wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Indeling van stoffen

Total questions: 45

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Welke soort stof herken je op de afbeelding?

a)

enkelvoudige zuivere stof

b)

samengestelde zuivere stof

c)

homogeen mengsel

d)

heterogeen mengsel

2.

Welke soort stof herken je op de afbeelding?

a)

enkelvoudige zuivere stof

b)

samengestelde zuivere stof

c)

homogeen mengsel

d)

heterogeen mengsel

3.

Op de afbeelding zie je een mengsel van water en melk. Samen vormt dit een ...

a)

enkelvoudige zuivere stof

b)

samengestelde zuivere stof

c)

homogeen mengsel

d)

heterogeen mengsel

4.

Op de afbeelding herken je een ...

a)

enkelvoudige zuivere stof

b)

samengestelde zuivere stof

c)

homogeen mengsel

d)

heterogeen mengsel

5.

Wat is het telefoonnummer van het antigifcentrum?

a)

070 245 245

b)

070 345 345

c)

070 070 345

d)

070 542 542

e)

070 345 678

6.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Giftig

c)

Bijtend

d)

Gevaarlijk

e)

Gevaarlijk voor de gezondheid op lange termijn

7.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Giftig

c)

Bijtend

d)

Gevaarlijk

e)

Gevaarlijk voor de gezondheid op lange termijn

8.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Giftig

c)

Bijtend

d)

Gevaarlijk

e)

Gevaarlijk voor de gezondheid op lange termijn

9.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Giftig

c)

Milieugevaarlijk

d)

Gevaarlijk

e)

Gevaarlijk voor de gezondheid op lange termijn

10.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Giftig

c)

Explosiegevaar

d)

Dodelijk

e)

Gevaarlijk voor de gezondheid op lange termijn

11.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Houden onder druk

c)

Explosiegevaar

d)

Dodelijk

e)

Brandgevaarlijk

12.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Houden onder druk

c)

Explosiegevaar

d)

Dodelijk

e)

Brandgevaarlijk

13.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Houden onder druk

c)

Explosiegevaar

d)

Brandbevorderend

e)

Brandgevaarlijk

14.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Houden onder druk

c)

Explosiegevaar

d)

Brandbevorderend

e)

Brandgevaarlijk

15.

Gevaaraanduidingen op chemische producten wordt aangeduid met ...

a)

H-zinnen

b)

D-zinnen

c)

P-zinnen

d)

G-zinnen

16.

Voorzorgsmaatregelen op chemische producten wordt aangeduid met ...

a)

H-zinnen

b)

D-zinnen

c)

P-zinnen

d)

V-zinnen

17.

Wat is het symbool voor producten die gevaarlijk zijn voor de gezondheid op lange termijn?

a)
b)
c)
d)
e)
18.

Wat is het symbool voor producten die brandbevorderend zijn?

a)
b)
c)
d)
e)
19.

Wat is het symbool voor producten die giftig zijn?

a)
b)
c)
d)
e)
20.

Wat is het symbool voor producten die explosief zijn?

a)
b)
c)
d)
e)
21.

Wat is het symbool voor producten die brandgevaarlijk zijn?

a)
b)
c)
d)
e)
22.

Wat is het symbool voor schadelijke producten?

a)
b)
c)
d)
e)
23.

Wat is het symbool voor bijtende producten?

a)
b)
c)
d)
e)
24.

Wat is het symbool voor milieugevaarlijke producten?

a)
b)
c)
d)
e)
25.

Wat is het symbool voor producten die milieugevaarlijk zijn?

a)
b)
c)
d)
e)
26.

Welk symbool hoort bij de onderstaande beschrijving?


Deze stoffen kunnen verschillende effecten hebben:

  • vergitiging bij hoge graad van blootstelling
  • irritatie van de ogen, keel, neus en huid,
  • huidallergieën, zoals eczeem
  • slaperigheid of duizeligheid
a)
b)
c)
d)
e)
27.

Welk symbool hoort bij de onderstaande beschrijving?


