WorksheetsStevigheid en Beweging KGT
Total questions: 23
Worksheet time: 11mins
Name
Class
Date
1.
Wat is geen functie van het skelet?
a)
Stevigheid
b)
Geeft vorm
c)
Zorgt voor hardheid
d)
Bescherming
2.
Welk type beenverbinding is zeer beweeglijk?
a)
Kraakbeenverbinding
b)
Gewrichten
c)
Naadverbinding
d)
Vergroeiing
3.
Welk type beenverbinding is hier afgebeeld?
a)
Gewricht
b)
Kraakbeenverbinding
c)
Vergroeiing
d)
Naadverbinding
4.
Met welke type beenverbinding zijn de wervels met elkaar verbonden?
a)
Gewrichten
b)
Kraakbeen
c)
Scharniergewricht
5.
Bevatten de botten van een baby (in verhouding) meer lijmstof of kalkstof?
a)
Lijmstof
b)
Kalkstof
6.
Welk type gewricht zit er tussen het opperarmbeen en de onderarm?
a)
Scharniergewricht
b)
Rolgewricht
c)
Kogelgewricht
7.
Hoe noem je twee spieren die de tegenovergestelde beweging van elkaar maken?
a)
Tegenstanders
b)
Anti-spieren
c)
Opponenten
d)
Antagonisten
8.
Wat gebeurt er met een spier als hij zich aanspant?
a)
Wordt kort en dun
b)
Wordt lang en dun
c)
Wordt kort en dik
d)
Wordt lang en dik
9.
Welke organen worden door de ribbenkast beschermt?
a)
Hart
b)
Longen
c)
Hart en longen
d)
Slokdarm en maag
10.
Oudere mensen breken hun botten sneller dan jonge mensen
a)
juist
b)
onjuist
11.
Waar in mijn lichaam heb ik een kogelgewricht?
a)
pols
b)
heup
c)
elleboog
d)
enkel
12.
Nummer 2 is de?
a)
gewrichtskogel
b)
gewrichtskom
c)
gewrichtssmeer
d)
kraakbeenlaagje
13.
Welk onderdeel zorgt voor bescherming tegen slijtage?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
14.
Welk soort verbinding zie je op het plaatje?
a)
rolgewricht
b)
scharniergewricht
c)
kogelgewricht
d)
zadelgewricht
15.
In de loop van je leven:
a)
komen er minder kalkzouten in je botten
b)
komt er minder lijmstof in je botten
c)
blijft de hoeveelheid kalkzouten en lijmstof gelijk.
d)
komt er meer lijmstof in je botten
16.
Bij welk type gewricht is beweging in verschillende richtingen mogelijk?
a)
kogelgewricht
b)
schaniergewricht
17.
Kraakbeen komt voor in de neus
a)
Juist
b)
onjuist
18.
Been is buigzamer dan kraakbeen
a)
Juist
b)
onjuist
19.
Met welk nummer wordt het borstbeen aangegeven?
a)
Nummer 3
b)
Nummer 4
c)
Nummer 5
d)
Nummer 6
20.
Het kuitbeen wordt aangegeven met nummer
a)
Nummer 13
b)
Nummer 14
c)
Nummer 15
21.
Welke beenderen vormen het bekken of de bekkengordel?
a)
De heupbeenderen en het heiligbeen
b)
De heupbeenderen en het staartbeen
c)
Het heiligbeen en het staartbeen
d)
Het heiligbeen en de lendewervels
22.
Welke beenderen vormen de borstkas?
a)
De wervelkolom en de ribben
b)
De borstwervels, de ribben en het borstbeen
c)
De ribben, het borstbeen en de sleutelbeenderen
d)
De borstwervels en de sleutelbeenderen
23.
Welke beenderen vormen samen de schoudergordel?
a)
Schouderbladen en de sleutelbeenderen
b)
De schouderbladen en de ribben
c)
De sleutelbeenderen en de ribben
d)
De sleutelbeenderen en de borstwervels
100 %
