wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten 4gt thema 1

Total questions: 53

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Koolstofdioxide + water ==> glucose + zuurstof

a)

Dit is fotosynthese

b)

Dit is verbranding

c)

Dit is fotosynthese én verbranding

d)

Dit is geen van twee

2.
glucose + zuurstof ==> Koolstofdioxide + water + energie
a)
Dit is fotosynthese
b)
Dit is verbranding
c)
Dit is fotosynthese én verbranding
d)
Dit is geen van twee
3.
Planten hebben bloemen voor
a)
geslachtelijke voortplanting
b)
ongeslachtelijke voortplanting
c)
de sier
4.
Een insectenbloem heeft in verhouding
a)
grote gekleurde kroonbaden
b)
grote groene kroonbladen
c)
kleine groene kroonbladen
d)
kleine gekleurde kroonbladen
5.
Een insectenbloem heeft meestal
a)
geen geur
b)
wel geur
6.
Een windbloem maakt
a)
geen nectar
b)
wel nectar
7.
Een aardbeiplant is een voorbeeld van
a)
een bol
b)
een knol
c)
een wortelstok
d)
een uitloper
8.
De houtvaten in de plant vervoeren stoffen 
a)
van de wortels naar boven
b)
van de bladeren naar beneden
c)
allebei kanten
9.
De huidmondjes in het blad van de plant zorgen voor
a)
opname van CO2
b)
opname O2
c)
afgifte van CO2
d)
opname van H2O
10.
De bloemen van de plant zorgen voor
a)
stevigheid
b)
opname van water
c)
fotosynthese
d)
voortplanting
11.
Wat hoort NIET bij ongeslachtelijke voortplanting?
a)
Zaad
b)
Knol
c)
Bol
d)
Uitlopen
12.
Welk kenmerk zie je WEL bij een windbloem?
a)
Nectar
b)
Gele kleur
c)
Veel stuifmeelkorrels
d)
Lange meeldraden
13.
Stuifmeel gaat van de ene plant naar de andere plant.
Welk woord zoek ik?
a)
Bevruchting
b)
Bestuiving
c)
Ontkieming
14.
Een vruchtbeginsel groeit uit tot een..... en een zaadbeginsel groeit uit tot een...?
a)
Vrucht, bloem
b)
Zaad, bloem
c)
Vrucht, zaad
d)
Bloem, Zaad
15.
Op welke manier kunnen vruchten NIET verspreid worden?
a)
Dieren
b)
Wind
c)
Zon
d)
Water
16.
Een zaad bestaat uit verschillende onderdelen. Welk onderdeel zit NIET in een zaad?
a)
Kiemplantje
b)
Zaadlob
c)
Zaadhuid
d)
Eicel
17.
Een plant ontkiemt in het voorjaar, groeit het hele jaar, overleeft de winter en geeft de volgende zomer bloemen en vruchten.
Dit is een....?
a)
Eenjarige plant
b)
Tweejarige plant
c)
Meerjarige plant
18.
Welke vaten zorgen ervoor dat voeding van blad naar wortel gaat?
a)
Bastvat
b)
Houtvat
19.
Wat zorgt er NIET voor dat water omhoog gepompt wordt door de houtvaten?
a)
Worteldruk
b)
Zuiging van het blad
c)
Een hart
20.
Op welke manieren kunnen planten zich voortplanten?
a)
Geslachtelijk
b)
Ongeslachtelijk
c)
Geslachtelijk en ongeslachtelijk
d)
Ze kunnen zich niet voorplanten
21.
Welk geslacht heeft deze bloem?
a)
Mannelijk
b)
Vrouwelijk
c)
Mannelijk en vrouwelijk
d)
Ongeslachtelijk
22.
Wat/wie kan NIET voor bestuiving zorgen?
a)
Alleen insecten
Insecten
b)
Alleen wind
c)
Wind en insecten
d)
Muizen
23.
Welke pijl stelt kruisbestuiving voor?
a)
Pijl 1
b)
Pijl 2
c)
Pijl 3
d)
Pijl 4
24.
Welk deel van het kiemplantje komt als 1e tevoorschijn bij de ontkieming?
a)
Wortel
b)
Stengel
c)
Blad
d)
Bloem
25.
Welk vat zorgt voor het vervoeren van assimilatieproducten in planten?
a)
Bastvat
b)
Houtvat
c)
Assimilatievat
d)
Bladvat
26.
Wat is GEEN functie van de wortel van een plant?
a)
Stevig vast zetten in de grond
b)
Opname van water
c)
Opslag van reservevoedsel
d)
Geslachtelijke voortplanting
27.
Wat is GEEN functie van de bladeren van een plant?
a)
Opslaan van reservevoedsel
b)
Fotosynthese
c)
Water opnemen
d)
Opname / afgifte van zuurstof / koolstofdioxide
28.