Deze stoffen veroorzaken acute toxiciteit en kunnen zelfs bij heel kort contact of bij lage dosis al ernstige gevolgen hebben. De effecten kunnen variëren van misselijkheid, braken, hoofdpijn en flauwvallen tot veel ernstigere gevolgen, zoals overlijden.

a)
b)
c)
d)
e)
28.

Welk symbool hoort bij de onderstaande beschrijving?


Deze stoffen zijn corrosief.

  • Ze zijn bijtend voor metalen.
  • Ze veroorzaken huidcorrosie en huidirritaties.
a)
b)
c)
d)
e)
29.

Welk symbool hoort bij de onderstaande beschrijving?


Deze stoffen behoren tot één van deze categorieën.

  • Kankerverwekkende stoffen
  • Mutagene stoffen
  • Stoffen met voortplantingstoxiciteit
  • Deze producten kunnen het functioneren van organen, zoals de lever of het zenuwstelsel beïnvloeden.
  • Stoffen die ernstige schade op de longen kunnen aanrichten.
a)
b)
c)
d)
e)
30.

Welk symbool hoort bij de onderstaande beschrijving?


Deze stoffen vormen een gevaar voor het watermilieu en kunnen heel giftig zijn voor waterorganismen.

a)
b)
c)
d)
e)
31.

Welk symbool hoort bij de onderstaande beschrijving?


Deze stoffen kunnen tot ontploffing komen bij contact met vlammen, vonken en statische elektriciteit of onder invloed van warmte, schokken, wrijving.

a)
b)
c)
d)
e)
32.

Welk symbool hoort bij de onderstaande beschrijving?


Deze stoffen kunnen ontvlammen na:

  • contact met vlammen, vonken, statische elektriciteit
  • contact met lucht
  • invloed van warmte, schokken, wrijving
a)
b)
c)
d)
e)
33.

Welk symbool hoort bij de onderstaande beschrijving?


Deze stoffen zijn oxiderend en kunnen brand veroorzaken of versterken. Zo kunnen ze zelfs leiden tot een explosie, als verschillende brandbare stoffen aanwezig zijn.

a)
b)
c)
d)
e)
34.

Welk symbool hoort bij de onderstaande beschrijving?


Deze stoffen bevatten gas onder druk: samengeperst, vloeibaar gemaakt, opgelost of sterk vloeibaar gemaakt. In de nabijheid van warmte kunnen die stoffen ontploffen. Gekoeld vloeibaar gas kan bij contact bevriezing en koude verbranding veroorzaken.

a)
b)
c)
d)
e)
35.

Welke scheidingstechniek herken je?

a)

filtratie

b)

destillatie

c)

kristallisatie

d)

centrifugeren

e)

decanteren

36.

Welke scheidingstechniek herken je?

a)

filtratie

b)

destillatie

c)

kristallisatie

d)

centrifugeren

e)

decanteren

37.

Welke scheidingstechniek herken je?

a)

filtratie

b)

destillatie

c)

kristallisatie

d)

centrifugeren

e)

decanteren

38.

Welke scheidingstechniek herken je?

a)

filtratie

b)

destillatie

c)

kristallisatie

d)

centrifugeren

e)

decanteren

39.

Welke scheidingstechniek herken je?

a)

filtratie

b)

destillatie

c)

kristallisatie

d)

centrifugeren

e)

decanteren

40.

Op welke afbeelding herken je de scheidingstechniek centrifugeren?

a)
b)
c)
d)
41.

Op welke afbeelding herken je de scheidingstechniek destillatie?

a)
b)
c)
d)
42.

Op welke afbeelding herken je de scheidingstechniek decanteren?

a)
b)
c)
d)
43.

Op welke afbeelding herken je de scheidingstechniek filtratie?

a)
b)
c)
d)
44.

Welke zinnen staan voor veiligheidsaanbeveling?

a)

H-zinnen

b)

P-zinnen

c)

EUH-zinnen

d)

V-zinnen

45.

Welke zinnen staan voor gevaaraanduidingen?

a)

H-zinnen

b)

P-zinnen

c)

G-zinnen

d)

V-zinnen