wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

de dierentuin

Total questions: 17

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Wat zijn de taken van een dierentuin?
a)

verkopen van dieren

fokken van dieren

b)

Wilde dieren tam maken

fokken van dieren

c)

fokken van dieren

 educatie

d)

verkopen van dieren

educatie

2.

Welk woord hoort bij de volgende zin: Er leven veel verschillende planten en dieren.

a)

ecosysteem

b)

biodiversiteit

c)

voedselpiramide

d)

natuurlijk evenwicht

3.
Welke zin past het beste bij een ecosysteem?
a)
Een gebied dat voor een groot deel uit water bestaat.
b)
een gebied dat onderdeel is van een kringloop.
c)
een gebied met voldoende voedsel voor dieren en planten.
d)
Een gebied waar planten en dieren met elkaar samen kunnen leven.
4.

Welke zijn natuurlijke rijkdommen?

a)

water, gas, elektriciteit, olie

b)

water, gas, hout, olie

c)

gas, hout, olie, papier

5.

Wat is 'ecologische voetafdruk'?

a)

De voetafdruk die je achterlaat als je over grond loopt.

b)

De oppervlakte aarde die nodig is om te voorzien in de levensstijl van een persoon, stad of land.

c)

De voetafdruk die je achterlaat als je zonder schoenen rondloopt.

6.

Wat zijn fossiele brandstoffen?

a)

CO², zonlicht, aardolie

b)

zonlicht, wind, aardgas

c)

aardgas, aardolie, steenkool

d)

steenkool, aardgas, zonlicht

7.

De oorzaken van de klimaatsverandering zijn....

a)

methaan van koeien, stijging zeespiegel, temperatuurstijging

b)

temperatuurstijging, ontbossing, natuurrampen

c)

ontbossing, methaan van koeien, uitstoot CO²

8.

hoe groot is de grootste brug ?

a)

14 kilometer

b)

9 kilometer

c)

8.8 kilometer

d)

7 kilometer

9.

welke materialen worden er in de bruggenbouw gebruikt

a)

beton,staal,baksteen

b)

beton,baksteen,hout

c)

hout,papier,ijzer

d)

staal,metaal,beton

10.

Wat is een stevige vorm voor een brug ?

a)

cirkel

b)

driehoek

c)

rechthoek

d)

ruit

11.

Wat heeft een ophaalbrug wat andere bruggen niet hebben?

a)

contragewicht

b)

touw

c)

hout

12.

Welke brug bestaat niet?

a)

tuibrug

b)

ophaalbrug

c)

yolobrug

d)

draaibrug

13.
Verbranden is een reactie met
a)
Water
b)
Olie
c)
Vuur
d)
Zuurstof
14.

welke stof werkt het meest isolerend?

a)

glas

b)

wol

c)

ijzer

d)

leer

15.

Waardoor behoudt een plant zijn stevigheid?

a)

waterdruk zorgt dat de moleculen stevig zijn

b)

stokje dat naast de plant staat

c)

de wortels in de grond

d)

bladeren die voor balans zorgen

16.

In de hoogste boom hebben de bladeren in de top ook water. Wat is de goede volgorde hoe het water daar terecht komt.

a)

bladnerf, bodem, wortel, stam/stengel

b)

bodem, wortel, stam/stengel, bladnerf

c)

bodem, stam/stengel, wortel, bladnerf

d)

bladnerf, stam/stengel, wortel, bodem

17.

Hoe kan een plant steeds opnieuw water met voedingsstoffen opnemen?

a)

doordat de huidmondjes open staan

b)

door de bladgroenkorrels verdampt water

c)

op een droge warme dag zijn de huidmondjes open

d)

zijn de huidmondjes dicht, dan blijft de waterstroom op gang