wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

geschiedenis 5.2, 5.3, 5.4

Total questions: 20

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Waaruit ging het parlement bestaan?

a)

Eerste kamer

b)

Tweede kamer

c)

Eerste kamer en Tweede kamer

d)

Oranje Huis

2.

Wat eiste de liberalen?

a)

Een nieuwe koning

b)

Een sterk parlement

c)

Een nieuwe regering

3.

Door wie werd de tweede kamer gekozen?

a)

De koning

b)

De Eerste kamer

c)

De burgers

d)

Provinciale Staten

4.

Wat word er verstaan onder Burgers die mochten stemmen?

a)

Vrouwen die werken

b)

Kinderen die op school zitten

c)

Mannen die belasting betalen

d)

Iedereen

5.

Wat bepaalde de koning ?

a)

Wie de Minister van het kabinet werd

b)

Wie Staadshoofd werd

c)

Wie Regeringsleider werd

d)

Wie het leger bestuurde

6.

Wanneer ging het Kinderwetje in ?

a)

1875

b)

1873

c)

1874

7.

Wie is Domela Nieuwenhuis?

a)

De priester

b)

De sociale dominee

c)

Een regeringsleider

d)

Een god

8.

Voor wat zette het liberalisme zich voor in?

a)

Openheid

b)

Gelijkheid

c)

Vrede

d)

Vrijheid

9.

Wat is het Kinderwetje ?

a)

Dat kinderen onder de 13 niet meer mochten werken in fabrieken en werkplaatsen

b)

Het verbod op dat kinderen onder de 12 niet meer mogen werken

c)

dat kinderen boven de 12 beter en harder moeten werken

10.

Waar mochten kinderen nog wel werken na het Kinderwetje?

a)

Bakkerijen en slagers

b)

Landbouw, en traditionele bedrijven als Mandenmakerij

c)

Ijzersmeden

11.

Wanneer kwam de Leerplichtwet?

a)

1800

b)

1850

c)

1900

d)

1950

12.

Wanneer werd Nederland en Belië samengevoegd?

a)

1656 - 1695

b)

1700 - 1710

c)

1795 - 1813

d)

1814 - 1865

13.

Wanneer liet Willem I zich opvolgen?

a)

1740

b)

1840

c)

1880

d)

1905

14.

Door wie liet Willem I zich opvolgen ?

a)

Zijn zoon

b)

Zijn stiefzoon

c)

Zijn dochter

15.

Veel landen hadden een parlement

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Wat was socialisme vooral voor arbeiders?

a)

Geloof

b)

Voorbeeld

c)

Beweeging

17.

Voor wie was er geen nachtarbeid meer?

a)

Kinderen

b)

50+

c)

Vrouwen en Jongeren

18.

Waarom wilde Alleta Jacobs in 1883 stemen?

a)

Ze vond dat ze daar recht voor had

b)

Ze willde stemmen voor democratie

19.

Wat hadden vrouwen niet?

a)

Geld

b)

Rechten

c)

Een baan

20.

Waar groeide Aletta op?

a)

Groningen

b)

Amsterdam

c)

Den Haag