wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhalingsquiz 1B

Total questions: 11

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Welke versie van deze zin is correct?

a)

hij gaat naar parijs met tom.

b)

Hij gaat naar Parijs met tom.

c)

hij gaat naar Parijs met Tom.

d)

Hij gaat naar Parijs met Tom.

2.

Welke reeks is correct alfabetisch gerangschikt?

a)

bloes - blauw - broek - braaf

b)

braaf - bloes - blauw - broek

c)

blauw - broek - braaf - bloes

d)

broek - braaf - bloes - blauw

3.

Duid de infinitief aan.

a)

jij reist

b)

reizen

c)

reis

d)

reist

4.

Duid de stam aan.

a)

worden

b)

wordt

c)

word

5.

Wat is het onderwerp in deze zin?

Morgen hebben alle leerlingen GO Nederlands.

a)

alle leerlingen

b)

hebben

c)

leerlingen

6.

Wat is het onderwerp in deze zin?

Hij zag haar gisteren op tv.

a)

haar

b)

hij

c)

gisteren

d)

tv

7.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?

Het WK in Rusland is begonnen.

a)

is

b)

begonnen

c)

het WK

d)

in Rusland

8.

Wat is het zelfstandig naamwoord in deze zin?

Hij zag gisteren een voetbalwedstrijd.

a)

gisteren

b)

zag

c)

voetbalwedstrijd

9.

Welk werkwoord past op het lijntje?

Hij ... voetbal een leuke sport.

a)

vinden

b)

vind

c)

vindt

10.

Wat is de verleden tijd van 'reizen'?

a)

reis

b)

reisde

c)

rees

11.

Welk bepaald lidwoord past in deze zin?

Hij eet ... koek terwijl hij de wedstrijd bekijkt.

a)

het

b)

de

c)

een