wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Check §2 + 3 ontwikkeling 2VWO

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.
Beoordeel de volgende stellingen. Welke is juist?
I De hoogte van het analfabetisme zegt iets over het welzijn in een land.
II Het percentage mensen dat in de landbouw werkt, zegt iets over de welvaart in een land.
a)
Alleen I is juist.
b)
Alleen II is juist.
c)
Beide zijn juist.
d)
Beide zijn onjuist.
2.
Hieronder staan vier omschrijvingen van de economie van landen. Welk land behoort tot de semiperiferie?
a)
De productiviteit per persoon is hoog en de tertiaire sector is erg belangrijk.
b)
De productiviteit per persoon stijgt en een steeds groter deel van de beroepsbevolking werkt in de secundaire sector.
c)
De productiviteit is laag en de primaire sector speelt een belangrijke rol in het land.
d)
De productiviteit stijgt, maar het merendeel van de mensen werkt nog in de primaire sector.
3.
Abena woont in Ghana. Ze is twaalf, gaat niet naar school en verkoopt sandwiches die haar moeder heeft gemaakt op straat.Welke uitspraak is juist?
a)
Dit meisje werkt in de formele sector als verkoopster.
b)
Dit meisjes werkt in de informele sector, zij heeft geen vast inkomsten.
c)
Dit meisje werkt in de informele sector en verdient een vast salaris.
d)
Dit meisje werkt in de formele sector, haar inkomsten wisselen per dag.
4.
Welke soort ongelijkheid kan je op een kaart afbeelden?
a)
Sociale ongelijkheid
b)
Regionale ongelijkheid
c)
Geen van beide
d)
Allebei 
5.

Noem de nadelen van vergelijken van welvaart op basis van het bnp/hoofd

a)

De verschillende muntsoorten maken vergelijken lastig.

b)

Dit geeft niet aan of er grote sociale verschillen in welvaart zijn.

c)

Landen met veel inwoners zullen een hoger bnp/hoofd hebben

d)

Dit geeft niet aan of er grote regionale verschillen in welvaart zijn

e)

Geld dat verdient wordt in de formele sector wordt niet meegeteld in het BNP/pp

6.
In welke sector werken de man op de foto?
a)
Primaire sector
b)
Secundaire sector
c)
Tertiaire sector
d)
Informele sector
7.

Bekijk de grafiek. De gini-coëfficiënt laat de mate van ongelijkheid in een land zien.

In welk land is de sociale ongelijkheid het grootst?

a)

Colombia

b)

Brazilië

c)

Mexico

d)

De ongelijkheid is in alle drie de landen even groot

8.

Gambia heeft 2000000 inwoners. Het bruto nationaal product in Gambia bedraagt 650 miljoen dollar per jaar. Tot welke groep landen behoort Gambia en wat is het BNP/pp?

a)

Periferie

b)

Semi-periferie

c)

Centrum

d)

$32500

e)

$325