wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3b - Stofwisseling - Diffusie en osmose

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Deze afbeelding is een voorbeeld van _____.

a)

osmose

b)

geleide diffusie

c)

diffusie

d)

actief transport

2.

De afbeelding geeft verschillende moleculen weer die in en uit de cel bewegen. Op welke manier beweegt molecule C uit de cel?

a)

Actief transport

b)

Diffusie

c)

Natrium-kalium pomp

d)

Osmose

3.

Hoeveel moleculen moeten verplaatsen om een evenwicht te bereiken?

a)

Er is een netto verplaatsing van 2 moleculen nodig van buiten naar binnen de cel.

b)

Er is een netto verplaatsing van 2 moleculen nodig van binnen naar buiten de cel.

c)

Er is geen netto verplaatsing van moleculen nodig want het evenwicht is al bereikt.

d)

De moleculen kunnen zich niet verplaatsen.

4.

Van waar naar waar zullen de watermoleculen zich verplaatsen bij osmose?

a)

Uit de cel, dus de cel zal krimpen.

b)

Uit de cel, dus de cel zal opzwellen

c)

In de cel, dus de cel zal inkrimpen

d)

In de cel, dus de cel zal opzwellen

5.

Waar is de concentratie aan kleurstof het laagst?

a)

Op de bodem van het glas.

b)

In de kleurstof zelf.

c)

Aan het wateroppervlak van het glas.

d)

In het midden van het glas.

6.

Waar is de concentratie aan water het hoogst?

a)

In de bloem.

b)

Dat is niet duidelijk op deze afbeelding.

c)

In de vaas.

d)

In de bladeren van de bloem.

7.

Waar is de concentratie aan parfum het laagst?

a)

In de fles.

b)

Op het hand.

c)

In de kamer.

d)

Boven de fles.

8.

Deze afbeelding is een voorbeeld van _____.

a)

geleide diffusie

b)

diffusie

c)

osmose

d)

actief transport

9.

Deze afbeelding is een voorbeeld van _____.

a)

actief transport

b)

passief transport

c)

diffusie

d)

osmose

10.

Wanneer Joris verlepte sla in water legt, merkt hij dat de sla opnieuw fris en knapperig wordt. Verklaar zijn waarneming.

a)

De cellen van de sla nemen water op door actief transport.

b)

De cellen van de sla nemen water op door osmose.

c)

De cellen van de sla nemen zout op door diffusie.

d)

De cellen van de sla geven water of door osmose.

11.

Na een heerlijk lang bad lijken je vingers verschrompeld. Dit is een voorbeeld van _____.

a)

diffusie

b)

osmose

12.

Je vertelt jouw vriend of vriendin dat zijn of haar parfum heerlijk ruikt. Dit is een voorbeeld van _____.

a)

diffusie

b)

osmose

13.

Wanneer je thuiskomt na een lange dag op school doet de geur van frietjes je watertanden. Dit is een voorbeeld van _____.

a)

osmose

b)

diffusie

14.

Zuurstof wordt via longblaasjes opgenomen in het bloed. Dit is een voorbeeld van _____.

a)

osmose

b)

diffusie

15.

Welke afbeelding stelt DIFFUSIE voor?

a)
b)
c)
d)
16.

Welke afbeelding stelt OSMOSE voor?

a)
b)
c)
d)
17.

Tijdens een experiment wordt een dialyseslang (= semi-permeabel membraan) gevuld met een waterige oplossing die 3% zetmeel en 3% glucose bevat. Daarna wordt deze in een beker met gedemineraliseerd water gelegd (zie afbeelding). Na 3 uur wordt er een waarneming gedaan. Welke uitspraak past bij deze waarneming?

a)

Water verplaatst zich via osmose van de beker doorheen de dialyseslang.

b)

De concentratie aan zetmeel en glucose is gelijk, zowel in de dialyseslang als in de beker.

c)

Zetmeel moleculen verplaatsen zich doorheen de dialyseslang naar de beker.

d)

Water verplaatst zich via dialyseslang naar de beker.

18.

Een aardappelschijfje wordt in een beker met gedemineraliseerd water gelegd. Na een dag wordt het aardappelschijfje uit de beker gehaald. Welke uitspraak is hier van toepassing?

a)

De massa van het aardappelschijfje is toegenomen.

b)

De massa van het aardappelschijfje is onveranderd.

c)

De massa van het aardappelschijfje is afgenomen.

d)

Geen van de bovenstaande uitspraken is correct.

19.

Robin verstuift water over de groenten in de versafdeling zodat ze er 'frisser' uitzien. Dit is een voorbeeld van _____.

a)

diffusie

b)

osmose

c)

actief transport

d)

passief transport

20.

Om lekkere erwtensoep te maken, zet je mama eerst de gedroogde erwten een nachtje onder water. Dit is een voorbeeld van _____.

a)

diffusie

b)

osmose

c)

actief transport

d)

passief transport