wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Inleiding zwangerschap

Total questions: 22

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Hoelang duurt een zwangerschap?

a)

10 weken

b)

20 weken

c)

30 weken

d)

40 weken

2.

Waar worden zaadcellen gemaakt?

a)

Bijbal

b)

Zwellichaam

c)

Teelbal

d)

Zaadleider

3.

Hoe lang blijft een eicel in leven

a)

3 - 7 uur

b)

7 -12 uur

c)

12 - 24 uur

d)

Langer dan 24 uur

4.

Sperma bestaat uit:

a)

Vocht

b)

Zaadblaasjes en vocht

c)

Zaadcellen

d)

Zaadcellen en vocht

5.

Wat is een ovulatie?

a)

Klaarkomen bij een vrouw

b)

Klaarkomen van een man

c)

Het eitje een zaadje die samensmelten

d)

Het vrijkomen van een eicel

6.
Hoeveel dagen is een menstruatie cyclus gemiddeld?
a)
21 dagen
b)
35 dagen
c)
20 dagen
d)
28 dagen
7.

In ..... baarmoederslijmvlies kan een embryo zich beter innestelen. Wat moet er op de puntjes staan?

a)

Dik

b)

Dun

8.

Een verbinding tussen het embryo en de placenta heet:

a)

Moederkoek

b)

Aorta

c)

Poortader

d)

Navelstreng

9.

Via de placenta krijgt de baby bepaalde stoffen van de moeder. Wat voor een stoffen?

a)

Afvalstoffen en voedingsstoffen

b)

Voedingsstoffen

c)

Zuurstof

d)

Voedingsstoffen en zuurstof

10.

Een meisje kan zwanger worden voordat ze ongesteld is geweest.

a)

Dat klopt! Er is eerst een eisprong, dan pas een menstruatie

b)

Fout, een meisje kan pas zwanger worden als ze ongesteld is geweest.

11.
Als je zwanger bent dan moet je eten voor twee.
a)
Nee, je moet vooral gezond eten, de baby gebruikt niet zo veel energie
b)
Ja, natuurlijk want je bent met z'n tweeën.
12.
Zaadcellen in het plaatje zijn kleiner dan eicellen. Klopt dit? 
a)
Ja, een zaadcel is de kleinste cel van het lichaam, een eicel de grootste! 
b)
Onzin allemaal 
13.

Op welke dag van de menstruatie vindt gemiddeld de eisprong plaats?

a)

10

b)

12

c)

14

d)

16

14.

Wat is innesteling?

a)

Het vrijkomen van de eicel uit de eierstok

b)

Het vastzetten van de eicel in de eileider

c)

Het vervoeren van de eicel door de eileider

d)

Het vastzetten van de eicel in de baarmoederwand

15.

Hoe vaak is er een eicel "rijp"?

a)

Eén keer per dag

b)

Eén keer per maand

c)

Er zijn altijd rijpe eicellen

d)

Geen van deze antwoorden is goed

16.

Hoeveel zaadcellen zitten er ongeveer in één zaadlozing?

a)

15.000

b)

150.000

c)

150.000.000

d)

150.000.000.000

17.

Hoe vaak worden er zaadcellen aangemaakt?

a)

Elke dag

b)

Als het nodig is

c)

Eén keer in je leven

d)

Eén keer per maand

18.

Een embryo is een:

a)

ongeboren, nog heel klein kindje in de eerste weken na de bevruchting

b)

een pasgeboren baby

c)

andere naam voor de baarmoeder

d)

een ongeboren baby vlak voor de bevalling

19.

Hoe snel "zwemmen" de zaadcellen na een zaadlozing?

a)

18 mm per uur

b)

18 cm per uur

c)

18 meter per uur

d)

18 km per uur

20.

Er verschillende fase bij de bevalling.

1 Uitdrijving.

2 Ontsluiting.

3 Weeën.

Wat is de juiste volgorde tijdens een bevalling?

a)

1 - 2 - 3

b)

2- 3 - 1

c)

3 - 2 - 1

d)

3 - 1 - 2

21.

Wie bepaalt het geslacht van een baby?

a)

Man

b)

Vrouw

c)

De baby kiest dat zelf.

22.

Zaadcellen kunnen 5 dagen overleven in de baarmoeder

a)

Juist

b)

Fout