermoedt? (2)

a)

Omdat je makkelijker dronken wordt als je uitgedroogd bent

b)

Omdat je van een pilsje nog meer uitdroogt, door de alcohol

c)

Omdat je van alcohol juist warmer wordt

d)

Omdat alcohol de kans op shock vergroot

12.

Welk slachtoffer met hitteletsel mag je GEEN water meer laten drinken? (3)

a)

Een slachtoffer dat niet zweet en toch veel water heeft gedronken

b)

Een slachtoffer met shock

c)

Een slachtoffer dat niet alert is

d)

Een slachtoffer dat rood, heet en zweterig is

e)

Een slachtoffer dat bleek, koud en droog is

13.

Wat is de beste eerste hulp bij hitteletsel?

a)

rust, koelen, drinken geven

b)

hete kleding uit, coldpack onder z'n oksels, koel pilsje geven

c)

rust, koelen, sportdrank geven

d)

veel chips en water geven

14.

Wanneer spreken we niet meer van lichte maar van ernstige onderkoeling?

a)

Onder de 37 ºC

b)

Onder de 35 ºC

c)

Onder de 31 ºC

d)

Wanneer het slachtoffer koud is, suf of verward reageert en niet meer bibbert.

15.

Wanneer ben je bedacht op onderkoeling? (3)

a)

Let op het weer: koud, nat, koude wind

b)

Let op de plaats: eerder aan zee dan in de stad

c)

Let op 't slachtoffer: klein, dun, minder beweeglijk (bejaard, rolstoel)

d)

Let op de kleding: te dun gekleed, natte kleren.

e)

Let op de conditie: mensen die nooit sporten

16.

Waarom is het belangrijk het verschil te weten tussen lichte en ernstige onderkoeling? (2)

a)

Omdat je ze op een andere manier moet opwarmen

b)

Omdat je bij ernstige onderkoeling 112 moet bellen en bij lichte niet

c)

Omdat het in je examen gevraagd kan worden

d)

Omdat je bij ernstige onderkoeling verkeerde, levensgevaarlijke hulp kunt geven

17.

Welke hulpverlening voor lichte onderkoeling kan een niet alert slachtoffer met ernstige onderkoeling fataal worden? (3)

a)

laat het slachtoffer zelf lopen naar een beschutte omgeving

b)

natte kleding uit laten trekken, onder een warme (niet hete!) douche

c)

voorzichtig in dekens wikkelen, hoofd niet vergeten

d)

horizontaal vervoeren, zo min mogelijk bewegen, niet opwarmen

e)

geef iets warms te drinken

18.

Waarom kan opwarmen of bewegen je ernstig onderkoelde slachtoffer in gevaar brengen?

a)

De bevroren ledematen kunnen er bij het ontdooien vanaf vallen

b)

Van opwarmen kan hij blaren krijgen

c)

Wanneer het koude, stroperige bloed het hart bereikt, kan het stoppen

d)

Een slachtoffer kan oververhit raken door de warmte

19.

Welke lichaamsdelen bevriezen het eerst? (3)

a)

vingers, handen

b)

knieën, benen

c)

tenen, voeten

d)

oren, neus

e)

rug, billen

20.

Hoe weet je of iemand een eerste, tweede of derdegraads bevriezing heeft?

a)

1e graads: rood, 2e graads: blaren, 3e graads: wit en stug

b)

de huid is pijnlijk, koud en gezwollen

c)

de huid kraakt als je 'm aanraakt

d)

sneeuw smelt niet, als-ie op de huid ligt

21.

Wat doe je als iemand een grote 1e graads, of een kleine 2e of 3e graads bevriezing heeft?

a)

meteen doorverwijzen naar de dokter, ontdooien gaat namelijk pijn doen

b)

z'n temperatuur checken: waarschijnlijk issie óók onderkoeld

c)

isoleren, zodat 't niet kouder kan worden en hop! naar de dokter

d)

vingers apart verbinden, isoleren en hop! naar de dokter

22.

Wat moet je echt NIET doen bij bevriezing? (3)

a)

lekker warm wrijven

b)

opwarmen aan je eigen of andermans lichaam

c)

handen opwarmen aan de radiator van de verwarming

d)

30 minuten in water van max. 40 graden (da's douche-temperatuur)

e)

opwarmen in een heet bad