wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal actief thema 1 groep 7

Total questions: 34

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Waar zie je een sponsorloop?

a)
b)
c)
2.

Waar zie je een loterij?

a)
b)
c)
3.

'Ik voel me een mislukking' betekent?

a)

Ik doe goed mijn best

b)

Ik heb er geen zin in

c)

Ik kan dit niet

4.

Wie heeft er succes?

a)

een kip die geen ei heeft gelegd

b)

Maarten die 4,5 miljoen euro bij elkaar zwemt

c)

het kind wat een onvoldoende haalde voor zijn toets

d)

de vader die het eten laat aanbranden

5.

Waar zie je ontwikkelingswerk?

a)
b)
c)
6.

Wie geeft ondersteuning?

a)
b)
c)
7.

Op welke foto zie je details?

a)
b)
8.

Op welke moet je drukken om de computer in te schakelen?

a)
b)
9.

Wat is een opbrengst van een actie?

a)

het geld wat wordt opgehaald

b)

de mensen die zijn gekomen

10.

Mijn moeder kwam over de brug, betekent?

a)

Mijn moeder gaf mij mijn zin

b)

Mijn moeder luisterde niet naar mij

11.

Wat betekent 'tenzij'?

a)

Behalve als

b)

Helemaal niet

c)

Nooit

12.

Wie is er aan het collecteren?

a)
b)
c)
13.

Waar zie je een actiegroep?

a)
b)
14.

Wat zijn kinderrechten?

a)

Eten en drinken

b)

Een dak boven hun hoofd

c)

Speelgoed

d)

Geld voor zwemles

15.

Wat betekent circa?

a)

Ongeveer

b)

Heel veel

c)

Weinig

16.

Wat is de huisvesting?

a)

Soorten huizen waar je in woont

b)

Huis zonder vest

c)

Bruggen om huizen heen

17.

Wat betekent 'iemand respecteren?'

a)

Lief zijn voor iemand

b)

Boos zijn op iemand

c)

Schreeuwen tegen iemand

18.

Waar zie je een plaatje wat te maken heeft met minachten?

a)
b)
c)
d)
19.

"De politie was meteen ter plekke" betekent..?

a)

De politie was niet op de goede plek

b)

De politie was op een onbekende plek

c)

De politie was snel op de juiste plek aanwezig

20.

De film was heel ingrijpend, betekent?

a)

Hij was heel krachtig en belangrijk

b)

Hij greep mij bij de arm

c)

Hij was heel saai

d)

Hij was slaapverwekkend

21.

De speeldate gaat hoe dan ook door, betekent?

a)

De speeldate gaat niet door

b)

De speeldate gaat zeker door

c)

De speeldate gaat misschien door

22.

Kan griep een epidemie zijn?

a)

Ja, want het kan zich in korte tijd snel verspreiden

b)

Ja, want ik word niet ziek

c)

Nee, want het verspreid zich heel langzaam

d)

Nee, want ik ben ziek geworden

23.

Wie staat er alleen voor?

a)
b)
24.

Wie geeft er een rede?

a)
b)
c)
25.

Overhalen betekent?

a)

Net zolang praten tot je het gaat doen

b)

Over de brug heen halen

c)

Niet praten zodat ze het gaan doen

d)

Geen zin hebben om iets te doen

26.

Het pleidooi is..?

a)

een toespraak om anderen te overtuigen

b)

een afspraak om af te spreken

27.

Wie wijst er iemand af?

a)
b)
c)
d)
28.

Wie is er heel flexibel?

a)
b)
c)
29.

Ik ben star, betekent?

a)

Ik kan mij moeilijk aanpassen

b)

Ik pas mij altijd aan

30.

Welk plaatje hoort bij snerpen?

a)
b)
c)
31.

Ik houd zowel van frietjes als van pizza. Welk antwoord is goed?

a)

Ik houd van frietjes en pizza

b)

Ik houd alleen van pizza

c)

Ik houd niet van frietjes en pizza

d)

Ik hou alleen van frietjes

32.

Waar zie je een constructie?

a)
b)
c)
d)
33.

Het nieuws verspreid zich heel snel! Welk spreekwoord hoort daarbij?

a)

Iemand de hemel inprijzen

b)

Zich als een olievlek verspreiden

34.

Wat is een ander woord voor rede?

a)

Toespraak

b)

Antwoord

c)

Mening