Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

h7 havo 3

Total questions: 13

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Bij welke productiefactor hoort het begrip menselijk kapitaal?

a)

natuur

b)

arbeid

c)

kapitaal

d)

ondernemerschap

2.

Sanne krijgt 5% rente over haar spaargeld. De inflatie dat jaar komt uit op 6%. Wat gebeurt er met haar reële rente (koopkracht)?

a)

Stijgt met 1%

b)

Daalt met 1%

c)

Blijft gelijk

d)

Stijgt 5%

3.

Wanneer wordt het geld op een spaarbankboekje minder waard?

a)

Als de rente hoger is dan de inflatie

b)

Als de inflatie hoger is dan in het vorige jaar

c)

Als de rente lager is dan de inflatie

d)

Als de rente daalt

4.

Piet heeft een nieuwe I-pad gekocht voor €390. Vorig jaar (basisjaar) kostte deze I-pad €400.

Wat wordt het nieuwe index- en inflatiecijfer?

a)

indexcijfer 97.5, inflatie -2.5

b)

indexcijfer 97.5, inflatie 2.5

c)

indexcijfer 102.6, inflatie -2.6

d)

indexcijfer 102.6, inflatie 2.6

5.

Klanten van de AH kunnen sinds een paar jaar gebruikmaken van de zelf scan. Van welk soort innovatie is hier sprake?

a)

product

b)

basis

c)

proces

6.

Nike heeft een nieuwe schoen op de markt gebracht voor de zomer. Van welk soort innovatie is hier sprake?

a)

product

b)

proces

c)

basis

7.

Bereken de procentuele verandering van jaar 4 vergeleken met jaar 2.

a)

9%

b)

24%

c)

36%

d)

10%

8.

Hierboven wordt een oplossing gegeven voor het AOW-probleem. De overheid gebruikt een deel van de belastingopbrengsten om het AOW-fonds te vullen. Waar is hier sprake van?

a)

Kapitaaldekkingsstelsel

b)

Omslagstelsel

9.

De groep werkenden levert een deel van het inkomen af aan de overheid. Dat geld wordt direct gebruikt voor de AOW-ers.

Dit hoort bij.........

a)

Kapitaaldekkingsstelsel

b)

Omslagstelsel

10.

Welk indexcijfer hoort er bij het vraagteken te staan?

a)

73

b)

150

c)

136

d)

2015

11.

Bereken de procentuele verandering van het jaar 2012 naar 2013

a)

5%

b)

0%

c)

8.3%

d)

9%

12.

Bereken de procentuele verandering tussen de jaren 2013 en 2014.

a)

3.7%

b)

-3.8%

c)

3.8%

d)

-3.7%

13.

Wat is een juist voorbeeld van een kapitaalgoed?

a)

Anne gebruikt thuis de oven om een overheerlijke taart te maken

b)

Berjan is voor het loonbedrijf Breemhaar aan het maaien met een John Deere en maaimachine bij een klant.

c)

Lars is thuis het gras aan het maaien met een grasmachine

d)

Tessa maakt thuis het huis schoon