Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vak Theorie

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welk van de onderstaande antwoorden hoort niet tot de klanttypes?

a)

De runshopper

b)

De asociale klant

c)

De sociale klant

d)

De funshopper

2.

Wat is een culturele invloed op consumentengedrag?

a)

Geloof

b)

Invloed

c)

Consumentenvertrouwen

d)

Belasting

3.

In welke fase begint de klant zich eerst bewust te worden van de behoefte?

a)

Afdankgedrag

b)

Koopgedrag

c)

Gebruiksgedrag

d)

Communicatiegedrag

4.

Funshoppers zijn mensen die winkelen grappig vinden.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Wat is de definitie van omnichannel-gedrag?

a)

Verkopen via meerdere kanalen

b)

Aankopen via meerdere aankoopkanalen

c)

Aankopen via 1 aankoopkanaal

6.

In welke fase wil de klant het product vervangen?

a)

Fase 1:Communicatiegedrag

b)

Fase 2: Koopgedrag

c)

Fase 3: Gebruiksgedrag

d)

Fase 4: Afdankgedrag

7.

Hoe kan je de koopintentie van een klant beïnvloeden?

a)

Ervoor zorgen dat de klant spullen koopt

b)

Door te luisteren naar de klant

c)

Ervoor zorgen dat de klant naar jou luistert.

d)

Ervoor zorgen dat de klant zich welkom voelt.

8.

Wat is one-stop-shopping?

a)

Bij elke winkel stoppen

b)

Een winkel die extra service bied

c)

Verschillende verkoopkanalen

9.

De leeftijd hoort tot de persoonlijke invloedsfactor.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Wat is de definitie van koopkracht?

a)

Hoeveelheid die een klant kan kopen met het inkomen

b)

Hoeveelheid geld die een klant heeft.

c)

De artikelen die de klant wil kopen.

d)

De manier waarop een klant zich gedraagt.

11.

Welke van de onderstaande antwoorden hoort niet tot de 3 R's van voorraadkosten?

a)

Rente kosten

b)

Realistische kosten

c)

Ruimte kosten

d)

Risico kosten

12.

Hoort energiekosten tot de ruimtekosten?

a)

Ja

b)

Nee