wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Erfelijkheid HV3 2

Total questions: 14

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Hoe geven bij een kruising de ouders aan?

a)

Met F1

b)

Met F2

c)

Met P

2.

Hoe geven bij een kruising de eerste generatie nakomelingen aan?

a)

Met F1

b)

Met F2

c)

Met P

3.

Bij labradors is het gen voor een zwarte vacht (A) dominant over het gen voor een gele vacht (a). Een zwartharig vrouwtje dat homozygoot voor de vachtkleur is, paart een aantal keren met een geelharig mannetje. De dieren in de F1 planten zich ook weer voort.


Het fenotype van de labradors in de F1 is?

a)

Zwart

b)

Geel

c)

Grijs

4.

Bij labradors is het gen voor een zwarte vacht (A) dominant over het gen voor een gele vacht (a). Een zwartharig vrouwtje dat homozygoot voor de vachtkleur is, paart een aantal keren met een geelharig mannetje. De dieren in de F1 planten zich ook weer voort.


Het genotype van de labradors in de F1 is?

a)

AA

b)

aa

c)

Aa

5.

Twee ouders (AA x aa) paren en krijgen nakomelingen.

Hoe wordt onderlinge voortplanting van dieren in de F1 weergegeven?

a)

AA x aa

b)

AA x Aa

c)

Aa x Aa

d)

Aa x aa

e)

aa x aa

6.

Twee ouders (Aa x Aa) paren en krijgen nakomelingen.

Hoe groot is de kans dat de nakomelingen in de F1 het genotype AA heeft?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

7.

Twee ouders (Aa x Aa) paren en krijgen nakomelingen.

Hoe groot is de kans dat de nakomelingen in de F1 het genotype aa heeft?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

8.

Twee ouders (Aa x Aa) paren en krijgen nakomelingen.

Hoe groot is de kans dat de nakomelingen in de F1 een heterozygoot genotype heeft?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

9.

Bij muizen is het gen voor een zwarte vacht (H) dominant over het gen voor een witte vacht (h). Een zwarte vrouwtjesmuis die homozygoot voor de vachtkleur is, wordt gekruist met een wit mannetje.


Wat zijn de genotypen van de ouders?

a)

mannetje hh x vrouwtje HH

b)

mannetje HH x vrouwtje hh

c)

Hh x Hh

10.

Bij muizen is het gen voor een zwarte vacht (H) dominant over het gen voor een witte vacht (h). Een zwarte vrouwtjesmuis die homozygoot voor de vachtkleur is, wordt gekruist met een wit mannetje.


Welk genotype hebben de nakomelingen van deze ouders?

a)

HH

b)

hh

c)

Hh

11.

Bij muizen is het gen voor een zwarte vacht (H) dominant over het gen voor een witte vacht (h). Een zwarte vrouwtjesmuis die homozygoot voor de vachtkleur is, wordt gekruist met een wit mannetje.


Welk fenotype hebben de nakomelingen in de F1?

a)

Wit

b)

Zwart

c)

Grijs

12.

Bij muizen is het gen voor een zwarte vacht (H) dominant over het gen voor een witte vacht (h). Een zwarte vrouwtjesmuis die homozygoot voor de vachtkleur is, wordt gekruist met een wit mannetje. De nakomelingen van deze muizen worden gekruist waardoor een F2 ontstaat.


Hoeveel procent van de nakomelingen in de F2 is homozygoot recessief?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

13.

Bij muizen is het gen voor een zwarte vacht (H) dominant over het gen voor een witte vacht (h). Een zwarte vrouwtjesmuis die homozygoot voor de vachtkleur is, wordt gekruist met een wit mannetje. De nakomelingen van deze muizen worden gekruist waardoor een F2 ontstaat.


Hoeveel procent van de nakomelingen in de F2 is homozygoot dominant?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

14.

Bij muizen is het gen voor een zwarte vacht (H) dominant over het gen voor een witte vacht (h). Een zwarte vrouwtjesmuis die homozygoot voor de vachtkleur is, wordt gekruist met een wit mannetje. De nakomelingen van deze muizen worden gekruist waardoor een F2 ontstaat.


Hoeveel procent van de nakomelingen in de F2 is heterozygoot?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%