WorksheetsKennisbasis TW1 Havo 5 Onderdeel A
Total questions: 20
Worksheet time: 25mins
A1
Het organisme op de afbeelding doet aan fotosynthese, is ééncellig en bevat een celkern.
Dit organisme is een
dier
plant
bacterie
schimmel
A1
De celbouw van verschillende soorten micro-organismen wordt met elkaar vergeleken.
Welke organismen hebben een celkern?
algen en bacteriën
algen en gisten
gisten en bacteriën
algen, gisten en bacteriën
A1
Op de hoofdhuid bevinden zich allerlei micro-organismen.
Bij een onderzoek naar de oorzaak van roos worden enkele roosschilfertjes onderzocht met behulp van een microscoop. Op de schilfertjes zijn gistcellen en bacteriën te zien.
Heeft een gistcel een celwand? En heeft een gistcel een kern? Geldt dat ook voor een bacterie?
Gist heeft een celwand en een celkern. Bacterien hebben beide niet.
Gist heeft een celwand en een celkern. Bacterien hebben beide ook
Gist heeft geen celwand, wel een celkern. Bacterien hebben wel een celwand, maar geen celkern
Gist heeft wel een celwand, maar geen celkern. Bacterien hebben wel een celwand, maar geen celkern.
Gist heeft een celwand en een celkern. Bacterien hebben wel een celwand, maar geen celkern.
A1
Bij welk van onderstaande organismen bevatten de cellen geen mitochondriën?
bacteriën
schimmels
planten
dieren
A2
Hiernaast staat schematisch een cel afgebeeld.
Wat wordt aangegeven met nummer 4?
celkern
mitochondrium
golgi systeem
ribosoom
A2
Kijk naar de afbeelding: Wat wordt aangegeven met nummer 2?
celmembraan
chloroplast
Ruw Endoplasmatisch Recticulum (ER met ribosomen)
mitochondrium
A2
Hiernaast staat schematisch een cel afgebeeld.
Wat is het hoofdbestanddeel van nummer 7?
cellulose
fosfolipiden
eiwitten
koolhydraten
A2
Onderdelen in een cel zijn:
1) ribosomen
2) zetmeelkorrel
3) celwand
4) grote vacuolen
Welke onderdelen komen alleen voor in plantaardige cellen en niet in dierlijke cellen?
alleen 2 en 3
alleen 3
alleen 2, 3 en 4
1, 2, 3 en 4
A3
In de afbeelding staat een schema van de celcyclus.
In welke fase vindt DNA-replicatie plaats?
G1-fase
G2-fase
S-fase
M-fase
A3
In welke fase van de celcyclus bevindt zich gedurende de gehele fase het meeste DNA in een cel?
G0
G2
S
G1
A3
In de afbeelding wordt schematisch een celdeling weergegeven. Welke fase van welke deling is dit?
S-fase van de celdeling
M-fase van de celdeling
Meiose I
Meiose II
A3
In de afbeelding staat een schema van de celcyclus.
In de G2-fase bevat een cel X ng DNA. Hoeveel DNA bevat één cel direct na de M-fase?
X ng DNA
2X ng DNA
0,5X ng DNA
4X ng DNA
A4
Drie cellen in het lichaam van een volwassen man worden met elkaar vergeleken: een spermacel, een spiercel en een zenuwcel.
In welke van deze cellen kan het Y-chromosoom ontbreken?
in geen van deze cellen
alleen in de spermacel
alleen in de zenuwcel
in de spiercel en zenuwcel
A4
Ratten en mensen zijn zoogdieren. De bouw van een celkern is bij alle zoogdieren in principe gelijk.
Van een bruine rat bevatten bepaalde cellen per kern in totaal 21 verschillende chromosomen.
Zijn deze cellen geslachtscellen of lichaamscellen? Of is dat niet te zeggen?
geslachtscellen
lichaamscellen
dat is niet te zeggen
A4
Bij welk proces treedt bij de meeste dieren meiose op?
bij de bevruchting
bij de vorming van geslachtscellen
bij ongeslachtelijke voortplanting
bij de deling van bijvoorbeeld huidcellen
A4
De menselijk cel bevat 46 chromosomen.
Hoeveel chromatiden bevat een menselijke cel maximaal tijdens de mitose?
En hoeveel centromeren bevat een menselijke cel maximaal tijdens de mitose?
46 chromatiden ; 46 centromeren
92 chromatiden ; 46 centromeren
46 chromatiden ; 23 centromeren
92 chromatiden ; 92 centromeren
A5
Een onderzoeker wil experimenten uitvoeren met autotrofe organismen. Hij kan organismen kiezen uit de groepen bacteriën, schimmels en wieren.
Welke organismen kan hij gebruiken?
alle organismen uit de groep wieren en geen uit de andere groepen
alle organismen uit zowel de groep bacteriën als uit de groep schimmels en geen uit de groep wieren
alleen bepaalde organismen uit de groep bacteriën en alle organismen uit de groep wieren; geen uit de groep schimmels
alle organismen uit alle drie de groepen
A5
Welke van onderstaande uitspraken over heterotrofe organismen is juist?
bevat chloroplasten in de cellen
staat aan het begin van de voedselketen
heeft andere organismen nodig voor voedsel
kan energierijke stoffen maken uit anorganische stoffen
A5
Autotrofe organismen behoren tot de
producenten
reducenten
consumenten 1e orde
consumenten 2e orde
A5
Welke uitspraak over autotrofe organismen is niet juist?
bevat chloroplasten in de cellen
cellen hebben een celwand
kan energierijke stoffen maken uit anorganische stoffen
heeft andere organismen nodig voor voedsel
