NEW
Font size
WorksheetsHavo 4 Start
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
A1
Het organisme op de afbeelding doet aan fotosynthese, is ééncellig en bevat een celkern.
Dit organisme is een
dier
plant
bacterie
schimmel
A1
Twee uitspraken:
Uitspraak 1: een bacterie bevat geen organen of orgaanstelsels
Uitspraak 2: een chimpansee is een prokaryoot
Alleen uitspraak 1 is juist
Alleen uitspraak 2 is juist
Beide uitspraken zijn goed
Beide uitspraken zijn fout
A2
Een organisme is ééncellig, bevat geen celwand en is heterotroof. Dit organisme is een
bacterie
schimmel
ééncellige plant
ééncellig dier
A4
Bij een kikker bevatten bepaalde cellen per kern in totaal 13 chromosomen.
Zijn deze cellen geslachtscellen of lichaamscellen?
Geslachtscellen
Lichaamscellen
Kun je niet weten
A4
Welke uitspraak is juist?
Geslachtscellen bevatten slechts 1 chromosoom
In een zaadcel kunnen geen X-chromosomen voorkomen
Een menselijke geslachtscel bevat 24 chromosomen
In een eicel kunnen geen Y-chromosomen voorkomen
A5
Welke uitspraak over autotrofe organismen is waar?
Doen aan fotosynthese
Hebben heterotrofe organismen nodig voor organische stoffen
Eukaryoten zijn altijd autotroof
Zijn in staat om anorganische stoffen te maken
A8
Welke van onderstaande omschrijvingen geeft op juiste wijze weer wat fotosynthese is?
Proces waarbij glucose en zuurstof wordt omgezet in water en koolstofdioxide. Dit kost energie.
Proces waarbij water en koolstofdioxide wordt omgezet in glucose en zuurstof. Dit kost energie.
Proces waarbij glucose en zuurstof wordt omgezet in water en koolstofdioxide. Dit levert energie op.
Proces waarbij water en koolstofdioxide wordt omgezet in glucose en zuurstof. Dit levert energie op.
B1
Zet in de juiste volgorde van klein naar groot:
cel - chromosoom - DNA - gen
DNA - gen - chromsoom - cel
gen - DNA - chromosoom - cel
gen - chromosoom - DNA - cel
B1
Twee uitspraken:
Uitspraak 1: Op elk chromosoom ligt 1 gen
Uitspraak 2: Chromosomen komen in lichaamscellen in paren voor
Alleen uitspraak 1 is juist
Alleen uitspraak 2 is juist
Beide uitspraken zijn juist
Beide uitspraken zijn onjuist
B2
Op een chromosoom van een zaadcel ligt de informatie die de oogkleur bepaald. In welke van onderstaande weefsel zullen we later bij het kind dit gen aantreffen?
Alleen in de cellen van de iris van het oog
Alleen in de cellen van het oog
Alleen in de zaadcellen
In alle lichaamscellen
B3
Welke bewering is juist?
Het fenotype wordt bepaald door de kenmerken van het genotype en omgevingsfactoren hebben hier geen invloed op
Het fenotype wordt bepaald door de kenmerken van het genotype en omgevingsfactoren hebben hier invloed op
Het genotype wordt bepaald door de kenmerken van het fenotype en omgevingsfactoren hebben hier geen invloed op
Het genotype wordt bepaald door de kenmerken van het fenotype en omgevingsfactoren hebben hier invloed op
B3
Twee uitspraken:
Uitspraak 1: Het hebben van een erfelijke ziekte is een voorbeeld van een fenotype
Uitspraak 2: Het fenotype is altijd hetzelfde als het genotype
Alleen uitspraak 1 is juist
Alleen uitspraak 2 is juist
Beide uitspraken zijn juist
Beide uitspraken zijn onjuist
C1
Welke stelling is NIET juist:
Een enzym is een stof die een scheikundige reactie versnelt
Een enzym is een eiwit
Enzymen spelen een belangrijke rol bij de spijsvertering
Enzymen zijn alleen werkzaam binnen de cel
D2
Twee uitspraken over het ontstaan van nieuwe soorten:
Uitspraak 1: Er is sprake van twee nieuwe soorten als twee groepen organismen niet meer in staat zijn onderling voort te planten
Uitspraak 2: Bij het ontstaan van nieuwe soorten is het belangrijk dat een groep organismen geisoleerd raakt van een andere groep soortgenoten
Alleen uitspraak 1 is juist
Alleen uitspraak 2 is juist
Beide uitspraken zijn juist
Beide uitspraken zijn onjuist
D2
In een bepaalde populatie komen ongeveer evenveel slakken met lichtgekleurde huisjes voor als slakken met donkergekleurde huisjes. De kleur van de huisjes is erfelijk bepaald. Door een verandering in de omgeving wordt de ondergrond waarop ze leven donkerder. Vogels eten daardoor slakken met lichte huisjes eerder op dan die met donkere. Na een paar generaties blijken er in die populatie bijna geen slakken met lichte huisjes meer te zijn.
Is er in deze populatie sprake van selectie?
Nee
Ja, van natuurlijke selectie
Ja, van kunstmatige selectie
E2
Ecologie kun je bestuderen op verschillende niveaus. In welk rijtje staan ze op de juiste manier van klein naar groot?
Individu - levensgemeenschap - populatie - ecosysteem
Individu - populatie - ecosysteem - levensgemeenschap
Individu - populatie - levensgemeenschap - ecosysteem
Populatie - individu - levensgemeemschap - ecosysteem
E2
Bij welke groep organismen behoren de mensen?
Reducenten
Producenten
Consumenten
E2
Wat is een voorbeeld van een populatie?
Alle konijnen op Schiermonnikoog
De beplanting in een naaldbos
Alle organismen in een vijver
Een leeuwin met haar 2 welpen op de Savanne
E6
Welke groep in de pyramide zijn planteneters?
Producenten
Consumenten 1e orde
Consumenten 2e orde
Consumenten 3e orde
E6
In de afbeelding zie je een voedselweb. Uit hoeveel organismen bestaat de langste voedselketen?
3
4
5
6
