wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Ordening basis 3

Total questions: 26

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Welk kenmerk hoort niet bij de 6 levenskenmerken?

a)

Voeden

b)

Lopen

c)

Ademen

d)

Groeien

2.

Je kunt alle levende wezens verdelen in vier groepen, zo’n groep noem je een ….

a)

Soort

b)

Populatie

c)

Rijk

d)

Grote groep

3.

Hieraan herken je een rijk, welk rijk is dit?

“Je ziet paddenstoelen of grijze of groenige pluizige draden.”

a)

Bacteriën

b)

Dieren

c)

Schimmels

d)

Planten

4.

Tot welk rijk behoort dit levende wezen op het plaatje?

a)

Schimmels

b)

Dieren

c)

Bacteriën

d)

Planten

5.

Deze dieren hebben geen skelet. Ze vangen prooien met tentakels en leven in de zee.

Tot welke groep behoren deze dieren?

a)

Weekdieren

b)

Stekelhuidigen

c)

Geleedpotigen

d)

Holtedieren

6.

Bij de indeling in groepen is gelet op:

a)

Kenmerken die verschillend zijn tussen de dieren

b)

Kenmerken die hetzelfde zijn tussen de dieren

c)

beide opties zijn goed

7.

Deze groep is een onderdeel van de gewervelde dieren en heeft deze kenmerken:

1. Huid met veren

2. Ademt met longen

3. Wordt geboren uit een ei

a)

Vogels

b)

Vissen

c)

Amfibieën

d)

Zoogdieren

8.

Als je een naam van een levend wezen wil weten, wat doe je dan?

a)

Googlen

b)

Determineren

c)

Naar de bibliotheek

d)

Soortenbank.nl

9.

Welk van de volgende begrippen is het kleinst?

a)

Verschillende weefsels

b)

Blad

c)

Cellen

d)

Plant

10.

De functie van stengels zijn?

a)

De plant rechtop houden

b)

Zaden maken

c)

Bijen aantrekken voor de voortplanting

d)

Water en mineralen opnemen

11.

Welke cel komt uit de wortel van een plant?

a)

Cel 1

b)

Cel 2

12.

Welke van de 4 keuzes is een houtachtige plant?

a)

Rozen

b)

Struiken

c)

Madeliefje

d)

Tulpen

13.

Welk orgaan word aangegeven met nummer 1?

a)

Lever

b)

Darmen

c)

Maag

d)

Blaas

14.

Welk onderdeel heeft een plantaardige cel wel en een dierlijke cel niet?

a)

Cytoplasma

b)

Celmembraan

c)

Celkern

d)

Celwand

15.

Deze cel zit in het bloed en heeft geen celkern:

a)

Rode bloedcel

b)

Zenuwcel

c)

Witte bloedcel

d)

Spiercel

16.

Hoe beschermen we onze zachte organen in het lichaam?

a)

Door middel van huid

b)

Door middel van het skelet

c)

Door middel van bloed

d)

Door middel van vet

17.

Melk kan ook bederven. Dit komt niet door schimmels maar door bacteriën. Kan je deze bacteriën wel zien?

a)

Nee, want ze zijn doorzichtig

b)

Ja, want ze zijn groen of grijs

c)

Nee, want ze zijn te klein om met je ogen te kunnen zien

d)

Ja, want je ziet klontjes bacteriën drijven

18.

Hoe planten schimmels zich voort?

a)

Door middel van sporen

b)

Door middel van lopen

c)

Door middel van bestuiving

d)

Door middel van de wind

19.

Uit welk rijk komt de cel hiernaast?

a)

Planten

b)

Dieren

c)

Schimmels

d)

Bacteriën

20.

Wat heeft een bacterie niet, wat de andere rijken wel hebben?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Bladgroenkorrels

d)

Vacuole

21.

Wat betekent pasteuriseren?

a)

Lang verhitten boven 100 graden Celsius

b)

Is een ander woord voor invriezen

c)

Kort verhitten op ongeveer 70 graden Celsius

d)

Een product zonder lucht bewaren in een zak

22.

Het maken van glucose heet?

a)

Koolstofdioxide

b)

Fotosynthese

c)

Determineren

d)

Voedselkringloop

23.

Hoe noem je de gebruikers van voedingstoffen?

a)

Consumenten

b)

Reducenten

c)

Producenten

d)

Preducenten

24.

Van welk rijk worden ook wel medicijnen gemaakt?

a)

Dieren

b)

Planten

c)

Schimmels

d)

Bacteriën

25.

Wat is gist? Een …

a)

Bacterie

b)

Dier

c)

Plant

d)

Schimmel

26.

Wat betekent het woord ‘biotechniek’?

a)

Levende wezens voor je laten werken met een speciale werkwijze

b)

Het zoeken van de naam van een levend wezen

c)

Brood bakken met behulp van gist

d)

Medicijnen maken met behulp van penicilline