Wat wordt er opgenomen door de wortels

a)

Water

b)

Water en mineralen

c)

Zuurstof

d)

Glucose en water

29.
Zet de volgende gebeurtenissen bij het kiemen van een zaad in volgorde.
1. De zaadlobben komen boven de grond.
2. Het worteltje komt naar buiten.
3. De zaadhuid scheurt open
a)
1-2-3
b)
3-2-1
c)
2-1-3
d)
3-1-2
30.
Een plant noem je volwassen op het moment dat er bloemen groeien. Uit deze bloemen ontstaan vruchten met zaden
a)
Juist
b)
Onjuist
31.

Hoe heet het proces waarbij een kweker uit bestaande planten een nieuw ras maakt met betere eigenschappen?

a)

Kruisen

b)

Selecteren

c)

Vermeerderen

d)

Veredelen

32.

Aan een bonenplant groeien vijftig sperziebonen. In elke boon zitten vijf boontjes (zaden). Hoeveel stuifmeelkorrels zijn er minstens bij de bestuiving betrokken geweest?

a)

5

b)

50

c)

55

d)

250

33.

Welk nummer geeft het vruchtbeginsel aan?

a)

4

b)

6

c)

7

d)

8

34.

Welke stoffen heeft een plant nodig voor fotosynthese?

a)

Mineralen en water

b)

Koolstofdioxide en water

c)

Koolstofdioxide en mineralen

d)

Koolstofdioxide, water en mineralen

35.

Welke kant loopt het water in bastvaten op?

a)

Vanuit de bladeren naar de wortels en bloemen.

b)

Van de wortels naar de bladeren.

c)

Beide kanten op.

d)

Van de bloemen naar de wortels.

36.

Wat hoort NIET bij ongeslachtelijke voortplanting?

a)

Zaad

b)

Knollen

c)

Bollen

d)

Uitlopers

37.

Welke onderdelen van een plantencel zorgen voor stevigheid?

a)

Vacuole

b)

Celkern

c)

Celwand

d)

Celmembraan

38.

Wat is onderdeel 4

a)

Celwand

b)

Cytoplasma

c)

Vacuole

d)

Celmembraan

39.

Wat wordt bedoelt met eenslachtig?

a)

Een plant met een levenscyclus van één jaar.

b)

Een plant die alleen door de wind wordt bestoven.

c)

De bloem bevat meeldraden of een stamper.

d)

Stuifmeel gaat naar een bloem binnen dezelfde plant.

40.
Wat is een uitloper?
a)
Een bovengronds horizontaal groeiende stengel.
b)
Een ondergronds horizontaal groeiende stengel/ wortel.
c)
Het bovenste deel van de stamper.
d)
Dit wordt later een vrucht.
41.
Wat is een meeldraad??
a)
Vrouwelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
b)
Dit wordt later een zaad.
c)
Mannelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Bestuiving door insecten.
42.
Wat is een vruchtbeginsel?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Dit wordt later een vrucht.
c)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Hieruit groeit een nieuwe plant.
43.
Wat is zelfbestuiving?
a)
Stuifmeel gaat naar een bloem binnen dezelfde plant. 
b)
Stuifmeel gaat naar een bloem van een andere plant, van dezelfde soort.
c)
Buis die naar de eicel toegroeit.
d)
Het overbrengen van stuifmeel naar een bloem van dezelfde soort.
44.
Wat is een kiem?
a)
Een jong plantje.
b)
Een plant met een éénjarige levenscyclus.
c)
Deel van een zaad met reservevoedslel.
d)
Het begin van een nieuw plantje.
45.
Wat is een houtvat?
a)
Vat dat van de wortel naar de bladeren loopt en water vervoert.
b)
Vat dat van het blad naar de wortel loopt en glucose vervoert.
c)
Meerdere vaten bij elkaar.
d)
Buis die naar eicel toegroeit.
46.
Wat wordt bedoelt met eenslachtig?
a)
Een plant met een levenscyclus van één jaar.
b)
Een plant die alleen door de wind wordt bestoven.
c)
De bloem bevat meeldraden of een stamper.
d)
Stuifmeel gaan naar een bloem binnen dezelfde plant.
47.
Wat is een stamper?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan.
c)
Mannelijk voortplantingsorgaan.
d)
Bestuiving gebeurt door insecten.
48.
Wat is een zaadlob?
a)
De buitenkant van een zaad.
b)
Een jong plantje.
c)
Deel van de zaad met reservevoedsel.
d)
Hieruit groeit een nieuw plantje.
49.
Zetmeel van glucose maken noemen we...
a)
Onsimilatie
b)
Dissimilatie
c)
Assimilatie
d)
Stimulatie
50.
Welke stof bevat veel energie?
a)
Zuurtsof
b)
Koolstofdioxide
c)
Water
d)
Eiwit
51.
In jou zit(ten)...
a)
Organische EN anorganische stoffen
b)
Organische stoffen
c)
Anorganische stoffen
52.
Hoe heet de "fabriek" die aan fotosynthese doet?
a)
Bladkorrel
b)
Bladgroenkorrel
c)
Groenbladkorrel
53.
Vet is een anorganische stof
a)
Juist
b)
Onjuist