wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

cellen, organen en orgaanstelsels

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Je ziet hier cellen van een organisme. Welke soort cellen zie je?

a)

dierlijke cellen

b)

plantaardige cellen

2.

Je ziet hier een tekening van een appel. Is dit een ...

a)

lengte doorsnede?

b)

dwarsdoorsnede?

c)

buitenaanzicht?

3.

Als we praten over een maag, is dat dan een ..

a)

organisme?

b)

orgaan?

c)

cel?

d)

weefsel?

4.

Het levenskenmerk wat in de afbeelding is weergegeven betreft...

a)

groeien.

b)

voortplanten.

c)

ademen.

d)

voeden.

5.

Een organisme is...

a)
b)
c)
d)
6.

In de afbeelding zie je een aantal organenstelsels. Welk(e) orgaanstelsel(s) hoort/horen bij het levenskenmerk groeien?

a)

Spierstelsel en bottenstelsel

b)

Bloedvatenstelsel en verteringsstelsel

c)

Verteringsstelsel en spierstelsel

d)

Ademhalingsstelsel en voortplantingsstelsel

7.

Stofwisseling is een levenskenmerk. Wat zijn voorbeelden van stofwisseling?

a)

ademen en groeien

b)

groeien en ontwikkelen

c)

waarnemen en bewegen

d)

ademen en uitscheiden

8.

In een organisme komen onder andere orgaanstelsels, cellen, weefsels en organen voor. Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

weefsels-cellen- orgaanstelsels-organen

b)

weefsels-organen-orgaanstelsels-cellen

c)

cellen-organen-weefsels-orgaanstelsels

d)

cellen-weefsels-organen-orgaanstelsels

9.

In de dwarsdoorsnede van de torso is nummer 4 ...

a)

het hart

b)

de long

c)

de ruggewervel

d)

de slokdarm

10.

Nummer 5 in de afbeelding van de torso is..

a)

een long

b)

de lever

c)

de maag

d)

de dikke darm

11.

In cellen regelt de .. alles wat er in de cel gebeuren moet.

a)

vacuole

b)

cytoplasma

c)

celkern

d)

celmembraan

12.

Een plantaardige cel is onder andere verschillende van een dierlijke cel door de aanwezigheid van ..

a)

celplasma

b)

bladgroenkorrels

c)

celkern

d)

celmembraan

13.

DNA bevindt zich in ..

a)

de celkern

b)

in een vacuole

c)

in de celwand

d)

in de celmembraan

14.

Planten zijn heel belangrijke organismen. Zij zijn in staat om zuurstof en voeding in de vorm van glucose te maken. Dit proces heet..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

15.

Een hond krijgt puppy's. Dit verschijnsel hoort bij het levenskenmerk ..

a)

ontwikkelen

b)

groeien

c)

voortplanten

d)

bewegen