wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

EHBO: bewegen

Total questions: 25

Worksheet time: 49mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de belangrijkste functies van het geraamte? (3)

a)

Stevigheid

b)

Kracht

c)

Bescherming

d)

Beweging

e)

Signalen doorgeven

2.

Uit welke 2 soorten weefsel is je geraamte opgebouwd?

a)

Botweefsel

b)

Zenuwen

c)

Spieren

d)

Kraakbeenweefsel

3.

In welke delen van het geraamte vind je kraakbeen?

a)

Oorschelpen

b)

Gewrichten

c)

Ribben

d)

Neus

e)

Alle genoemde antwoorden

4.

Wat is het verschil tussen gewoon bot en kraakbeen?

a)

Bot is zwaarder

b)

Kraakbeen is gevoeliger

c)

Bot is minder buigzaam

d)

Kraakbeen is poreuzer

5.

Wat is een kneuzing?

a)

Beschadiging van onderhuids weefsel door bijv. een stomp.

b)

Beschadiging van organen door een stomp.

c)

Onderhuidse bloeding door een stomp.

d)

Uitrekking van spieren en pezen bij een gewricht door een verkeerde beweging

6.

Waarom helpt koelen bij een kneuzing?

a)

Het vermindert de zwelling

b)

Het helpt het slachtoffer aan iets anders denken (nl. pijn van de kou)

c)

Het verdooft de pijn van de kneuzing

d)

Het maakt dat het bloed sneller stroomt

7.

Wat is waar over koelen bij een kneuzing? (2)

a)

Langer dan 20 minuten koelen beschadigt het weefsel juist

b)

Ook als het slachtoffer het niet fijn vindt, moet je toch 10 minuten koelen

c)

Als het slachtoffer langer wil koelen, moet er een pauze tussen de 20 minuten koelen zitten

d)

Terwijl het slachtoffer koelt, kan er niks met 'm gebeuren

8.

Wat is een verzwikking?

a)

Door een plotselinge beweging wordt het weefsel om een gewricht beschadigd

b)

Door een stomp wordt 't onderhuids weefsel beschadigd

c)

Weefsel om een gewricht wordt beschadigd door een voorwerp van buitenaf

d)

De botten van een gewricht zitten niet meer op elkaar

9.

Wat doet een gewrichtskapsel? (2)

a)

Mooi op je hoofd blijven zitten

b)

Een gewricht blijft bij elkaar

c)

Het smeert het gewricht

d)

Het beschermt je schedel

10.

Wat is een ontwrichting?

a)

Weefsel heeft even klem gezeten tussen bot en een voorwerp van buitenaf

b)

Weefsel is opgerekt doordat een gewricht een te grote beweging maakte

c)

De onderdelen van een gewricht zijn uit elkaar geweest (of nog steeds uit elkaar)

d)

Er is een ernstige beschadiging van de huid

11.

Wat kan geen oorzaak zijn van een verstuiking?

a)

Het slachtoffer heeft zich verstapt (enkel)

b)

Het slachtoffer is gevallen (pols)

c)

Het slachtoffer is verkeerd terecht gekomen na een sprong (knie)

d)

Het slachtoffer heeft een schop geïncasseerd (scheenbeen)

12.

De hulpverlening voor een kneuzing en een verstuiking zijn hetzelfde. Wat hoort er NIET bij?

a)

Niet langer dan 20 minuten koelen

b)

Vaker koelen mag, maar neem wel een pauze tussen de koelperiodes

c)

Leg een drukverband aan voor steun en vermindering van zwelling

d)

Als hij aan het koelen is, kun je een slachtoffer prima alleen laten

13.

Waar begin je met het steunverband voor pols?

a)

zo hoog mogelijk: de pinknagel mag je niet meer zien, werk naar de pols toe

b)

zo laag mogelijk: net boven de duim

c)

bij de pols, dan één keer naar de vingers en één keer naar de elleboog

d)

in het midden van de onderarm, werk naar de vingers toe

14.

