wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1 Organen en cellen

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke twee levenskenmerken vallen onder ''stofwisseling''

a)

Uitscheiden

b)

Regeren op prikkels

c)

Waarnemen

d)

Ademhalen

e)

Groeien

2.

Dit pantoffeldiertje bestaat uit één cel, mag je dit een organisme noemen?

a)

Ja

b)

Nee

3.

Elk individu heeft een..

a)

Levensloop

b)

Levenscyclus

4.

De borstholte en de buikholte worden door een orgaan afgescheden. Welk orgaan is dat?

(a)  

5.

Welk orgaanstelsel is in de bovenstaande afbeelding te zien?

(a)  

6.

Hoe heet het organisatieniveau dat kleiner is dan een orgaan en groter dan een cel?

(a)  

7.

Geef een voorbeeld van een weefsel

(a)  

8.

Noem een onderdeel van een plantencel die niet voorkomt in een dierlijke cel.

(a)  

9.

Welk onderdeel van de cel regelt wat er in de cel gebeurd?

a)

Celkern

b)

Kernmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Bladgroenkorrels

10.

Welk onderdeel van de plantaardige cel maakt fotosynthese mogelijk?

a)

Vacuole

b)

Bladgroenkorrels

c)

Celwand

d)

Celkern

11.

Waaruit bestaan chromosomen, twee antwoorden.

(schrijf als: antwoord 1, antwoord 2)

(a)  

12.

Op dit plaatje zijn chromosomen overzichtelijk weergegeven. Hoe noem je zo'n plaatje?

(a)  

13.

Zijn de chromosomen op dit plaatje van een man of van een vrouw?

a)

Man

b)

Vrouw

c)

Geen van beide

14.

Hoeveel chromosomen heeft een levercel?

a)

46

b)

48

c)

23

d)

22

15.

Hoeveel chromosomenparen heeft een hersencel?

a)

23

b)

22

c)

46

d)

48

16.

Wat is de eerste stap van de gewone celdeling (mitose)?

(a)  

17.

Na de mitose zijn er twee cellen gevormd, hoe noem je deze cellen?

a)

Een moedercel en een dochtercel

b)

Beide cellen heten nu dochtercellen

18.

Tijdens stap twee van de mitose rollen de chromosomen zich op en worden korter en dikker. Hoe noem je dit proces

(a)  

19.

Een cel begint aan mitose, hoeveel chromosomen bevat de cel voor de kerndeling?

a)

46

b)

23

c)

92

d)

94

20.

Welke stelling is correct?

a)

Na de gewone celdeling bevatten beide gevormde cellen dezelfde erfelijke informatie

b)

Na de gewone celdeling zijn twee cellen ontstaan met verschillende erfelijke informatie

c)

Bij elke celdeling gaat er wat erfelijke informatie verloren