Wat is waar?

a)

Je zwachtelt 2x onder de duim door en over de vingers

b)

Zwachtel de duim helemaal in en ga verder tot over de pols

c)

Na de vingers zwachtel je onder de duim verder

d)

2x om de pols geeft genoeg steun voor een verstuikte pols

15.

Voordat je een druk- of steunverband voor de pols aanlegt, doe je nog twee dingen:

a)

Tenminste 30 minuten koelen

b)

Vragen of het slachtoffer de sieraden af wil doen en ergens bewaren

c)

Check op wonden en leg er een steriel gaasje op

d)

Letten op gevaar, want daarmee begint een EHBO-er

16.

Waar begin je bij het aanleggen van een drukverband voor een verzwikte enkel?

a)

Halverwege het scheenbeen, en werk naar de tenen toe

b)

Net boven de enkel en werk naar de tenen toe

c)

Op de voorvoet, maar zorg dat je de tenen nog kunt zien

d)

Bij de hak en zwachtel naar het midden van het scheenbeen

17.

Waar doe je bij het inzwachtelen van de enkel als je bij de hak bent?

a)

De slag over de hak leg je aan beide kanten vast

b)

Bij de hak moet je extra dicht op elkaar zwachtelen

c)

Een extra rondje om de hak heen

d)

De hak laat je bloot, daar komt de zwelling toch niet

18.

Hoe weet je zeker dat een bot gebroken is, en niet gekneusd?

a)

Het slachtoffer heeft veel pijn

b)

Het slachtoffer heeft op een heel precieze plaats veel pijn

c)

Het slachtoffer heeft "krak" gevoeld of het bot staat raar

d)

Het slachtoffer kan niet meer lopen

19.

Wat doe je als je twijfelt of het bot gebroken of gekneusd is?

a)

Handelen alsof het gebroken is: ambulance bellen

b)

Handelen alsof het gekneusd is: koelen, zwachtelen

c)

Naar de dokter sturen en zeggen dat het slachtoffer het lichaamsdeel zo stil mogelijk moet houden

d)

Zeggen dat het slachtoffer naar de dokter moet als de zwelling niet in 2 dagen over is

20.

Waarom belt een arts de ambulance voor een beenbreuk en niet voor een armbreuk?

a)

Een beenbreuk is moeilijker te vervoeren in een gewone auto.

b)

Een beenbreuk is gevaarlijker dan 'n armbreuk

c)

Een beenbreuk is moeilijker vast te stellen voor een arts

d)

Een beenbreuk is pijnlijker en de ambulance heeft pijnstillers aan boord

21.

Wat is de meest voorkomende breuk?

a)

Scheenbeenbreuk

b)

Kuitbeenbreuk

c)

Breuk van onder- of bovenarm

d)

Sleutelbeenbreuk

22.

Waardoor breken de meeste mensen hun sleutelbeen?

a)

Te zware dingen oppakken

b)

Jezelf opvangen als je valt

c)

Verkeerde draai als je slaapt

d)

Je arm te ver strekken boven je hoofd

23.

Welk gewricht is er ontwricht bij een "zondagsarmpje"?

a)
b)
c)
d)
24.

Wat zie/hoor je bij een ontwrichting? (3)

a)

Het slachtoffer heeft "krak" gevoeld

b)

Het slachtoffer heeft pijn aan een gewricht

c)

Het gewricht staat soms in een rare stand

d)

Je ziet een zwelling na verloop van tijd

25.

Wat moet je doen bij een ontwrichting? (3)

a)

Koelen. Maximaal 20 minuten.

b)

Geef rust en steun aan 't gewricht

c)

Laat sieraden gerust zitten

d)

Vervoer 't slachtoffer naar een huisartsenpost of bel 'n arts die het ziekenhuis waarschuwt.

e)

Bel 112 als het slachtoffer bleek wordt, wees bedacht op shock